Het adagium ‘Voor een scheppende geest bestaat er geen arme, onbelangrijke plaats,’ dat bij Rilke toedicht, maakt Wieringa in ‘Honorair Kozak’ meer dan waar.
Met grote aandacht en liefde en in de hem kenmerkende, uiterst gecondenseerde en elegante taal voert hij ons langs de vele plaatsen, mensen en emoties van zijn tientallen reizen. Korte stukjes, vaak niet langer dan een pagina, meestal een kleine twee, af en toe enkele meer. Columns die in hun beknoptheid een diepere kijk bieden dan een uitgebreid reisverslag zou kunnen. Verslavend, maar met mondjesmaat te genieten. Een doos bonbons eet je ook niet in een keer leeg.
“In restaurant Maluentu in Cabras, Sardinië, vroeg Francesa me om de vertaling van twee van mijn boeken te signeren. In het ene boek schreef ik ‘Per Francesca, la musa di qualcuno’, in het andere hetzelfde in het Nederlands: ‘Voor Francesca, iemands muze’, een opdracht die ik reserveer voor buitengewone vrouwen. Ik was trots op mijn taal, die in twee woorden zei waar de hare vier voor nodig had.
‘Ja, maar wat klinkt het mooi in het Italiaans,’ zei ze. ‘Zo muzikaal. Zo … romantisch.’
‘Verspilling van woorden,’ zei ik. (…)
‘Muzikaliteit en schoonheid zijn eeuwig,’ zei ze.
Ik antwoordde dat ik het juist een beetje laconiek wilde, een beetje kortaf liefst.
‘Hoe kun jij dat zeggen,’ zei ze, ‘jij die zulke boeken schrijft…’
‘Ik ben niet ongevoelig voor het romantische,’ zei ik, ‘maar in de literatuur is het vaak een zwakte, valsheid in geschrifte, een karikatuur van de verhoudingen die je probeert te onderzoeken. Het is, met andere woorden, een onanvaardbaar gebrek aan precisie. Dus als het gaat om de keus tussen romantiek en zakelijkheid…’”