Alleen het (originele) voorwoord van 'Eilanden', is al beter dan de complete 'Blauwe Salon'. Ook in dit voorwoord maakt Boudewijn Büch gebruik van zijn eigen autobiografische gegevens om een gevoel van verlangen en weemoed op te roepen, maar dit is veel effectiever dan de ambitieuze constructie en het archaïsche taalgebruik (hoe amusant soms ook) uit 'De Blauwe Salon'. Mogelijk is dit ook tekenend voor het specifieke talent van Büch: een klein element isoleren, en dat laten spreken voor het grotere geheel, en ergens is dit ook geen vreemde werkwijze voor iemand die, in ieder geval ten tijde van het verschijnen van de eerste druk van dit boek, nog voornamelijk bekendheid genoot als dichter.
De eiland-thematiek past wonderlijk wel bij deze werkwijze, want op de een of andere manier slaagt Büch erin een paar eeuwen koloniale geschiedenis te behandelen aan de hand van een kleine dertig vlekjes op de wereldkaart. Dat koloniale geschiedenis het feitelijke onderwerp is van dit boek, blijkt wel uit het feit dat Büch het liefst atlassen van voor 1945 raadpleegt voor zijn stukjes over B.I.O.T., Bouvet, Tonga, en ga zo maar door.
Na het verschijnen van de eerste druk, kreeg de auteur meerdere malen de kritiek te horen, dat zijn boek niet erg betrouwbaar zou zijn, omdat hij op geen van de beschreven eilanden daadwerkelijk geweest zou zijn. Het betrof hier dus feitelijk een 'overschrijf-boek', en zo kan iedereen wel een boek schrijven, vond men. Juist dat 'reizen door de boekenkast', en het isoleren van elementen die de aandacht trekken, of wellicht beter gezegd; het persoonlijk inkleuren daarvan, vormen de kracht van het boek. Dat het boek inmiddels duidelijk gedateerd is, doet daar niets aan af. Büch heeft hier in boekvorm voor het eerst de vorm gevonden die hem als media-persoonlijkheid groot zou maken.
Een opvallend detail betreffende de vermenging van algemene geschiedenis met autobiografische feiten, danwel fictie, bevindt zich nog in het nawoord van de eerste druk. Dit nawoord is vervallen in de tweede druk, en toen ik de eerste druk nog niet in mijn bezit had, vroeg ik mij altijd af waarom dat het geval was. Het originele voorwoord was ook vervallen, maar deze werd vervolgens wel vervangen door een nieuw voorwoord, en een zeer uitgebreide inleiding (deze zal ik zal ik op zijn juiste plek binnen de chronologie alsnog recenseren.) Het originele nawoord is echter niet vervangen, en daardoor breken alle latere drukken van 'Eilanden' wat abrupt af. Het originele nawoord bevat wat dankzeggingen, en vervolgens rondt Büch het geheel af door te stellen dat zijn boekje eigenlijk helemaal geen vrolijk boekje is, en dat hij het daarom, verdrietig genoeg, opdraagt aan zijn zoontje.
Een cynisch iemand zou opmerken, dat in 1981 het zoontje nog deel uitmaakte van Boudewijn zijn 'image', maar dat hij ten tijde van de herdruk in 1991 succesvol genoeg was om het zonder dit 'ei van columbus'* te stellen. Omdat het nogal op zou vallen alleen dat zinnetje verwijderen, liet hij gelijk maar het gehele nawoord vervallen, in de hoop dat dit niemand op zou vallen wanneer hij er zeer genereuze inleiding tegen aan zou gooien. Het is niet aan mij hier een oordeel over te vellen, maar dit zijn het soort inter-contextuele dwarsverbanden waarvan ik er meer hoop te vinden in het verdere oeuvre van Büch.