In de herfst van 2012 lag Philip Huff een maand in het ziekenhuis, voor een operatie waarvan onzeker was of hij die zou overleven. Na zijn ontslag vertrok hij voor een reis door Australië en Nieuw-Zeeland. Onderweg las en herlas hij voor hem belangrijke boeken. Dat resulteerde in dit boek over zijn tijd in het ziekenhuis, over reizen en literatuur. In negen heldere hoofdstukken laat Huff zien hoe het werk van bekende en minder bekende auteurs als John McGahern, Alejandro Zambra, Virginia Woolf en Gerbrand Bakker zijn wereldbeeld bepaalden. Hij betoogt dat het lezen van romans je empathische vermogens oefent, dat het je ontvankelijker maakt voor je omgeving, en dat het inzicht geeft in het verhaal van je eigen leven.
Philip Huff (1984) is schrijver en regisseur. Hij schrijft onder meer voor NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer, Hollands Maandblad, The New York Review of Books en The Paris Review. Hij publiceerde de romans Dagen van gras (genomineerd voor de Academica Debutantenprijs), Niemand in de stad (winnaar Dioraphte Prijs, verfilmd door Michiel van Erp) en Boek van de doden (keuze van het jaar 2014 van HUMO), de verhalenbundel Goed om hier te zijn en de essaybundel Het verdriet van anderen.
”Pour me comprendre il faudrait connaître ma vie, et pour l’apprendre, devenir mon ami.” (Michel Berger)
Knap geschreven mozaïek over literatuur waarin Huff drie verhaallijnen met elkaar verweeft: zijn ervaringen met langdurige medische behandeling, nadenken over persoonlijke leeservaringen en een reis door Australië en Nieuw-Zeeland die hij met een vriendin maakt. De kern vormen overpeinzingen over literatuur aan de hand van andere boeken en zijn persoonlijke ervaringen in de andere stromen van het boek. Huff vergt wat van de lezer, maar geeft er inzichten, een zonnige kijk op literatuur, en een mooie compositie voor terug. Als iemand zich ooit zou afvragen waarom wij literatuur moeten lezen, dan vindt zij, hij, hen een antwoord in dit boek van Paul Huff.
“Wie niet waagt te formuleren wat hij wil, kan niet worden wie hij is, en dat leidt tot ellende, wellicht het enige soort ellende dat voorkomen kan worden.”
Aantekeningen voor mezelf gemaakt. Eén grote spoiler.
De conclusies die Huff op verschillende plekken in het boek trekt, zijn dat het leven a priori zinloos is en dat de invloed die een mens op zijn leven kan uitoefenen beperkt is. Daarnaast dat we opgesloten zitten in het organisme dat we zijn. “Elke levensloop is de uitkomst van een ingewikkeld complex van factoren - van geboorteplaats, klasse, geslacht, uiterlijk en intelligentieniveau tot toeval en geluk in het dagelijks leven. En je zit als mens opgesloten in je hoofd, in je lichaam, en vaak ook in je leven, maar niet altijd, niet volledig, dat bewees Chris McCandless (Into the wild, red.): je kunt iets (proberen te) veranderen, hoe klein ook. Dat begint ermee je best te doen jezelf en anderen te begrijpen en eerlijk te kijken naar wie je bent - en waarom.” In dat eerlijk kijken en begrijpen kan literatuur een rol spelen, stelt Huff.
