Jazzmusicus, stichtend-lid van de “Willy Roggeman Jazz lab” jazzrecensent, redacteur van de tijdschriften Tijd en Mens, Gard Sivik en Komma en criticus van het dagblad Vooruit (van 1955 tot 1965). Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte.
Werkte van 1953 tot 1976 aan een reeks boeken, die hij vanaf 1969 als een samenhangend, gesloten oeuvre opvatte, zijn Opus finitum. Van de 30 boeken waaruit deze reeks bestaat zijn er 19 gepubliceerd, in een andere volgorde en voorzien van een ander opusnummer dan men op grond van de tijd van ontstaan zou verwachten
BIOGRAFIE Willy Roggeman wordt op 9 juni 1934 te Ninove geboren. Hij woont er nog steeds.
1939 – 1948: Lagere school en lager secundair onderwijs aan de Rijksmiddelbare Jongensschool te Ninove (Grieks-Latijn-Wiskunde).
1944 – 1948: Stedelijke Muziekacademie te Ninove. Instrumentenklas: sopraansaxofoon.
1950-1960: LERAARSCHAP –TIJDSCHRIFTEN- EERSTE PUBLICATIES
1948 – 1951: Hoger middelbaar onderwijs aan het Koninklijk Atheneum te Aalst (Oude Humaniora).
1948 – 1951: Schrijft for the fun filmscenario’s en maakt musicals.
1951 – 1955: Licentie Germaanse Filologie aan de Rijksuniversiteit Gent.
Student van Prof. Dr. Herman Uyttersprot met wie hij na zijn studie permanent in verbinding blijft. 1953 – 1976: Opus Finitum (30 werken).
Vanaf 1969 is Willy Roggeman zich bewust van het feit dat zijn boekpublicaties zich naar een gesloten opus toe ontwikkelen, dat hij binnen een bepaalde fase van zijn bestaan dient te voltooien als constructieve/ constructivistische methode van artisticiteit. Zomer 1953: Gedichtencyclus Nuages. Louis-Paul Boon, die de gedichten toevallig in het tijdschrift van het Koninklijk Atheneum Aalst leest, nodigt Willy Roggeman uit tot medewerking aan het avantgardetijdschrift Tijd en Mens (1954).
1954 – 1955: Medewerker van Tijd en Mens.
1954 – 1965: Vast medewerker van kunstpagina Vooruit.
1955 – 1977: Leraar hoger secundair rijksonderwijs en vanaf 1962 leraar algemene vakken hoger niet-universitair rijksonderwijs van de 2de graad (Technisch ingenieur) aan het Hoger Rijskinstituut voor Technisch Onderwijs te Aalst.
1959 – 1963: Redacteur van Gard Sivik.
Is in de jaren 60 en 70 lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden die hij verlaat omdat hij haar activiteiten te stereotiep dor oordeelt.
1961: Debuteert met een bundel essays over jazz De adem van de jazz, al snel gevolgd door meer essayistisch werk Literair labo (1965) Roggeman zal nog meer jazzologieën uit zijn pen laten vloeien.
1962: Een eerste roman Het goudvisje, bekroond met Leo J. Krynprijs, gevolgd in 1964 door een prozaboek Blues voor glazen blazers. Een proza in cool.
1963 – 1966: Jazzkroniekschrijver voor het Nederlandse blad Kunst van Nu.
1964 – 1968: Samen met Paul de Wispelaere en René Gysen richt hij het tijdschrift Komma op. Hij is er ook (kortstondig) redacteur van. Komma ‘s poëticale uitgangspunten stonden in de destijds grensverleggende jaren ’60, het dichtst bij zijn eigen ideeën over het statuut van de tekst.
1966: Een eerste dichtbundel Nardis. Gedichten 1953-1964.
JAZZMUSICUS – JAZZ CRITICUS – JAZZ PRESENTATOR-PROGRAMATORR
Zelf is Roggeman een begenadigd jazzmusicus (vooral sopraansaxofoon), die in de leer ging bij grote meesters als Thelonius Monk en Charlie Parker.
1966 – 1974: Vast jazzkroniekschrijver in het weekblad De Bond. (voor een overzicht van zijn bijdragen in dit blad zie: Willy Roggeman – Afdeling Nederlandse literatuur
1967 – 1974: Jazzbijdragen in het culturele weekblad K&C.
1967 – 1982: Leader van het door hem gevormde WR Jazz Lab en WR Jazz Quartet.
Als jazzmusicus en stichtend-lid van de “Willy Roggeman Jazz lab” bestaande uit Willy Roggeman (sax), Firmin Timmermans (drum), Willy de Bisschop (bas), Mark van den Hoof (sax) had hij optredens tijdens onder andere Free jazz festival Gent, Jazz Bilzen, Poetry International Rotterdam, Jazz- en Bluesfestival Ninove. Vanaf de jaren 7