Mythen zijn van alle tijden en komen over de hele wereld voor. In de laatste tweehonderd jaar is de mythe een geliefd onderzoeksobject van wetenschappers geworden, gaandeweg vanuit steeds meer disciplines. Hoe ontstaan mythen, en waarom? Hoe kijkt men vanuit biologisch perspectief naar mythen, en hoe vanuit psychologisch of antropologisch oogpunt? Aan de hand van vele voorbeelden vat Hugo Koning in het 'Elementaire Deeltje' Mythologie wetenschappelijke opvattingen over deze wondere verhalen samen.
Een best uitgebreide uitleg van verschillende wetenschappelijke benaderingen van mythologie maar soms mis ik verduidelijking van het doel daarvan of wat het ons oplevert als we mythen op een dergelijke manier hebben weten te classificeren (en daardoor wat het mij als lezer oplevert dit te lezen). Het uiteindelijke gevoel dat de meeste mythes en benaderingen van mythen redelijk inwisselbaar zijn is niet het meest bevredigende resultaat van een boek lezen.
Hoe zijn rituelen bestand tegen zijn tijd? We denken dat het komt door biologische factoren. Eerst worden de rituelen doorgegeven omdat ze als ernstige zaak worden ervaren; ze zijn gewelddadig en laten daardoor een blijvende indruk achter. Ten tweede worden -zoals dat nu eenmaal gaat bij natuurlijke selectie- afwijkingen geëlimineerd. Stamleden die zich niet aanpassen aan de heersende rituelen en taboes worden op de een of andere manier verwijderd. Rituelen worden voortdurend herhaald, want voor een stam 'is de act van het begrijpen belangrijker dan wat er wordt begrepen'.
P68 - Freud heeft zelf niet zo veel mythen psychologisch geïnterpreteerd - hij hield het liever bij het analyseren van dromen van individuele patiënten, die hij over hun leven kon bergen om hun dromen beter te begrijpen. Toch heeft hij wel het een en ander gezegd over een paar mythen die ons ook bekend zijn. Een daarvan is hem the van Perseus, de zoon van Zeus en Danaë de op pad wordt gestuurd om Medusa te doden, de monsterachtige vrouw met het slangenhaar. Op advies van de godin Athena gaat hij eerst langs bij een paar nimfen, die hen voorzien van gevleugelde sandalen, een speciale bruiden en een hoed. Daarna bezoekt hij de Graiae, een drietal alwetende heksen die samen één oog en één tand delen. Perseus steelt die twee cruciale lichaamsdelen en dwingt de heksen zo de locatie van Medusa prijs te geven. Vervolgens gaat hij de confrontatie aan met Medusa, ontwijkt haar verstenende blik en onthoofdt haar.
Alle stadia van de queeste van de held laten zich op voor Freud typische wijze seksueel interpreteren. Het begint al met de nimfen die Perseus sandalen, tas en hoed aanbieden, allemaal symbolen voor het vrouwelijk geslacht. Maar dan komen we tot de kern van de mythe. Het stelen van tand en oog staat voor castratie, omdat het oog een symbool is voor de testikel. Ook het onthoofden van Medusa staat voor een castratie; vandaar dat haar hoofd is voorzien van slangen. Men zou in eerste instantie wellicht denken dat die zijn bedacht door een enthousiaste mythenmaker die haar gestalte nog enger wilde maken, maar volgens Freud was de griezelige haardos bedoelt ter compensatie: de slang is namelijk een symbool voor de penis, net zoals de slagtanden en de uitgestoken tong op veel afbeeldingen van Medusa. Het angstaanjagende beeld van de castratie werd nog verder gecompenseerd door het nageslacht van Medusa dat uit haar wegstromende bloed geworden wordt: de held Chrysaor (‘Gouden Zwaard’!) en de vliegende hengst (!) Pegasus. Ook de verstenende blik an Medusa moet in die lijn geïnterpreteerd worden - het is de troostende gedachte van de erectie.
Bij Freuds duiding van de mythe van Perseus zou iemand zich bijvoorbeeld kunnen afvragen waarom er zo’n vervolgd aan fallussymbolen voorkomt, terwijl de mythe over castratie gaat. Dat lijkt niet consistent, maar Freud kan makkelijk ontsnappen door te zeggen dat die symbolen er zijn ter compensatie. De duider heeft op die manier nooit ongelijk.
Soort; Tijd; Plaats; Personages; Status Mythe; Lang geleden; Een oerwereld; Bovenmenselijk; Waar Legende; Kort geleden; Bekende wereld; Menselijk; Historisch juist Sprookje; Maakt niet uit, Maakt niet uit; Maakt niet uit; Fictie
P78 - Harde wetenschap Het doel van mythen is het verenigen van de groepsleden, het versterken van de sociale cohesie en het verabsoluteren van de collectieve mores. Mythen zijn dus een vorm van nurture. In de tweede helft van de vorige eeuw komt er echter steeds meer aandacht voor die andere grote factor die van belang is voor de vorming van het individu: de biologie. Naast nurture is er nature: de chemische samenstelling van onze hersenen, genetisch programmering, instincten die gericht zijn op survival en al zo oud zijn dat ze deel uitmaken van de hardware van onze brein. Het nature-nurture-debat is ook overgeslagen naar de mythologie. Biologen gelopen dat mythen zijn ontstaan in reactie op natuurlijke noden en instincten. De huidige mens is het product van millennia van natuurlijke selectie; niet alleen onze lichamen, maar ook onze manieren van denken zijn ‘the fittest’ of het meest aangepast.
