Lobbyen gebeurt in duistere, doorrookte kamertjes, ver weg van controlerende ogen en oren. Kamertjes waar steekpenningen, dure cadeautjes en zelfs omkoping vaste waarden zijn.
Niet dus. Hoewel lobbyen al eeuwenlang bestaat, loopt de publieke perceptie nog steeds behoorlijk mank. Maar ook bedrijven en overheden kampen met vooroordelen en praten daardoor al te vaak over en langs elkaar heen.
Lobbyen is het eerste boek in het Nederlandse taalgebied dat analyseert, duidt en beschrijft hoe bedrijven effectief en efficiënt kunnen interageren met beleidsmakers. Vanuit zijn jarenlange en internationale ervaring in de politiek, de publieke sector en de bedrijfswereld maakt auteur Karel Joos duidelijk wat de taak van een goede corporate public affairs professional precies inhoudt. Daarbij gaat hij zowel in op belangrijke concepten en technieken als op actuele onderwerpen zoals de rol van de sociale media of ethiek en transparantie.
Een succesvolle public affairs strategie komt neer op het samenspel van drie elementen: inzicht, invloed en impact. Aan de hand van een uitgebreide case en concrete, heldere voorbeelden focust de auteur op elk van deze drie aspecten. Zo komt de lobbypraktijk van begin tot einde en in alle openheid op tafel.
Hoewel de ondertitel 'Hoe bedrijven beleidsmakers kunnen overtuigen' luidt, hangt er toch een zeker verwachtingspatroon vast aan het "eerste boek in het Nederlandstalig taalgebied" dat inzicht wil geven in de onderneming-overheidswerking. Het is waarschijnlijk een kwestie van persoonlijke voorkeur, maar er is een grotere nood aan een boek rond lobbyen dat inspeelt op de échte zorg rond dit thema (i.e. de perceptie van een obscure laag geprofessionaliseerde relaties die (te) dicht bij beleidsmakers staat waardoor bepaalde belangen nu eenmaal meer gehoord worden dan andere), eerder dan rond de vraag hoe bedrijven hun public affairs strategie kunnen maximaliseren (spoiler: een combinatorische aanpak waarbij échte PA professionals bij betrokken worden, werkt het beste. Bron: niet gegeven). De keuze van de belangrijkste verhaallijn als voorbeeld in het boek (Een Scandinavisch bedrijf wil in Limburg naar schaliegas komen boren, maar botst op verzet) legt exact de bezorgdheid bloot: ook bedrijven wiens operaties klaarblijkelijk in tegenstrijd zijn tot wat veel burgers willen, kunnen hun doelen bereiken "als ze maar een goeie Public Affairs strategie hebben". Op die manier voedt dit boek de perceptie van ongenaakbaarheid, terwijl net die status van eerste Nederlandstalige boek op de belangrijke maatschappelijke en functionele functie die Public Affairs "kan" hebben had kunnen wijzen. Ook hierrond bestaat debat: is lobbyen een essentieel onderdeel van een democratie, of een rem erop? wat is de meerwaarde voor ons allemaal? hoe transparant en ethisch gebeurt dit allemaal, en - vooral - stellen we ons wel genoeg vragen bij deze praktijk? Op die vraagstukken focussen, en op de voor- EN nadelen wijzen, zou een betere primer zijn geweest, en een breder publiek hebben aangesproken en geïnformeerd over deze vage en obscure laag van bedrijf-overheidsrelaties. Toegegeven, in het laatste hoofdstuk komt wat inzicht in het PA-landschap en wat paragrafen over transparantie aan bod, maar dit zeer mager, onvoldoenend en vooral niet in proportie met wat de auteur blijkbaar het belangrijkste vindt: het aantonen van het belang van public affairs om te slagen als bedrijf. In die zin leest het, voor mij persoonlijk, meer als een verkoopsstrategie om aan te tonen dat Public Affairs niet goedkoop is, maar wel noodzakelijk om te overleven in de steeds dynamischer en complexe wereld.
Het doelpubliek is klaarblijkeljk iedereen die wil weten hoe je als bedrijf beter en professioneler te werk kunt gaan dan louter vertrouwen op intuïtie om wat je wil voor je bedrijf klaar te krijgen op overheidsniveau. Het is een soort van primer in "hoe pak je een lobbycampagne het best aan", waarbij de Angelsaksische literatuur duidelijk een grote invloed heeft nagelaten op de auteur (SWOT analyses, wordt zo'n archaïsch ding nog gebruikt?). Figuren worden klakkeloos in Engels overgenomen, worden vaak zonder aankondiging en inleiding op je afgeschoten en worden dan bijna woord op woord in het Nederlands vertaald om het boek wat te vullen. Op die manier weet iedereen nu toch dat er academisch verschillende visies op 'onderhandelen' bestaan. Het leest als een handboek in een curriculum rond Publieke Administratie, of in die aard. Totaal geen engagerende schrijfstijl, korte stopzinnen, letterlijke vertalingen uit het Engels. Hoe je trouwens anno 2015 nog een boek kunt/wil uitbrengen dat niet is uitgelijnd, het is mij een raadsel.
In conclusie: de overkoepelende boodschap zit verkeerd, zeker voor een boek dat als eerste het boekenlandschap rond lobbyen in Vlaanderen bestrijkt; het is een samenraapsel van (semi-)wetenschappelijke feitjes dat vaak als chaotisch handboek is gestructureerd en leest; en de taal/schrijfstijl van de auteur zelf spreekt weinig tot de verbeelding, waardoor volledige paragrafen kunnen geskipt worden wegens te saai en rigide. Met uitzondering van de inleiding(en) en de laatste 2 hoofdstukjes (die me toch wat langer op het papier deden kijken), geen aanrader.
Het boek geeft een goed beeld van wat lobbyen precies inhoudt. Interessant voor politici, bedrijven, socio-culturele verenigingen en actiegroepen. In de typische stijl van managementliteratuur wordt de lezer ondergedompeld in grafieken, overzichten en woordpiramides.
Leuk is de gevalstudie waarbij de auteur meteen de lezer overtuigt van de meerwaarde van lobbyen.
Minpunt is onder andere de wat chaotische structuur van het boek na het eerste deel. Meest storend is de vermenging van bijzonder veel Engelse termen. De figuren zijn zelfs niet vertaald. Uiteraard is de hedendaagse lezer voldoende geschoold om ook de Engelse woorden en uitdrukkingen te begrijpen. Maar het oogt lui om niet te zoeken naar Nederlandse equivalenten. Jammer...