Jens, der Wandergefährte und Freund der Erzählerin, ist spurlos verschwunden. Ein Rätsel, niemand weiß etwas. Sie sucht seine Lieblingsorte auf, wandert gemeinsam begangene Routen ab und stößt dabei auf die Arbeiten des bedeutenden Schweizer Alpengeologen Albert Heim (1879–1937). Seinen Anspruch, aus den Gesteinsschichten der Berge die Geschichte der Menschheit herauszulesen, nimmt sie auf, um Spuren vom Verbleib ihres Freundes freizulegen. Am Ende bleibt Jens unauffindbar, aber die Reise befreit die Erzählerin von ihrer Trauer und führt sie zu ihrer eigenen, verschütteten Sehnsucht. Eine ungewöhnliche Expedition durch die Schweiz, England und Berlin, hinein in eine wundersame Berg- und Erinnerungslandschaft.
Miek Zwamborn is schrijver, vertaler en beeldend kunstenaar. In haar werk spelen landschap en geschiedenis een belangrijke rol. Aan de hand van historisch beeldmateriaal, reisverslagen en wetenschappelijke rapporten pluist zij bestaande verhalen na om met deze fragmenten via verschillende media een koppeling naar het heden te maken. Zij publiceerde de romans Oploper (2000), Vallend hout (2004) en de dichtbundel Het krieken van sepia(2008). In 2013 verscheen haar derde roman De duimsprong bij Uitgeverij Van Oorschot.
Heel interessant maar misschien toch niet helemaal voor mij. Zwamboom schrijft mooi en ik vond de sfeer van het sublieme die door de pagina's spijbelde heel erg fijn. Het boek voelt persoonlijk en dichtbij en op de een of andere manier deed alles me denken aan lange vakanties naar Frankrijk, maar ik had wel een beetje moeite met het gebrek aan plot.
The geological equivalent of "The Martian" by Andy Weir and is everything that The Martian wasn't = full of existentialism.
The plot is quite captivating but the only reason I give it a 4 is because I didn't consider the lost boyfriend as a sympathetic guy in the few descriptions that were given. Other than that, amazing.
I don't believe this has an English edition yet, I read the Swedish one ("Vi ses vid världens ände").
De grote lijn vind ik een beetje vaag (misschien helpt op vakantie gaan tijdens het lezen van een boek daar ook niet bij). Waarom is ze aan het eind ineens in Engeland? De verhaallijn over Heim is wel fascinerend. Het is goed geschreven en er zijn prachtige stukjes bij over de Zwitserse bergen. De zwart-wit foto’s van mensen en uitzichten maken het nog mooier.
Een bijzonder boek - een soort essayistische roman met verschillende verhalen en onderwerpen door elkaar. Het liet me verlangen naar de bergen en de natuur, en naar de rust nemen om de dingen te zien.
Hoewel het een vreemde eend in de bijt is, namelijk een eigenaardig opgebouwd verhaal vond ik het een soepel te lezen boek. In essentie gaat het over het leven van een quasi onbekende Zwitsers geoloog Albert von Sankt Gallen Heim en zijn werk omtrent het Tödimassief. Zijn werk had grote invloed op de vooruitgang van de structurele geologie. Naast die verhaallijn loopt parallel een min of meer autobiografie van de schrijfster en over een 'relatie' met een vriend en reisgenoot die zoek raakt. Waar de titel 'De duimsprong' naar zou kunnen verwijzen is mij niet duidelijk...
De jury van de Opzij literatuurprijs schreef over De duimsprong: “Beklijft door de bijzondere combinatie van persoonlijke rouwverwerking en geschiedschrijving”. Deze combinatie zal de ene lezer afschrikken, de andere juist bekoren. Ik behoor tot de laatste categorie. Lees mijn recensie hier http://suzannevdijk.wordpress.com/201...
Er schoten me twee zinnen van Heim te binnen die ik in een van zijn geschriften was tegengekomen: 'Geologie is het oog van de geschiedenis. Het landschap heeft alles gezien.' (p.168)
"Hier, waar de prehistorie naar ons kijkt en wij terugkijken doet het landschap een poging om te tonen hoe beweeglijk de aarde nog is. Oude lagen komen opnieuw aan het oppervlak, nieuwe lagen verdwijnen. Wij hebben een zee die het land opvreet en een land dat wil uitvaren."
Miek Zwamborn neemt je mee op een interessante reis door bergen, dalen, langs kliffen en stranden en gaten in het landschap waarna je net als haar hoofdpersoon een berghart begint te voelen.
Gelezen in Meudon waar ik meer dan ooit bezig was met de kleur blauw, die ook veel in het boek voor kwam, wat dus perfect klopte en goed voelde. (geleend van annabelle, die dit wellicht voor me zo heeft uigekozen)