Het nawoord van dit boek heeft me emotioneel gepakt. Zelden lees ik het nawoord, maar deze keer dus wel en daarin werd Dr. Erwin Van Den Ende bedankt voor het delen van zijn kennis van Ebola. Ik kende Dr. Erwin Van Den Ende, hij was een van de artsen van het Instituut voor Tropische Geneeskunde waar ik zelf ook werk. In 2013 is hij veel te vroeg onverwacht overleden. Dat hij in het nawoord vermeld werd, dat pakte me.
Overlander gaat over tropenarts Jesse Drost die in Tanzania in een kliniek onder moeilijke en armoedige omstandigheden moet werken. Hij heeft een contract voor vier maanden en werkt er in een kliniek die onder leiding staat van een bepaalde nonnenorde. Hij trekt er veel op met Stientje, niet echt een non maar ook geen gewoon meisje. De omstandigheden maken dat hij het na vier maanden niet meer ziet zitten, altijd een tekort aan vanalles, moeten bedelen om geld en medicijnen, het wordt hem allemaal teveel.
Hij blijft in Afrika als arts, maar gaat voor een heel andere kliniek werken, eentje waar vanalles in overvloed is, waar hij met welvaartsziekten te maken krijgt, een kliniek waar blanke ex-pats met hun problemen of ingebeelde problemen komen. Of hij daar nu gelukkiger is, dat laat ik in het midden.
Een bont gezelschap komt en gaat in dit boek en met de nodige humor wordt de schrijnende armoede en gebrekkige gezondheidszorg beschreven. Wat hebben wij blanke westerlingen toch een luxe als het om gezondheidszorg aan komt. We kunnen het betalen, we kunnen kiezen naar welk ziekenhuis we gaan want er zijn er genoeg dicht bij elkaar. We worden geholpen wanneer we er zijn en moeten niet wachten tot de volgende dag of de dag erna omdat er te weinig artsen zijn. Nee, wij hebben het zo slecht nog niet.