Literatuur Toen Philip Huff op 28-jarige leeftijd “een tijdje op de hartafdeling van het Universitair Medisch Centrum in Groningen” verbleef, ontmoette hij er een 74-jarige hartpatient met een pacemaker die hem deze wijsheden bijbrengt: “Jongen, de manier om zo lang mogelijk in leven te blijven, is om zo lang mogelijk uit het ziekenhuis te blijven.”, en: “Toeval. En een beetje gratie en inzet, dus. En de hoop dat het goed afloopt.”, dat is wat we hebben in het leven. In het ziekenhuis ervaart Huff dat iedereen zin geeft aan zijn a priori zinloze leven door er een verhaal van te maken. “Hetzelfde mechanisme kun je ervaren in boeken: de lezer gaat in een roman een andere wereld binnen, een waar hij onderdeel is van andere ikken, met andere proporties.” Want literatuur heeft zin, nut, volgens Huff: “En dat nu, om daar meteen maar vanaf te zijn, is dat literatuur je helpt het leven uit te houden.” Huff haalt onderzoek aan waaruit blijkt dat volwassenen en kinderen genuanceerder en empathischer worden van literatuur. “Literatuur maakt je een goede lezer, ook van het leven.” “Dieplezen (langdurig, langzaam en aandachtig lezen, red) is oefenen voor het leven. De wereld van fictie biedt voordelen: intimiteit zonder lijflijke aanwezigheid, nabijheid bij risicovolle situaties zonder (fysiek) gevaar, en grote verplaatsing zonder noodzakelijke beweging.” “Literatuur lezen kan de schijn wekken dat je je afzondert, maar de effecten zijn bij uitstek socialer dan die van menig zogenaamd social medium. Je stelt je open voor de ervaringen van anderen.” Waar eenvoudige lectuur de lezer bevestigt in wat zij/hij/hen herkent, verkent literatuur andere opties en anderen. Met als beoogd resultaat: medemenselijkheid, het vinden van ‘wij’ in ‘ik’ en ‘jij’, het achterlaten van snelle maar oppervlakkige oordelen over anderen.
Verhalen Huff onderscheidt twee soorten verhalen die mensen over hun eigen leven construeren. Allereerst het externe verhaal, het verhaal van de sociale omgeving waarin je opgroeit met alle gewoonten en verwachtingen van die omgeving. Daarnaast is er het interne verhaal van elk individueel mens, dat vaak maar niet altijd aansluit bij de verwachtingen vanuit hun omgeving. Beide verhalen zijn, anders dan literatuur, impliciet, ze staan nergens uitgeschreven. Volgens Huff brengen literaire verhalen van anderen ons dichter bij onszelf, helpen zij ons eigen interne verhaal vorm en inhoud te geven.
Gezondheid “We voelen ons gezonde lichaam niet.” “Gezondheid (…) kenmerkt zich door afwezigheid (in het bewustzijn, red.).” Volgens Huff geldt dit ook voor verhalen: “we leven in alomtegenwoordige, vanzelfsprekende ideeën. Ideeën die toevallig tot stand zijn gekomen, maar die ook duurzaam zijn, want anders zou de waarde ervan verwaarloosbaar zijn. Totdat je vastloopt in die ideeën.” Hoe vaak horen we niet over mensen die aan ziekte zijn overleden, dat ze hebben gevochten. Dat is het verhaal dat we ervan maken: “(…) pijn hoort daarbij (bij het leven, red.), zolang het maar het gevolg is van een poging je wereld vorm te geven op een manier zoals jij dat wilt proberen.” Gratie en inzet. Het verhaal van je leven. In dit geval wanneer je je bewust bent van je gezondheid, omdat die niet meer helemaal in tact is.
