Halverwege De haas met de amberkleurige ogen – de internationale bestseller waarin Edmund de Waal over zijn Joodse bankiersfamilie, de Ephrussi’s, en hun kunstcollectie vertelt – verrast hij ons met een portret van een intrigerende, moedige vrouw, zijn Weense grootmoeder Elisabeth. De passages die hij uit haar romans citeerde zijn onvergetelijk; net als haar eigen roman Het verborgen stadspaleis.
Elisabeth de Waal schetst de levens van de teruggekeerde ballingen die, net als zijzelf als jong meisje, opnieuw hun weg proberen te vinden in een veranderende stad. Elke donderdag komen ze op uitnodiging van de zakenman Theophil Kanakis naar zijn riante paleisje: journalisten, acteurs, schrijvers en geleerden. Men wil, na al die hongerjaren, genieten, drinken, praten, verliefd raken en vergeten. Eindelijk kunnen ze weer vooruitkijken. Er is een toekomst!
Opnieuw beginnen wil ook professor Adler, teruggekomen uit New York. Hij wil niets liever dan zijn werk voortzetten aan ‘zijn’ instituut. De Oostenrijkse regering heeft gegarandeerd dat alle verdreven wetenschappers en kunstenaars mogen terugkeren in hun oude positie, maar Adler stuit vooral op verzet, smoesjes en onverhulde vijandigheid. Hij ziet ook iemand anders struikelen: de beeldschone Marie-Theres. Zij komt bij Kanakis voor het eerst in aanraking met een milieu van decadentie, levenshonger en morele onzekerheid, en gaat aan haar eigen naïviteit ten onder.
Het verborgen stadspaleis is in veel opzichten het vervolg op de internationale bestseller van haar kleinzoon, en biedt de lezer een ‘ooggetuigenverslag’ van de wereld van de Ephrussi’s. Het evocatieve proza van Elisabeth de Waal schetst niet alleen de hoop en dromen van de teruggekeerde ballingen, maar toont ook wat het betekent ergens thuis te zijn. Een juweel van een literaire herontdekking, dat niet zou misstaan tussen de fonkelende sieraden van de exuberant uitgedoste prinsessen van weleer, de Sachertorte en de walsen van Johann Strauss.
Elisabeth de Waal was born in Vienna in 1899, the eldest child of Viktor von Ephrussi, of the banking family, and Baroness Emmy Schey von Koromla. She was educated at home and at a leading boys' school, studied philosophy, law and economics at the University of Vienna, and when only 19 gave a paper at the first of Ludwig von Mises's legendary Private Seminars on economics. She completed her doctorate in 1923 and also wrote poems (exchanging letters about poetry with Rilke). She was a Rockefeller Foundation fellow at Columbia. In 1928 she married Hendrik de Waal, a Dutchman; they had two sons, Viktor and Constant (later Henry), lived first in Paris and then in Switzerland, and in 1939 settled in Tunbridge Wells, England. She wrote five unpublished novels, two in German and three in English, including 'The Exiles Return' which was published posthumously. She died in 1991.