Een Grieks offer Een offer begint met een processie, waarbij de deelnemers hun alledaagse wereld verlaten. Het doel van de tocht is het altaar, waar een vuur op brandt. Iedereen gaat in een cirkel staan en de mensen reinigen hun handen met water. Er wordt ook water op het hoofd van het dier gegooid, dat door het er weer af te werpen een knikkende beweging maakt en daarmee dus instemt met het offer. De mand wordt rondgegeven en iedereen haalt daar wat graankorrels uit. Onderin de mand ligt een mes verstopt. De priester pakt het mes en snijdt een paar haren van het dier af, die in het vuur wordt gegooid. Na deze inleidende handelingen wordt het dier met een bijl doodgeslagen. De vrouwen in de groep schreeuwen zo hard dat alle herrie die met het doden gepaard gaat wordt overstemd. De daad is voorbij en het dier wordt opengesneden. De eetbare delen worden op het altaar gebraden en er ontstaat een gemeenschappelijke maaltijd: collectieve horror is veranderd in een collectief feest. De botten worden op het altaar gelegd in de oorspronkelijke vorm van het dier. Ze worden in brand gestoken, en de rook stijgt op naar de goden, die ook deelhebben aan het offer.
De Saussure: taal als systeem op zich. Taalwetenschappers uit de tijd van 1907-1913 richtten zich vooral op etymologie. Sanskriet was namelijk nog niet zo lang geleden ontcijferd en de geleidelijke reconstructie van het (Proto-)Indo-europees hield del linguïsten uit de negentiende eeuw goed bezig. Saussure richtte zich steeds meer op de ontwikkeling van de manier waarop taal functioneert als een betekenis-creërend systeem dan de taal zelf. De evolutie van taal had volgens hem niet zoveel te maken met de betekenis ervan; het ging hem erom hoe taal ingezet wordt om de gebruikers ervan hun wereld te laten duiden. Hij onderzocht de relatie tussen woorden en hun betekenis. Zijn onderscheid in langue (taal) en parole (spraak) bedoelt hij het volgende; met taal het geheel van alle regels van de grammatica. En spraak de manier waarop de taal zich manifesteert. Het is die onderliggende structuur die de betekenis bepaalt. Woorden hebben dus een absolute waarde: de corresponderende echte dingen in een wereld die voor hun bestaan niet afhangen van de woorden. In technische terminologie: er is een signe (teken), dat bestaat uit een zogenaamde signifiant (betekenaar, de klank van een bepaald woord) en een signifié (betekenis, het mentale beeld dat daardoor wordt opgeroepen), en die twee samen verwijzen naar de referent (het ding in de werkelijkheid). In feite zitten woorden helemaal niet vast aan een absolute realiteit.
Signifiant: Syntagmatisch Uitwerking Diachroon Parole
Signifié: Paradigmatisch Systeem Synchroon Langue
De overlap tussen signifiant en signifié: Het voorbeeld van de held die achtervolgd en gered wordt laat ziedt de syntagmatische en paradigmatische as elkaar nodig hebben. Signifiants zijn de geluiden zelf en volgen elkaar op; daarom hebben ze een speciale relatie met het syntagmatische, diachrone en parele. Daartegenover staat de signifié, het mentale beeld; iets dat beter past bij de paradigmatische as, een synchrone benadering en overduidelijk het spul waar langue van gemaakt is. Maar in feite bestaat er een duidelijke overlap tussen de twee categorieën: de strenge tegenstelling kan theoretisch gezien veel verduidelijken, maar in de praktijk grijpen de twee begrippen in elkaar.
Een vakgebied waarvan ik heel wat stukken en brokken ken, waarvan hier heel overzichtelijk en haast zonder een woord teveel een helder overzicht wordt gegeven. Koning (die ik ook al eens heel prettig heb horen praten over mythische monsters) ontpopt zich tot dé grote mytholoog van ons land. Hij laat zien dat hij de materie zo goed beheerst dat hij het eenvoudig, maar toch diepgaand kan uitleggen. Als het allemaal heel erg structuralistisch en Frans wordt, haak ik ten slotte toch een beetje af, maar verder geeft het boek weliswaar geen (voor mij) spectaculair nieuwe inzichten, maar wel een erg helder overzicht, geschreven in vlotte, begrijpelijke taal. En het en der leer ik toch wel weer wat nieuwe dingen over dit eindeloos fascinerende en eindeloze onderwerp.
Een duidelijke inleiding tot de studie mythologie. Het gaat dus niet over allerlei verschillende mythologiën zoals Mythos van Stephen Fry bijvoorbeeld. Koning geeft wel goede voorbeelden van mythen als hij de standpunten en ideëen van verschillende mythologen uit wil leggen!
Er wordt een goede introductie gegeven van de verschillende facetten van de studie naar mythologieën. De uitleg mocht echter wel uitgebreider en dieper, zelfs in zo'n kleine introductie.