Liefde Huff haalt Nick Cave en Lou Reed aan als hij over liefde schrijft. Verwijzend naar Cave stelt Huff: “Een liefdeslied is een schreeuw in de onverschillige leegte van de werkelijkheid, een roep om liefde en geborgenheid, een brug tussen hoe het is en hoe het zou moeten zijn (…).” Huff beschrijft ook de tragiek van de liefde, namelijk dat die altijd weer verdwijnt: “(…) het besef van de vergankelijkheid van zijn verlangens, van zijn liefde, van de achterzijde van alles: ja, we krijgen wellicht ons moment in de zon, ‘onze perfect day’ (zoals Lou Reed zingt in het gelijknamige lied), maar dat moment gaat ook weer voorbij, en dan komt de lange, koude en eenzame nacht weer.” Aah geen sentimenteel gekwezel over liefde bij Huff, denk ik blij. Hij is cerebraal genoeg om weg te blijven bij de clichés dat liefde alles is of alles overwint, en om ook van liefde een ‘round caracter’ te maken, inclusief de keerzijden van liefdesrelaties: de beheersdrang van partners over de ander, het verval van de band in tijd tot uiteindelijk zelfs de seks vervelend wordt. Waar men over liefde spreekt, bedoelt men vaak verliefdheid of angst voor eenzaamheid, wat alletwee emoties zijn waar je het liefst ver van blijft. Verliefdheid is “het geluk van de dronken mens: kortstondig, begoochelend, en onherroepelijk leidend tot een kater.” Huff bespreekt in deze context 1984 van George Orwell. In dat boek hebben Winston en Julia even de illusie dat liefde overwint, maar natuurlijk is dat niet zo. Orwell is verre van sentimenteel en daarom is het zo’n waarachtig boek, ondanks het hoge fictie-gehalte. “Alleen maar leven voor een ander is onvoldoende.”
Seks Over seks schrijft Huff interessante passages. Hij constateert met een aantal publicisten dat een generatie van door seks gefascineerde schrijvers (Roth, Bellow, Mailer; in Nederland Wolkers, Reve) plaats heeft gemaakt voor jonge preutse auteurs. Auteurs van nu zijn bang om voor pornograaf uitgemaakt te worden en vermijden het onderwerp, alsof het om een aandoening of afwijking gaat. “Maar we worden niet alleen kuiser, we worden ook minder intiem. In kunstuitingen en in relaties.” De oudere garde had juist de verkenning van de ambiguïteit van seks als thema, van “de schoonheid en de schaamte, de liefde en de angst, de overwinning en de teleurstelling die bij seksualiteit en seks komen kijken.” Huff beschrijft mooi, dat wil zeggen helder maar niet grof, dat mensen geest én lichaam zijn, levenskracht én destructie; dat in een seksuele relatie mensen dichter bij zichzelf kunnen komen, juist door een groeiende vertrouwdheid met de ander. Fransen noemen het orgasme la petite mort, alsof je je even transcendent bewust bent van je sterfelijkheid, waarna je weer terugvalt in zelfbewustzijn en lichamelijke en geestelijke afzonderlijkheid (hij zegt niet: afzondering), en “terugvallen in de wereld. Soms toch dichter tot zichzelf én de ander gekomen.” Hier geeft Huff wel een beetje een geromantiseerde voorstelling van zaken als je het mij vraagt, die voorbij gaat aan het gehork en gekruk dat seks vaak is met juist een overdreven zelfbewustzijn tíj́dens de seks. Maar goed, als ideaal is het beeld van Huff aantrekkelijk. Volgens socioloog Laurens Buijs’ De seksparadox (2014) zijn in Nederland heteroseksualiteit en monogamie ‘hardnekkig’ de norm. Meisjes die veel seks hebben zijn ‘sletten’ en homoseksualiteit blijft lastig, vooral voor jongens. Huff vult aan over de publieke ruimte: “Borsten mogen nog wel, en een enkele kut - maar de pik is al weer uitgesloten.” “Rutger Hauer ging naakt, Antonie Kamerling hield zijn onderbroek aan.” Huff vindt dit “vervelend” want “seksualiteit is een belangrijk onderdeel van onze identiteit. Het is een belangrijk deel van nabijheid. Natuurlijk, liefde is niet alleen seks, er is meer: verlangen, vriendschap en zorgzaamheid, maar een groot deel blijft: seks.” Kijk, dit is goed denken en schrijven, vind ik, maar maakt hij het onderwerp niet te groot, overschatten we seks niet in onze moderne samenlevingen? Huff stelt me gerust: “Een goede schrijver probeert de mens en zijn seksualiteit te begrijpen. En seksualiteit onderdrukken is net zo gevaarlijk als erin zwelgen.”
