In de vorm van een mathematisch pseudo-proefschrift tracht de schrijver zo sober en exact mogelijk de realiteit te vangen in getallen en deze te ordenen met woorden.
Dit boek viel mij erg tegen. Er zitten zeker passages in welke de moeite waard zijn, en het is interessant leesvoer om te duiken in het gedachtengoed van de jaren zestig. Echter... de moedeloos toon en het overweldigende gevoel van zinloosheid deden mij meermaals twijfelen om het boek niet uit te lezen. Toch volhard, want de combinatie van wiskunde en proza intrigeert mij. Nu ik het einde heb gelezen, vraag ik mij sterk af of dit wel de moeite waard was. Snel door naar een beter boek.
Werd me aangeraden omdat de auteur een wiskundige-turned-schrijver is. Zeer matig op veel plekken, vrij achterhaald en is eigenlijk geen geheel. Toch zitten er best leuke en heel soms zelfs mooie stukjes in. Met name een goede les in wat niet (en af en toe wat wel) te doen als je wiskunde - of eigenlijk elke soort academische onzin - in een verhaal wil verwerken. Nuttig voor mij maar zou het niet aanraden.
Als een proefschrift geschreven roman, bestaande uit 99 fragmenten, met daarin wiskundige formules, diagrammen, jeugdherinneringen, filosofieën over het schrijversschap enz.
Hoewel hoogst origineel van vorm wil het boek maar geen geheel worden. De schrijver neemt zichzelf helaas pijnlijk serieus, maar biedt zelden geniale inzichten. De spitsvondige humor van later werk ontbreekt grotendeels. Wel bevat het boek prachtige fragmenten in en heeft het een aparte sfeer, niet in de laatste plaats door de ouderwetse beschrijvingen van machines van computers en ponskaarten.