Jan Yoors is in Antwerpen geboren. Gedurende een groot deel van zijn jeugd zwierf hij door Oost- en West-Europa als pleegzoon van een zigeunerfamilie. Van deze zigeunergemeenschap heeft hij als zodanig deel uitgemaakt dat hij er zich eens op betrapte dat hij dacht: "Wij Zigeuners". Tijdens de oorlog werkte hij voor het verzet en wist ternauwernood aan de dood door de Gestapo te ontsnappen. Daarna vertrok hij naar New York, waar hij heeft gewerkt als beeldend kunstenaar tot aan zijn dood in 1977. De Zigeuners hebben buitenstaanders altijd gefascineerd, maar wat er over hen geschreven werd, was gewoonlijk een mengsel van romantiek en legende. Want de zigeuners zijn een trots en terughoudend volk, vastbesloten te leven zoals het hun goeddunkt en zich weloverwogen afwendend van de moderne wereld - waarvan ze echter toch op een slimme manier gebruik weten te maken. Jan Yoors is de eerste die over hen geschreven heeft als 'insider'. Meer dan 10 jaar trok hij met hen mee als aangenomen zoon van een zigeunerfamilie. Hij beschrijft hun uitgelaten feesten, hun oude gebruiken - de Kris, waarbij de ouderen een oordeel vellen over een lid van de stam, de rituele vervloekingen met hun angstaanjagende macht - alle tradities die dit woeste zwerversvolk omhullen, dat onze westerse wereld tot zijn jachtgebied heeft gekozen. Hij schrijft ook over de meer praktische zijde van het zigeunerleven... de gedurfde wijze waarop zij de grenzen tussen de landen over trekken, het goed georganiseerde netwerk van verbindingsmiddelen, dat over honderden kilometers het contact in stand houdt tussen verschillende zwervende kumpania's, de jaarlijkse paardenmarkten, de ingewikkelde handelstransacties, waarbij de zigeunersluwheid wordt gecombineerd met alle hulpmiddelen van de moderne techniek. Hoewel het verhaal zich afspeelt in de jaren van vlak voor de oorlog, is de positie van de Zigeuners en de problemen die hun zwervend bestaan met zich meebrengt, nog even actueel. 'Wij, Zigeuners' is meer dan een boek over Zigeuners; het is een uniek document dat op levendige, persoonlijke en boeiende wijze het leven beschrijft van een volk dat al eeuwen als vreemdelingen onder ons woont.
Jan Yoors was born to a cultured, liberal family of artists, but at the age of twelve he ran off with a Gypsy tribe and lived with the kumpania on and off for the next ten years. During World War II, Yoors worked with the Allies to help the Gypsies who were being systematically exterminated. He was captured twice and imprisoned until the end of the war.
In 1950 Yoors settled in New York City, where he set up a studio and constructed a 15-foot vertical loom. His wife Marianne and her sister Annebert joined him in 1951; they were to collaborate with Yoors in the weaving of all his work. His work brought him international acclaim.
In the 1960s Yoors deepened his interest in photography. He returned to Europe to reestablish contact with those Gypsies who had survived the Holocaust. The pictures he took on this journey became an exhibition at the National Museum of Science in New York City and now illustrate the paperback edition of "The Gypsies".
Citaat : Zowel de zigeunervrouwen als de mannen waren zich bewust van het beeld dat ze opriepen en onder elkaar staken ze de draak met de angst die ze de de Gaje inboezemden. Review : Onder de titel 'Ik, zigeuner. De reizen van Jan Yoors' presenteert het Red Star Line Museum tot 1 maart een selectie van het film- en fotowerk van de Antwerps-New Yorkse artistieke duizendpoot Jan Yoors. Het zijn foto's van zijn reizen met Rom-zigeuners in de jaren '30, van etnische gemeenschappen in het New York van de jaren '50 en foto’s van zijn latere reizen terug naar België om opnieuw zigeuners op te zoeken.
Jan Yoors werd in 1922 in Antwerpen geboren als zoon van brandglasschilder Eugeen Yoors en dichteres-activiste Magda Peeters. Op twaalfjarige leeftijd kwam Yoors in contact met een zigeunergemeenschap die in de buurt van Antwerpen haar kamp had opgeslagen. Hij sloot zich bij hen aan en begon grote delen van het jaar – mét toestemming van zijn ouders – rond te trekken. Hij namt een camera mee en documenteerde zijn reizen en de levensstijl van de Rom. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging hij bij het verzet. Hij kreeg als opdracht de zigeuners, die wantrouwig staan tegenover de buitenwereld, bij anti-Duitse activiteiten te betrekken.
Na de oorlog belandde Yoors via Groot-Brittannië in New York waar hij de grote namen van zijn tijd, zoals Willem de Kooning, Jackson Pollock leert kennen en tevens maakt hij er naam als tapijtkunstenaar. Hij geraakt geboeid door de grote etnische diversiteit van de stad en maakt er een fotoboek en filmdocumentaire over, allebei met de titel Only One New York, die later erkenning genieten als uitzonderlijke tijdsdocumenten.
In het decennium voor zijn dood in 1977 maakt hij verschillende reizen naar Europa om zijn oude zigeuner-kennissen op te zoeken. Over zijn leven bij de zigeuners schreef hij twee boeken: The Gypsies (in het Nederlands verschenen als Wij Zigeuners) en Crossing. A Journal of Survival and Resistance in World War II (in het Nederlands uitgegeven als Een volk op doortocht). In het boek Wij Zigeuners beschrijft Yoors hoe hij als 12-jarige jongen in afwisselende periodes een aantal jaren deel uitmaakte van een Roma-groepering (kumpania), die vooral haar inkomen verdiende in de paardenhandel, waarzeggerij, bedelen en lichte vormen van criminaliteit. Naast de dagelijkse strijd om het bestaan van deze zigeuners, is er aandacht voor hun moeizame relatie met de Gaje (de niet-zigeuners) en de wederzijdse vooroordelen.
Ook komt de Roma-cultuur aan de orde; onder meer de verhouding tussen mannen en vrouwen en tussen leeftijdsgroepen, de netwerken tussen de verschillende kumpania's, de Kris (een rechtsprekend orgaan), de feesten, huwelijks- en rouwriten. De eerste druk van dit boek dateert van 1967, en was weldra uitverkocht. Jan Yoors heeft lang genoeg bij de zigeuners gewoond om te kunnen oordelen, en weer voldoende afstand kunnen nemen om evenwichtig te zijn in zijn oordeel. Hij was een goed waarnemer, een uitstekend schrijver en een bewogen mens. Drie ingredienten die borg staan voor een zorgvuldig geschreven en meeslepend boek, dat naast de bestaande meer documentaire boeken een prima informatie geeft.