Waarheid en fictie Huff schrijft ook interessant over waarheid en fictie. Hij vertelt dat voor Aristoteles fictie (poëzie, verbeelding) hoger is dan geschiedschrijving, omdat het laatste vertelt wat al is gebeurd en het eerst wat kan gebeuren en wat derhalve filosofischer is. In de 19e eeuw is dit omgedraaid: wat waar is in de zin van gebeurd wordt gezien als de hoogste vorm van schrijven, fictie als romantisch dagdromen. In die tijd ontstaat het schrijven in de verleden tijd, om waarheidsgehalte te suggereren. Tegenwoordig krijgen veel verhalen predicaten mee als ‘waargebeurd’ of ‘gebaseerd op een waargebeurd verhaal’. Huff introduceert de waarheid van fictie om de invloed van fictie op de werkelijkheid te duiden, hoe literatuur ons denken kan scherpen en beïnvloeden. Zijn voorbeeld is 1984 van George Orwell: pure fictie en toch gebruiken we nog steeds de begrippen newspeak, big brother, doublethink en thoughtcrime.
Verbeelding Dan maakt Huff op interessante wijze onderscheid tussen lectuur en literatuur, wat ik altijd lastig vind in gesprekken over lezen waarin mij weleens snobisme is verweten. Huff verwijst naar Bas Heijne die onderscheid maakt tussen inbeelding en verbeelding: “Inbeelding is volgens hem een oppervlakkig begrijpen, dat aarzelt tussen komische overdrijving en emotionele verkleining; verbeelding daarentegen is het diepere begrip, van de ander een mens maken, en hem als karakter waarnemen in zijn voorspoed en ellende. (…) simpele boeken - boeken met een te eenvoudige visie, dus met inbeelding in plaats van verbeelding - kunnen geen recht doen aan de complexiteit van het leven en zijn geen literatuur maar lectuur. Het is het soort boeken dat zich richt op de gebeurtenissen - Icarus valt! - maar niet de implicaties van de val van een mens, of de redenen waarom.” Goed gezegd. Verbeelding houdt dus een hoge mate van inleving in door auteurs in de psychologie van hun karakters. Met verwijzing naar Virginia Woolf’s Mrs. Dalloway en E.M. Forster’s Aspects of the Novel betoogt Huff verder dat het de taak van literatuur is om te openen, niet te beperken: “Expansion. That is the idea the novelist must cling to. Not completion. Not rounding off but opening up.” Dit is wat Woolf doet in haar roman, individuele perspectieven bevrijden uit de hoofden van hun dragers. “Dit is de boodschap van deze roman: als je met slechts één paar ogen naar de wereld kijkt, zie je een boel niet. En wat je niet ziet, ken je niet, en wat je niet kent, kun je niet begrijpen en maakt je bang.” Elders spreekt Huff ervan dat niet herkenning het hoogste goed is bij verhalen (lectuur?), maar verkenning (literatuur?): “nieuwe dingen tonen, nieuwsgierigheid voeden.” Volgens Forster, vertelt Huff, is het belangrijkste aan een roman de visie van de auteur, zijn “point of view”. Zo is die van Woolf dat je de wereld alleen kunt begrijpen als je die van verschillende kanten beziet, zoals een kubistisch schilderij van Picasso. Woolf en Plath (Onder de stolp) schreven zo overtuigend over depressie omdat ze het zelf meemaakten: beide auteurs beëindigden op relatief jonge leeftijd hun eigen leven wegens depressie. Zoals Michel Berger schrijft in zijn liedtekst Pour me comprendre: “Pour me comprendre il faudrait connaître ma vie, et pour l’apprendre, devenir mon ami.” Woolf past dit toe in Mrs. Dalloway waarin ze de personages van Dalloway en de depressieve Smith volledig parallel laat lopen totdat ze elkaar kort raken in oppervlakkig geroddel over de zelfdoding van Smith op Dalloways feest. Al die tijd keken wij als lezer dieper in de ziel van deze personages. Dus de personages zelf doen aan oppervlakkige, beperkende inbeelding terwijl de auteur en hopelijk de lezer zich inlaten met diepe, empathische en verruimende verbeelding. Bent u daar nog? Jaa, Huff vergt wat van de lezer van dit boek, maar dan heb je ook wat.
