In Tussen de plooien komt een stoet van veelal onbekende, soms vergeten figuren tot leven die tussen de plooien van de vaderlandse geschiedenis vielen. Rik Van Cauwelaert vertelt op meeslepende wijze hoe de achterkant van de geschiedenis vaak boeiender is dan de voorkant.
Wat deed de jonge Belgische dichter Léon Kochnitzky met de Italiaanse bard Gabriele d’Annunzio in Fiume? Wat hebben de CIA en het Europacollege in Brugge met elkaar gemeen? Waarom schreef Hendrik de Man een open brief aan Leopold III om de ter dood veroordeelde collaborateur Robert Poulet in bescherming te nemen? Wat deed de Canadese kanonnenbouwer Gerald Bull in Brussel en waarom werd hij vermoord? Waarom werden de billen van de Vlaamsgezinde Mechelse liberaal Armand de Perceval op een negentiende-eeuws muntstuk geslagen? Hoe kon een broodjeaapverhaal als dat van de Roze Balletten er bij het publiek in gaan als koek?
“Een goed journalist is iemand die 10 goeie verhalen op rij kan vertellen”, lezen we in de intro van dit boek. Hoeft het dan te verwonderen dat Van Cauwelaert precies 10 van dergelijke verhalen brengt? Lezenswaardig alleszins, het ene al meer interessant dan het andere natuurlijk want dat hangt af van de persoonlijke smaak en interesse. De dubieuze rol van de Belgische graaf Henri de Baillet-Latour in de organisatie van de Olympische Spelen in Berlijn 1936 verraste me, ook de reconstructie van de Roze Balletten-mythe was best te pruimen, maar bij enkele verhalen bleef ik toch wel op mijn honger. Het openingsstuk bijvoorbeeld gaat meer over de Italiaanse extravagant D’Annunzio, dan over de nochtans minstens zo interessante levensloop van de Belg Leon Kochnitzky die even zijn secondant was, en in het stuk over de moord op Patrice Lumumba is de info wel heel fragmentarisch. “Tussen de plooien” is dan wel een treffende titel, want Van Cauwelaert legt verdienstelijk wat onderbelichte aspecten van onze geschiedenis bloot, maar de ondertitel “een andere geschiedenis van België” doet dit boekje veel te veel eer aan.
Een bloemlezing van België, geplukt uit de overwoekerde achtertuintjes van zijn geschiedenis. Van Cauwelaert vertelt in de eerste plaats verhalen, die in Tussen de plooien opvallen door hun exotische onwaarschijnlijkheid. Hoogtepunten zijn de Belgische poëet Léon Kochnitzky die in het Fiume van na de Eerste Wereldoorlog het fenomeen D'Annunzio van wel heel nabij meemaakte, en de vreemde politieke zwanenzang van de liberaal Armand de Perceval. Verrassend onthullende lectuur.