Wat is geschiedenis? Wat verstaan we onder het verleden en waarom 'trekt' dit verleden zo, dat duizenden mensen historische films bekijken of musea bezoeken? Als archeologische themaparken en genealogische onderzoekscentra elke week weer vol zitten, wat voor soort belangstelling voor het verleden spreekt daar dan uit? En hoe verhoudt deze 'populaire' historische cultuur zich tot de 'wetenschappelijke' geschiedbeoefening van academische historici? Als het verleden trekt is een toegankelijke inleiding in de geschiedfilosofie - het vakgebied dat over deze en vergelijkbare vragen nadenkt. Aan de hand van concrete voorbeelden, ontleend aan politieke debatten, archeologische opgravingen, klassieke muziek, romans en schilderijen, bespreekt het boek de voornaamste problemen die de afgelopen anderhalve eeuw op de geschiedfilosofische agenda hebben gestaan. Uniek aan dit boek is zijn opzet: elk hoofdstuk is gewijd aan een 'relatie' die mensen met het verleden onderhouden. Historisch denken, stelt dit boek, is een samenspel van materiële, morele, politieke, esthetische en epistemologische relaties met het verleden. Als het verleden trekt is in eerste instantie bestemd voor studenten geschiedenis in het hoger onderwijs, maar ook uitstekend leesbaar voor iedereen die zich afvraagt: wat moet ik met het levensverhaal van mijn oma, met mijn nostalgie naar het dorp van mijn jeugd of met die complottheorie over 9/11 waarover mijn buurman telkens begint? Herman Paul (1978) is universitair docent historiografie en geschiedfilosofie aan de Universiteit Leiden, waar hij leiding geeft aan het nwo-project 'The Scholarly Self: Character, Habit and Virtue in the Humanities, 1860-1930'.
Dit werk biedt wat de titel zegt: een aantal kernthema's in de geschiedenisfilosofie. Nogal condens, maar absoluut rijk geschakeerd. Zie mijn bespreking in mijn Sense-of-History-account: https://www.goodreads.com/review/show... Enkele jaren nadien verscheen trouwens een licht bewerkte, Engelse versie van dit boek: Key Issues in Historical Theory.
Interessant boekje over de huidige stand van zaken m.b.t. het bestuderen van geschiedenisland. Daar moet wel direct bij gezegd worden dat er weinig nieuwe inzichten naar voren komen.
De voorbeelden die worden gegeven, maken de tekst minder droog en beter behapbaar. De werkwijze van Frits van Oostrom is bijvoorbeeld bijzonder interessant.
Op sommige punten bracht het boek wat verwarring. Wat bedoelt de auteur bijvoorbeeld met "historicus"? De term is op te vatten in zowel ruime als beperkte zin. Een enkele keer staat achter haakjes in de tekst dat de auteur doelt op de betekenis in ruime zin, maar dit is dan steeds gebonden aan een paragraaf. Omdat de term zo vaak terug komt in het boek, is er behoefte aan een hoofdstuk dat zich aan de definitie wijdt.
Daarnaast is het gebrek aan illustraties een grote misser. Zelfs wanneer een schilderij ter sprake komt en de auteur er op in gaat, is nergens te zien waarnaar de auteur verwijst in een schilderij. Dit maakt enkele paragrafen onnodig droog om te lezen.
Als laatste kritiekpunt, begrijp ik niet goed waarom sommige citaten wel en anderen niet worden vertaald. De auteur is hierin niet duidelijk, terwijl een opheldering slechts enkele regels aan het begin vereist.
Kortom, een informatief boek met goede voorbeelden. Voor studenten geschiedenis is het ongetwijfeld een goede kapstok, maar voor het leukere lezen zou ik dit boek niet aanraden.
Geschiedfilosofie is niet mijn vak, of dit is niet het juiste boek. Sommige hoofdstukken waren nog wel interessant, maar erg langdradig en veel herhaling.
Ook veel spreekwoorden, Latijn en dubbele betekenis waardoor het soms moeilijk is om te begrijpen, terwijl wat er staat ook simpel gezegd kan worden.
Als handboek voor een student niet handig om de theorie te leren, voor een kenner zou dit een beter boek zijn doordat nu alle verwijzen soms niet te begrijpen zijn.
Een uitstekende inleiding op de geschiedfilosofie: eerlijk, helder, gestructureerd, en bovenal goed verteld. De invloed van Hayden White blijkt duidelijk uit de schrijfstijl van Paul, die poëtisch kan zijn, maar ook gepassioneerd of geestig. De constante verwijzingen naar de praktijk maakt de bulk aan theorieën binnen de geschiedfilosofie bijzonder behapbaar en zelfs vermakelijk: ik heb meer dan eens een glimlach op mijn gezicht bespeurd tijdens het lezen, en ieder wetenschappelijk werk dat zover komt verdient een groot compliment (positivisten kunnen de kast op: een goed verhaal zit hem niet alleen in de feitjes).
Er sterke introductie tot de geschiedfilosofie en verreweg een van de meest interessante dingen die ik in het eerste jaar van mijn studie heb moeten lezen. Op een erg toegankelijke manier wordt een complexe ontwikkeling van denken over de geschiedenis uiteengezet, met leuke en herkenbare voorbeelden. Met name de uitwerking van de aantrekkingskracht van het verleden, zoals de historische sensatie, vond ik bijzonder intrigerend. Daarnaast zijn de reflecties op 'het nut van de geschiedenis' en zaken als Determinisme ook essentieel voor iedereen die zich een mening over het verleden wil vormen. Verplichte kost voor geschiedenisstudenten, maar ook warm aanbevolen voor alle anderen.
Een helder en overzichtelijk boek dat in normale woorden complexe zaken uitlegt. Ik denk echter dat de informatie niet 'compleet' genoeg is om de lezer een volwaardig beeld van de geschiedfilosofie te geven. Daarvoor is mogelijk aanvullende literatuur nodig. Zelf heb ik het boek gelezen om tot een beter begrip te komen van het boek van Von der Dunk. Als Het Verleden Trekt is een uitstekend boek om zaken te contextualiseren, maar heeft op zichzelf minder slagkracht.
Dit werk is een goede aanvulling op oudere overzichten van de geschiedfilosofie (van Van der Dussen en Von der Dunk). Die boden vooral een overzicht van de diverse stromingen in de 19de en 20ste eeuw, en draaiden meestal om klassieke vraagstukken als dat van de causaliteit, de vraag of de geschiedenis gedetermineerd was of niet, of de geschiedkunde een wetenschap was of niet, of er sprake was van geschiedkundige wetten enz. Herman Paul zoemt vooral in op de “narrative turn”, de postmodernistische wending in de geschiedwetenschap die vooral door de Amerikaan Hayden White gestalte werd gegeven, en die de waarheids- en objectiviteitsvraag ontwijkt door te stellen dat elke geschiedschrijving een constructie is. Gelukkig denkt Paul die aanpak consequent door, zodat hij de postmodernistische valkuil van het relativisme weet te vermijden en toch uitkomt bij (relatieve) grondvesten die een historisch metier mogelijk en zinvol maken.