Patronen in de ruis Als literatuur iets kan, dan is het het tonen van patronen in de ruis van alledag. De schrijver ontdekt patronen tijdens het schrijven, dat is haar/zijn/hun wereldbeeld of visie achter het verhaal. De lezer ervaart die visie tijdens het lezen. In literatuur toont de schrijver de patronen, in tegenstelling tot academische teksten waarin deze worden bloot- en uitgelegd. “Het wereldbeeld van een literair verhaal wordt gepresenteerd in plaats van omschreven: het komt binnen bij de lezer op dezelfde manier als de reëel bestaande wereld bij hem binnenkomt, via indrukken die de dingen om hem heen maken.” Die indrukken kunnen leiden tot emoties, maar emoties zijn instabiel - vandaag zus, morgen zo; oppervlakkig. Daarom zet het lezen van een goede roman aan tot denken, waarvan beschouwen en duiden onderdeel uitmaken. Huff duidt de klassieke vertelperspectieven: derde persoon, het verhaal van een ander; eerste persoon, belijdenis. Een goede roman biedt je een verhaal, inzicht in de psychologie en drijfveren van de personages én legt bloot welke krachten inwerken op de personages, uit welk systeem de keuzes van de personages voortkomen. Een verhaal wordt literatuur als de schrijver er in slaagt om “het wijde verhaal, de context, door middel van een visie in het enge verhaal, de vertelling, te trekken.”
Eigen Dus. Literatuur leert je jezelf en anderen kennen. Leert je wat je eigen leven is, in tegenstelling tot wat ‘het systeem’ van je leven en van jou verwacht. Literatuur maakt het mogelijk dat jij uit de verwachtingen ten aanzien van jouw leven stapt en je échte eigen leven gaat leven. “Dit wil allemaal niet zeggen dat een eigen leven een materieel rijk leven hoeft te zijn.”, zegt Huff naar aanleiding van het immaterieel rijke leven van James Salter: “zijn wereld was net als die van McGahern sober, maar eigen.” En zo komen we terug bij het citaat uit het begin van deze aantekeningen. Je moet om je eigen leven vragen, met woorden. En zelf antwoord geven. Een ander iemand worden, betekent het verlaten van je oude ik. Volgens Huff is dat veranderen een beetje sterven door zelfdoding, van je oude ik. Huff heeft het aan zijn hart. Zijn leven verandert ongeacht zichzelf, ongevraagd. Ook hij moet afscheid nemen van een oud ik, een zorgeloos zelf in zijn geval. Hij vraagt zich af wat hij zal delen op social media van zijn ziekenhuis-ervaring. Zijn echte ervaringen staan haaks op de vervlakking van social media waar alles en iedereen op elkaar lijkt door “leugens van rozengeur en maneschijn”. Vaak is een crisis nodig, volgens Huff, om tot verandering te komen: “De wending naar het wereldbeeld komt pas als het verhaal vastloopt.”
Stijl Hoewel Huff zich soms, filosofen-eigen, verliest in veel taal, kan hij treffend schrijven, op een haast achteloze manier. Als hij beschrijft hoe klein en leeg een dorp is: “Er was zelfs geen wind.” Als hij schrijft over het waarom van zijn reis naar Oceanië, against all odds, nadat hij weken in het ziekenhuis had gelegen: “(…) eerlijk is eerlijk, ik wilde ook graag in een land zijn waar de zon scheen en het zomer was. Ik had genoeg tl-licht gezien.” Ik vind dit sterke, sprekende, invoelende en eenvoudige beelden, zonder dat ze plat zijn.
