Generator is een episodische coming-of-age-roman over een jongeman die opgroeit in de normaliteit van een Vlaamse verkavelingswijk. Hij gaat op zoek naar een manier om anders te leven, om zijn ervaring van seksualiteit, liefde, roes, muziek en beeldende kunst tot uitdrukking te kunnen brengen. Zijn onvermijdelijke verhuis naar de stad Antwerpen, waar hij studeert aan de kunstacademie, leidt tot een alsmaar scherper crisisgevoel. Tegelijk wordt die crisis een generator van steeds meer taal, perspectieven en zin in de wereld.
Koen Sels (1982) woont en werkt in Antwerpen als schrijver, criticus en redactiesecretaris van het literaire tijdschrift nY. Hij publiceerde stukken over literatuur en hedendaagse kunst in onder meer De Leeswolf, De Reactor en verschillende kunstenaarspublicaties. In 2013 was hij gastschrijver bij nY. Zijn debuutroman Generator verscheen eind 2015 bij het balanseer.
"Soms ontwaken we uit het heden, uit het ongeleefde geloof dat we op elk kleinste moment volledig vrij zijn, en dan ontvouwt de wereld zich als een ruimte in een tijd."
‘Wat zou hij deze scène graag met andermans ogen zien, er werkelijk deel van uitmaken. Maar dat kan niet. Te betekenisvol, te gigantisch, a big big love.’
Koen Sels gaat in zijn debuutroman Generator 'op zoek naar hoe het komt' maar vreest gaandeweg dat hij zichzelf alleen maar verder onmogelijk maakt, in liefde en in werk. Koen Sels wil met dit boek, een coming of age-roman, de alledaagse sensaties redden van de luide roep om conventionaliteit (familie, natiestaat, normatieve seksuele patronen), ze aftasten in hun potentieel, voor ze vaste vorm hebben gekregen. Sels is, en hier verraadt zich de kunstopleiding die hij genoten heeft, geïnteresseerd in documentatie, niet in werk. Dat klinkt droog en conceptueel, met als de titel, maar Sels schrijft het meest affectieve proza dat ik sinds tijden las. Er wordt op episodische wijze verteld: de vorm die gebeurtenissen aannemen als vaste genres om hun ontwikkeling, afwikkeling en verwikkeling te beschrijven ontbreken. Ook de volwassenwording die het boek suggereert is zo bedrieglijk, ze wordt afgewezen: echte groei is in dit boek afwezig. In plaats daarvan: verruimtelijking van iets wat zich in de tijd afspeelt. Gelijktijdigheid. De jeugd van de auteur wordt tegelijkertijd als onpersoonlijk en persoonlijk beschreven. Zoals zoveel mensen van zijn generatie (op deze lezing neemt de titel ook een voorschot) groeit Koen Sels op zonder voorgeschiedenis, in een van de vele verkavelingswijken van West-Europa waarin de geschiedenis tot stilstand is gekomen. Ja, dit is ook een boek over de jaren negentig, een tijd van oneindige deja-vu, en daarvan is het zich bewust. Het beeld dat we hebben van die tijd maakt bij Sels deel uit van de vertelling zelf - de jaren worden 'fake, stijlloos en ahistorisch' genoemd. Dat metabewustzijn is kenmerkend, maar het is geen excuus voor verlamming. Koen Sels wil voorbij de geprefabriceerde noties denken. Een poging het heden te articuleren, hoe het gevoeld wordt, in popliedjes die als ritme in plaats van als tegencultuur bestaan, in gesprekken aan niet-filosofische tafels, en in relaties die (nog) niet exemplarisch zijn.
Eigenzinnig boek over het opgroeien in Turnhout (of om het even welke "Vlaamse verkavelingsgemeente") en over studeren in Antwerpen. De auteur is amper twee jaar jonger dan ik, dus de taferelen die hij beschrijft zijn zeer herkenbaar, wat wel helpt om het boek te appreciëren. De schrijfstijl voelt alternatief aan. Het is een gedans van lange zinnen, stukjes dialogen die overvloeien in gedachten, observeringen, details, gevoelens - zonder dat er echt een plot in zit. Het boek telt slechts 122 pagina's, maar denk nu niet dat je het op een drafje kan uitlezen. Vele zinnen eisen een tweede (derde) leesbeurt eer je ze echt kunt interpreteren. Toch zijn ze dat vaak waard. Het enige waar ik me aan stoorde was dat de auteur voortdurend in de 3de persoon schrijft, terwijl dit boek een ik-personage van de daken schreeuwt.
Er is zeker een publiek voor ‘Generator’ maar ik behoord er niet toe. Sels omschrijft sporadische scènes en gedachten over wat het is om je los te rukken uit de Vlaamse lintbebouwing. Die mijmeringen wisselt hij af met Easton Ellis achtige opsommingen van merknamen uit die omgevingen. Hij is erg sterk met taal en pent prachtige zinnen neer. Maar het is niet omdat je goeie beelden kan maken dat je daarom een geslaagde film neerzet. Het geheel voelt te fragmentarisch, te associatief en daardoor te vrijblijvend. Net zoals de de bron van een fata morgana je dorst niet zal lessen. Ik heb geen idee wat de schrijver me wil meegeven en vermoed dat hij het zelf ook niet weet. De vormgeving laat ook wat te wensen over. De te strakke interlinie doet afbreuk aan het verteren van Sels’ schrijfsels.
***1/2 Het betere Vlaamse proza, maar vier sterren lijkt me toch net iets te verregaand. De opsommende beschrijvingen (b)lijken al gauw een gimmick en de Vlaamse penchant tot het overmatig complex maken van een boek om het interessanter voor te doen dan het is, steekt gretig de kop op. Toch een beetje benieuwd naar de opvolger.
Een niet geheel onverdienstelijke poging tot een Vlaamse 'Portrait of the artist as a young man', die ondanks sporadisch pregnante passages en rake opflakkeringen helaas ten onder gaat aan een doorgedreven flets egocentrisme, oeverloos kinderlijk gezeur en een ergerlijk fragmentarisme.