In Arm Brussel schrijft Geert van Istendael over zijn zijn woonplaats Brussel: 'Dit is de stad van de onberekenbare eeuw die komt.' Die eeuw is inmiddels aangebroken, en Brussel lijkt door zijn eigenaardige geschiedenis beter aangepast dan elke andere Europese stad om grootsteedse fenomenen als veeltaligheid, migratie en multicultureel samenleven niet als bedreigingen te ervaren, maar als veelbelovende mogelijkheden.
Geert van Istendael, pseudoniem van Geert Maria Mauritius Julianus Vanistendael is een Vlaamse dichter en schrijver. Hij is/was ook journalist, literair vertaler en nieuwslezer.
Geert van Istendael, psydonym of Geert Maria Mauritius Julianus Vanstendael is a Flemish poet and writer. He also is/was journalist, literary translator and news anchor.
Fraaie ode aan Brussel van een Nederlandstalige Brusselaar, diep vertrouwd met de krochten en spleten van Brussel en haar ommeland, vol liefde voor haar verborgen schoonheid en vol diepe walging van wat haar door brekers in de afgelopen anderhalve eeuw is aangedaan. 'Noordenwind en Zuidenwind waaien door de straten. De Middellandse Zee en nu ook de Oostzee bespoelen de pleinen van Brussel. In Brussel tasten talen elkaar af, ze tasten elkaar aan en vermengen en vermenigvuldigen zich. In Brussel eten wij elkanders eten, snuiven wij elkanders geuren op, horen wij elkanders gezangen en beginnen we elkanders wellust op te wekken. Brussel, de mengstad, die vernield wordt door witte heren in donkere pakken en vernieuwd door het kroost van donkere vrouwen in witsatijnen gewaden. Dit is de stad van de onberekenbare eeuw die komt. In deze stad wil ik wonen en zwerven, wil ik drinken en ruiken en eten, zo gulzig als ik maar kan; in deze stad wil ik zingen in al mijn talen en ik wil toehoren hoe zij zingt in al haar andere talen. En bovenal, bovenal, in deze stad, in mijn lieve, kapotte, vertrouwde Brussel wil ik me steeds opnieuw niet thuis voelen.' Ik zeg het hem na.
“Arm Brussel” was het eerste Nederlandstalige boek dat ik heb gelezen. Als je ook geinteresserd bent in de geschiedenis in jouw stad en waarom ze zo werkt zoals ze werkt, dan kan ik je “Arm Brussel” echt hartelijk aanraden te lezen. Het is toch de perfekte gids voor Brusselaars die van hun stad houden maar vaak gefrustreerd zijn van bepaalde aspecten ervan. Van Istendael maakt een fantastiek job de geschiedenis van Brussel te verklaren. Zoals hij terecht zegt, is het een stad die haar verleden vergeet of zelfs ontkent. Hij openbaart dit op indrukwekkende wijze in verschillende hoofdstukken. Het boek is verdeeld in zeven hoofdstukken met verschillende focuspunten. Van Istendael Van Istendael geeft een zeer compleet beeld van Brussel. Hij begint met te vertellen over “De oude tijd”, dat wil zeggen de eerste verhalen die uit Brussel zijn overgeleverd, over de tijd in het hertogdom Brabant, de invloed van de hertogen van Bourgondië en tot slot over de Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden. Hij doet dit met een gedetailleerdheid die zeker indruk zal maken op de lezer. Er worden voortdurend verbanden gelegd met het heden en hoe eeuwenoude gebeurtenissen ons vandaag de dag nog steeds beïnvloeden. Wat ik zo waardeer aan de auteur is dat je letterlijk door het hele boek heen kunt ruiken hoeveel hij van Brussel houdt. Brussel is voor hem geen Vlaamse stad, het is een Brabantse stad, waarvan de geschiedenis wordt misbruikt door Franstaligen en Vlamingen van beide kanten voor politieke doelen. Het monument van Éverard t'Serclaes op de Grote Markt is hier een voorbeeld van. Voor Franstaligen, symbool van het Brusselse verzet tegen het hertogdom Vlaanderen, laat dit perspectief niet zien dat de toenmalige hertog van Vlaanderen Frans was en dat de Brusselse verzetsstrijder Brabants sprak, een Nederlands dialect. Van Istendael vertelt ook uitgebreid over de Napoleontische tijd en hoe deze periode een Franstalige elite creëerde die het tot