Dit is het verhaal van de drie Nederlandse zussen Kobus. Zij verlieten op 1 januari 1947 met hun Indonesische echtgenoten Nederland en gingen per boot naar Jakarta. De zussen verlieten hun moederland maar volgden hun mannen naar hun vaderland. Terwijl er in die tijd juist veel Nederlanders terug kwamen uit de Oost. Zij waren op de vlucht voor het geweld dat er was ontstaan, sinds het uitroepen van de onafhankelijkheid door de Indonesiërs op 17 augustus 1945 Er werd wel raar aangekeken tegen hun vertrek maar daar trokken de zusjes zich niets van aan, zij volgden hun mannen. Zelf hun moeder ging mee en onderweg op de boot maakten zij kennis met Dolly die samen met haar man reisde. Eenmaal aangekomen in Indonesië staken de vier vrouwen gelijk hun handen uit de mouwen en begonnen een winkeltje met zelf gemaakte kleren, deden de boekhouding bij een fabriek en leerden zo de taal van hun nieuwe vaderland. Er werden kinderen geboren; ook het verlies van dierbare werd hun niet bespaard. Toen ze na de politionele acties weer tijdelijk onder Nederlands gezag kwamen te staan was het leven hard voor de zussen. Zij knokten zich er dapper doorheen en steunde elkaar door dik en dun al waren zij het zeker niet altijd met elkaar eens. De keuzes die hun kinderen maakten gaf hen ook een andere kijk op het leven. Regelmatig moesten zij weer van onderaf beginnen en met een dosis Hollandse nuchterheid lukte het ze telkens weer. Niet praten maar werken. Twee van de zusjes zijn heel veel later voor een vakantie terug geweest naar Nederland, maar het was hun land niet meer dat was Indonesië. Het verhaal lees prettig en is zeker voor jongeren een stukje geschiedenis van ons land.