? Het was zeker de 4e of 5e keer dat ik dit interessante boek over literatuur van mijn bieb leende. Maar nooit verder gekomen dan bladeren.. tot nu, mede omdat ik deze maand Wat je van bloed weet met mijn leeskring Leiderdrop en een leeskring op Goodreads ga bespreken. 🤔Ik vroeg mij tijdens het lezen wel af waarom het boek me nu wel boeide. Misschien irriteerde ik me een tijdje geleden teveel aan alle namen van auteurs waarvan ik nog nooit iets gelezen had... en boeide mij dat nu wat minder ;-) Er waren er inderdaad maar een paar waar ik iets van gelezen heb, zoals Hemingway, Woolf en Gerbrand Bakker. Vaak gebruik ik dit soort boeken om ook weer op ideeën te komen: bij mijn bieb inmiddels al boeken van Salter en Wortel gereserveerd, dus dat is zeker gelukt en ik vond het boek, de essays, interessanter dan het boekje van Pieter Steinz over ALS dat ik een tijd geleden gelezen heb en vergelijkbaar vond. Sommige boeken over literatuur zoals Papieren vrienden zijn voor mij zelfs als literatuurfanaat nog te lastig, maar ga ik wellicht later toch nog eens van mijn bieb lenen. Maar voor nu weer even genoeg over literatuur gelezen, nu weer gewoon literatuur lezen ;-) p133: "Ik heb het al vaker gezegd, maar een roman is dicht bij de pijn van een vreemde komen, het verdriet van anderen voelen. De wereld van de ander iets duidelijker zien." MW8/1/25
‘Een goedgeschreven roman is een narratief dat dieplezen faciliteert én afdwingt. Het biedt zonder plaatjes, filmpjes, geluidjes of hyperlinks een lang en volledig verblijf in een andere wereld, waarin de wereld waarin je leest opgaat.’ Dit schrijft Philip Huff in zijn inspirerende inleiding voor dit boek en gelijk moest ik aan ‘Leven & Lot’ van Vasili Grossman denken, dat dikke boek dat toch elke regel bleef boeien en dat me avond aan avond wegtrok naar gevechten in Rusland - terwijl ik eigenlijk nooit over gevechten lees - en dat tegelijkertijd liet zien hoe het gedrag van allerlei personages op elkaar inwerkt en hoe één van de hoofdpersonen innerlijk strijdt om bij zijn eigen menselijke principes te blijven, en zich niet te laten meezuigen door het systeem. Dát gaf de spanning aan het boek.
Huff schrijft dat zoals twee ogen de mens diepte doen zien, de wereldbeelden van romans het wereldbeeld van de lezer kunnen aanvullen en van meerdere dimensies kunnen voorzien. (p.17) Grossman overdonderde mij met zijn overkoepelende overzicht over de structuren in de wereld, zelfs al zat hij er terwijl hij alles opschreef soms nog middenin. Huff deed mij terugdenken aan al deze avondlijke leeservaringen, ook van andere boeken, en tegelijkertijd voegde hij hier nog allemaal nieuwe en potentieel nieuwe aan toe. Met geheel eigen interpretaties opende hij mij de ogen voor nog onbekende of voor mij alleen van naam bekende boeken. Ik ga dus nog even verder met mijn ontdekkingstocht, om te beginnen in de andere boeken van Huff zelf.
Het is geen boek dat je makkelijk wegleest. De filosofische gedachten van Huff zorgen er voor dat je de tijd moet nemen om dit boek te lezen. Maar het is het zonder meer waard.
Overigens een meta-boek, over literatuur. Wel veel spoilers van de boeken die hij leest.