hun project maakte om de Nederlandstalige (Brabants) bevolking van Brussel te verfransen. Je kunt zien dat hij deze ontwikkeling jammer vindt. Je krijgt echter nooit het gevoel dat hij hierdoor een probleem heeft met Franstaligen. Hij wil een stad voor beide taalgroepen en moedigt niet alleen Franstaligen aan om Nederlands te leren, maar vindt het ook jammer dat veel Nederlandstalige Brusselaars niet meer goed Frans kunnen spreken. Ik heb ook genoten van de hoofdstukken over de schoonheid en lelijkheid van Brussel. Ik was vooral aangedaan door zijn verdriet over alle mooie huizen die werden afgebroken, waarvan sommige prijzen hadden gewonnen maar vervolgens plaats moesten maken voor lelijke kantoorgebouwen. Er is een scène waarin Pascal Smet in zijn kantoor met een Deense stedenbouwkundige over de noordelijke wijk kijkt en de stedenbouwkundige zegt: "Alles wat fout kan zijn, is hier fout gedaan.” Voor iemand die naar Brussel kwam voor een job in de EU en las hoeveel gebouwen er werden gesloopt en hoeveel lelijke gebouwen er werden gebouwd voor de "EU bubble", was het zowel verlichtend als triest. Ik kan nog uren doorgaan over dit boek. Het is indrukwekkend hoeveel Brussel in zo'n korte tijd is veranderd. Een andere anekdote uit het boek beschrijft een buurjongen in Schaarbeek die in zijn jeugd vanuit zijn raam de gemaaide velden in het naburige dorp Woluwe kon ruiken. Waanzin! Maar hoe kan ik de recensie beter afsluiten dan het boek deed? Ik kan alleen maar zeggen dat iedereen die zich kan identificeren met de volgende zin het boek zou moeten lezen. “In deze stad wil ik wonen en zwerven, wil ik drinken en ruiken en eten, zo gulzig als ik maar kan; in deze stad wil ik zingen in al mijn talen en wil ik toehoren hoe zij zingt in al haar andere talen. En bovenal, bovenal, in deze stad, in mijn lieve, kapotte, vertrouwde Brussel wil ik me steeds opnieuw niet thuis voelen.”
Een ode aan Brussel, oprecht geliefd door van Istendael. Het grootste deel van het boek is gewijd aan drie specifieke thema's: Brussel als Nederlandstalige stad, Brussel en haat urbanistieke wandaden en Brussel als historische en literaire stad. Sommigen zullen de wat hardnekkige focus op bovengenoemde thema's en de norse stijl van de auteur betreuren. De humor, de verborgen pareltjes om te ontdekken en de vele anekdotes maken dit een aanrader voor iedereen die graag door onze hoofdstad dwaalt, of voor allen die Brussel willen leren beminnen.
Het boek schetst de geschiedenis van Brussel als stad die, onder het bewind van meerdere vreemde mogendheden, een eigenheid behoudt. Hij doet dit door plaatselijke personaliteiten op te voeren en door bij het belang van de stad in de Bourgondische, Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden en gedurende de Franse en Nederlandse periode stil te staan. Ook gaat hij in op de Brabantse Omwenteling die uitloopt op de Belgische onafhankelijkheid. Brussel wordt opgevoerd als toonaangevende stad op het vlak van 19de eeuwse architecturale vernieuwingen. Met wrange ironie wordt de 20de eeuwse kaalslag die de stad te beurt viel ten gevolge van ongebreideld winstbejag van projectontwikkelaars aan de kaak gesteld. Het internationaal karakter van Brussel wordt geduid waarbij de toestroom van eurocraten op de korrel wordt genomen, de baronieën van de negentien Brusselse gemeenten het moeten ontgelden en de aanwezigheid van Magrebijnse en andere etnische bevolkingsgroepen in de Brusselse context wordt geplaatst. De schrijver schrijft in een stijl die het midden houdt tussen onderzoeksjournalistiek en beeldrijk proza.
Inhoudelijk zou ik dit boek aan iedereen aanraden die graag wat meer over Brussel te weten wil komen, maar bereid er je op voor dat het taalgebruik ietwat gedateerd is en het hierdoor niet zeer vlot leest. Zelf heb ik er best lang over gedaan om me er volledig doorheen te werken, maar ik heb er ook wel ontzettend veel van opgestoken!