J.M.A. Biesheuvel (Schiedam, 1939) debuteerde in 1972 met de verhalenbundel In de bovenkooi. Daarna volgden talloze bundels, altijd bestaande uit korte verhalen en novellen, waaronder De weg naar het licht, De angstkunstenaar, De verpletterende werkelijkheid, Reis door mijn kamer en kleinere uitgaven als Motje tegen gloeiend lampepeertje en Oude geschiedenis van Pa. In 2008 verscheen zijn Verzameld werk, bestaande uit al het gebundelde werk.
Biesheuvels verhalen zijn veelal autobiografisch van inslag. Hij schrijft over zijn ervaringen als matroos op koopvaardijschepen, over zijn depressies en zijn verblijf in wat hij 'het gekkenhuis' noemt, over zijn vrouw Eva, over zijn huis en werkkamer, over zijn jeugd. Daarnaast schrijft hij verhalen waarin fantasie de vrije loop krijgt.
‘Veel van wat Maarten Biesheuvel schrijft is waar gebeurd. Maar sommige dingen die hij schrijft zijn gelogen. Mijn moeilijkheid is dat ik nooit helemaal zeker weet of wat hij schrijft nu waar gebeurd is of niet.’ – Karel van het Reve
Op 15 december 2006 is aan Biesheuvel de P.C. Hooftprijs voor zijn verhalend proza toegekend. ‘Biesheuvels associatieve verteltechniek geeft zijn proza een weldadig effect en irrationaliteit en onlogica, waardoor het fantastisch element te meer een kans krijgt’, aldus de jury onder leiding van Maarten Asscher. De jury prijst verder Biesheuvels ‘verbeeldingskracht, absurdistische humor en stilistische rijkdom’.
In januari 2007 verscheen een herziene en uitgebreide herdruk van Zeeverhalen, waaraan een cd werd toegevoegd waarop Biesheuvel zijn meest recente verhalen voorleest.
Biesheuvel blijft op zijn best wanneer hij over zijn eigen leven schrijft of zich tenminste niet verliest in sprookjesachtige absurditeiten. Zo is het titelverhaal - een herschrijving van De Maistre - bijvoorbeeld subliem, maar de vertellingen over sprekende instrumenten of magische soepterrines zijn mij bij momenten te onnozel. 3.5/5
"Ik heb nooit met mijn vader gepraat, soms lijkt het of alle mannen het gevoel hebben dat ze nooit een behoorlijk gesprek met hun vader hebben gehad en dat beseffen ze pas als hij dood is."
"Ik vind het volstrekt belachelijk om duizenden schrijvers tijdens je leven gelezen te hebben. Ik ken ongeveer twintig schrijvers en ben daar dolgelukkig mee."
"En vaak als collega's hem vroegen wat toch het geheim van zijn succes was, antwoordde Jan trots: 'Dat is mijn vrouw.'"
"Engeland en Amerika bestaan eenvoudig niet voor mij waar het literatuur betreft."
Ik had in één of andere nieuwsbrief of recensie gelezen dat Biesheuvel een beschrijving van zijn werkkamer geeft en dat voorstelt alsof je er een reis door maakt. “Zo onnozel dat het misschien wel goed wordt”, dacht ik. En ja hoor, het is wel goed. Biesheuvel beschrijft inderdaad gewoon zijn kamer maar vertelt bij de verschillende objecten korte verhaaltjes over hoe ze in zijn bezit kwamen, of anekdotes. En dat doet hij zeer goed en maakt het een boeiend verhaal. Dit verhaal maakt eigenlijk deel uit van een verhalenbundel maar ik heb online alleen dit verhaal gevonden.
'Er was eens een trom, boem boem boem!' uit de 'De trom'.
Vermakelijke bundel met typische verhalen van Biesheuvel met als hoogtepunt het eerste verhaal, 'Reis door mijn kamer'. In een keer uitgelezen, al waren de verhalen in de ik-vorm geschreven het beste.
Een echte verhalenverteller, niet te beroerd om zijn eigen zwakheden op de hak te nemen. Biesheuvel mag van mij nog veel meer verhalen over zijn reis door zijn kamer.