Een paar prachtige citaten rijker werd ik van de persoonlijke leesgeschiedenis van Huff. Het was fijn een aantal boeken besproken te zien die ik zelf had gelezen, vooral die van Maartje Wortel dan, waar ik zelf zo van genoten heb! Al ben ik het er niet mee eens dat ze niet over seks schrijft, zoals Huff beweert. Er wordt toch regelmatig gemasturbeerd (in een bad vol gereedschap overigens) en aan seks gedacht. Los daarvan: van de oude Russen, over de klassieke Franse literatuur, tot hedendaagse nieuwkomers en Zambra. Mooi boek, Huff. Ik ga de jouwe anders ook eens lezen?
Er zijn weinig boeken die ik niet uitlees, dit is er zo één. Gestrand op p. 102, ik neem wel een andere boot.
Misschien zijn er een paar schrandere inzichten, enkele parallellen tussen literair werk en muziek die anderen nog niet hadden gevonden. Maar ik weet niet of die parallellen nu echt zó boeiend zijn om daar een heel boek aan te wijden. Laat staan één enkel hoofdstuk.
Alle begrip voor de zware operaties die de auteur heeft meegemaakt en voor de hernieuwde levensvreugde die zo’n bijna-dood-ervaringen hem hebben bezorgd. Maar als ik hetzelfde zou overleven, hoop ik dat dat mij boeken zou opleveren die veel interessanter zijn, essentiëler misschien. Beter geschreven, kritischer uitgedund en aangenamer om lezen.
Ik heb regelmatig gedacht: wat voor verschrikkelijke vertaling is dit! Terwijl het boek gewoon in het Nederlands is geschreven. Al is het een ietwat sakkerend Nederlands: de zinnen zijn te lang, misschien wel omdat lange zinnen meer eruditie uitstralen. De toon te ijdel, de stijl pedant en de inhoud te - saai.
Natuurlijk passeren er wel een paar goeie boeken de revue. Gelukkig maar. Daarvoor die twee sterren: de auteur blijkt gelukkig nog wel een gezonde literaire smaak te hebben. Maar of hij over zijn bibliotheek per se nog een extra boek moest schrijven, blijft voor mij de vraag. En de vraag stellen, is ze beantwoorden.
Een inspirerende boek over lezen, maar ook over schrijven. Huff beschrijft een aantal jaar in zijn leven en de boeken die hij in die tijd herlezen heeft. Het is daarom een interessante verweving van details uit zijn eigen leven met de boeken die hij gelezen heeft. Hij geeft veel inzicht in het nut van het lezen van fictie, hierin kon ik mer erg goed vinden. Hij bekijkt ook verschillende boeken vanuit duidelijke perspectieven. Deels een persoonlijke verhaal, deels een filosofische tekst over lezen en schrijven, en deels een analytische kijk naar verschillende boeken en wat die boeken met een mens die ze leest doen.
Elk hoofdstuk gaf mij ook de inspiratie om nog meer te lezen en vooral meer te gaan schrijven. Ik ben nu ook erg benieuwd naar zijn romans.
Het is mooi geschreven, geeft stof tot nadenken en helpt inzicht te krijgen in de diepere lagen van romans en de geschreven literatuur. Ik denk dat het wel een boek is om soms even weg te leggen, zodat je kunt nadenken over wat je gelezen hebt. Dat voorkomt ook een gevoel van continue herhaling van de kernboodschap: dat het (diep)lezen van literatuur zinvol zo niet noodzakelijk is voor het (her)vormen van je wereldbeeld.
Vanwege de goede recensie van "Lood", een online literair tijdschrift, kopieer ik deze.
In Het verdriet van anderen vertelt Philip Huff over zijn ervaringen met de wereldliteratuur, en doet hij tegelijkertijd verslag van zijn tijd in het ziekenhuis, toen hij een openhartoperatie moest ondergaan. Het is net alsof hij dichtbij je zit, je in de ogen kijkt en tegen je praat. Hij vertelt je over zijn reizen en neemt je daarbij mee op reis. En niet alleen langs adembenemende landschappen van Nieuw-Zeeland tot Ierland, maar ook op reis door de literatuur die hem dierbaar is. Hij weet de lezer daar zo vanzelfsprekend over te vertellen, dat het lastig is een specifiek plot aan te wijzen of uit te diepen. Dat maakt de leeservaring van Het verdriet van anderen heel persoonlijk. Zijn verhaal vloeit zo moeiteloos voort van het ene onderwerp in het ander, dat je graag naar hem luistert. Huff vertelt associatief maar direct. Hij snijdt thema’s aan als liefde, de lezer, dood, seks, de natuur en de mens en identiteit. Hierdoor lopen verschillende werelden, feit en fictie, bekend en onbekend, in elkaar over. Vaak lukt het Huff dit te doen zonder dat het storend wordt of te gekunsteld. Af en toe is het nodig om zijn boek eventjes weg te leggen omdat hij veel feitelijke, beschouwende informatie geeft: over literatuur en haar context, boeken die voor hem veelbetekenend zijn, schrijvers die hij waardeert en over hemzelf, als schrijver en ervaringsdeskundige. Wel laat zijn persoonlijke verhaal tussen de essays door wat lang op zich wachten, waardoor verhaallijnen met elkaar uit balans raken. Dat is jammer, want bij het persoonlijke ligt juist Huffs kracht. Het maakt Het verdriet van anderen een veeleisend boek. Niet zo geschikt om in bed te lezen, voor het slapen. Zijn doel is ook niet de lezer te ontspannen, maar aan te wakkeren, te prikkelen. Huff eist een pientere geest en heldere blik van zijn medereizigers. Dat is even wennen, maar dat is het wel waard. Alleen al omdat je een gulzige leeszin krijgt in al die boeken die de revue passeren. Zelfs als je zoals ik dacht ‘eens maar nooit weer’ over Woolf, Capote en Hemingway. Dat is knap, want Huff is geen optimist. Dat laat hij je voelen ook. Hij schuwt het niet de lezer met zijn neus op de feiten te drukken. Bijvoorbeeld dat het slecht is gesteld met lezend Nederland. We verleren het lezen. We maken te weinig echt contact en raken daarmee ook ons inlevingsvermogen kwijt. Iets wat lezen ons bijbrengt en waaraan wij worden herinnerd als we de fictionele wereld induiken. Maar van Huff kunnen we het horen, want hij is ook geen pessimist. Hij vertelt zijn verhaal met een glimlach, en is daarbij (als het dan echt persoonlijk wordt) goudeerlijk over zijn eigen angsten en onvolmaaktheden.
Interessant boek, ik blijf er zeker nog even over nadeken. Verder kopiëer ik de blurb van Niña Weijers: 'een boek met een lichaam en een geest, en boven alles een hart.' De liefde voor lezen en literatuur springt van de pagina's. De tweede helft was wel minder interessant dan de eerste omdat hij in elk hoofdstuk ongeveer één boek besprak en daar in sommige gevallen steeds weer min of meer dezelfde dingen uit haalde. Dat gebeurde in de tweede helft meer dan in de eerste helft. Daarnaast had ik soms het gevoel dat hij niet helemaal wist wat hij wilde overbrengen, hoe dat precies zit weet ik nog niet, ik denk dat ik er nog wat langer over na moet denken. Maar ondanks dat een zeer fijn boek, vooral het hoofdstuk over geschiedschrijving versus fictie.
Vreemd boek. Enerzijds wil ik alle besproken boeken (her)lezen. Anderzijds heb ik het gevoel dat de schrijver mij helemaal niets heeft bij gebracht. Beschouw het dus als een interessante literatuurlijst met als boodschap "Fictie lezen kan je ook veel bijbrengen".
Ik had hoge verwachtingen van dit boek maar helaas kon Huff ze niet waarmaken. Soms zijn er wel interessante stukken maar het grootste gedeelte werd voor mijn gevoel gebracht met hoogdravende arrogantie, best wel irritant om te lezen. Wat ik eruit gehaald heb: Vind je eigen woorden om je eigen verhaal te vertellen en bevraag alles.