What do you think?


Verzamelde gedichten
Verzameld werk van de Nederlandse dichter (1887-1966).
- GenresPoetryDutch Literature
147 pages, Hardcover
First published January 1, 1964
About the author
J.C. Bloem
27 books6 followersJakobus Cornelis (Jacques) Bloem was a Dutch poet and essayist.
Ratings & Reviews
Friends & Following
Create a free account to discover what your friends think of this book!
Community Reviews
Displaying 1 - 17 of 17 reviews
December 3, 2024
was oké
November 10, 2022
Heerlijk melancholische gedichten voor kille herfstavonden.
"Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog 't meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest."
"Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog 't meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest."
August 10, 2025
"Niet te verzoenen is het leven,
Ten einde is dit wellicht nog 't meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest." - Zondag
&
"Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood,
En het leven vliet gelijk het vlood,
En elk zijn is tot niet zijn geschapen." - Insomnia
Ten einde is dit wellicht nog 't meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest." - Zondag
&
"Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood,
En het leven vliet gelijk het vlood,
En elk zijn is tot niet zijn geschapen." - Insomnia
June 12, 2017
Een geweldige dichtbundel om te lezen als het langzaamaan gaat schemeren na een lange dag. Bloem weet het het melancholische, droevige gevoel prachtig te omschrijven. Door zijn manier van schrijven voel je helemaal met hem. Mijn favoriete gedicht is denk ik Regen en Maanlicht.
De zomernanacht groeit den morgen tegen;
Nog is de hemel rein van dageraad.
Alleen de kleine stem der zachte regen,
Die aan mijn open venster praat.
Naar bed gegaan, vermoeid van leed en leven,
Een mens, die slaap wenst als hem de aarde pijnt,
Voel ik mij tot een lichter lust verheven,
Omdat de maan zo helder schijnt.
O onrust van de hete zonnedagen,
O wegen in den beet van 't stof begaan,
Wie zou na loomte en agst nog anders vragen
Dan dezen schijn der maan?
Al wat ik heel mijn leven heb verzwegen,
Verlangen zonder vorm en zonder naam,
Is nu geworden tot een warme regen,
Buiten een zilvren raam.
De zomernanacht groeit den morgen tegen;
Nog is de hemel rein van dageraad.
Alleen de kleine stem der zachte regen,
Die aan mijn open venster praat.
Naar bed gegaan, vermoeid van leed en leven,
Een mens, die slaap wenst als hem de aarde pijnt,
Voel ik mij tot een lichter lust verheven,
Omdat de maan zo helder schijnt.
O onrust van de hete zonnedagen,
O wegen in den beet van 't stof begaan,
Wie zou na loomte en agst nog anders vragen
Dan dezen schijn der maan?
Al wat ik heel mijn leven heb verzwegen,
Verlangen zonder vorm en zonder naam,
Is nu geworden tot een warme regen,
Buiten een zilvren raam.
June 15, 2020
Wel mooi
July 9, 2024
Verrassend toegankelijke gedichten. Volgens Reve moest je een dichter beoordelen op diens hoogtepunten, dan is Bloem tijdloos. Bijna elk gedicht gaat over de zekerheid van de dood, dat wordt op een gegeven moment wel voorspelbaar. Maar misschien is dat het punt
September 28, 2026
Door Ton Lemaire, die verschillende gedichten van Bloem in zijn boeken aanhaalt, was ik benieuwd geraakt naar deze Nederlandse dichter. Ik heb niet eerder zoveel gedichten in zo'n korte tijd gelezen, en in mijn hoofd begon het allemaal veel op elkaar te lijken. Het is ook wel erg veel kommer en kwel. Maar naast zijn bekendste gedichten Insomnia en De Dapperstraat heb ik toch van een flink aantal mooie zinnen uit andere gedichten genoten. Een selectie hieronder, waarbij de titel van het gedicht tussen aanhalingstekens staat.
"De avonturier"
Wij staren uren lang in 't lover van de bomen
En menen, dat voor ons ook eindlijk is gekomen
De zoete vrede van te zijn als elk aards ding.
"Kortste nacht"
En ik bad tot u, mijn lieve leven,
Dat de tochten van mijn bloed regeert:
Wil mij nooit de dompe vreugde geven
Van den wijze, die niet meer begeert.
Laat die vlam altijd mijn hart verteren,
Door wier brand ik droefste dagen dúld;
Laat mij hijgen in een fel begeren
Zó verlangend en zó onvervuld.
"Lentewind"
O, als een wolk te vlieden over zeeën
Naar al de havens van mijn weemoed heen.
O, leven aan het hart van vreugde en weeën
In gloed en eindeloze vlucht alleen
En aan de kust weeklaagt de eentoonge branding
Haar hopelozen zang van ijdelheid
Der daden, van de nooit-bereikte landing,
Van de' eeuwgen weerkeer en den snellen tijd.
Zo is het hart. Zijn onbegrepen tochten
Wervelen ons als stof op drogen wind -
Nadat veel wrede jaren langs ons vochten
Keren we en wenen waar wij droomde' als kind.
"Messalina"
'Geen wankel hart moet om ons jeugdig sterven klagen,
Ons oordeel was geen ban.
Het heil des levens is niet in de vele dagen,
Maar in de gloed daarvan.'
"Oude steden"
Als langzaam de geluiden van den dag verstillen,
De schemering gelijk een wolk van teerheid breekt,
Ontluiken ongerept en pril weer de eeuwge idyllen
Bij 't eerste schuchtre woord, dat lief tot liefste spreekt.
"In Memoriam"
En voor altijd is dit mij bijgebleven:
Hoe zeer veel stiller dood dan slapen is;
Dat het een daaglijks wonder is, te leven,
En elk ontwaken een herrijzenis.
"Zondag"
Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog 't meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest.
"Opdracht"
O onmacht van het diepste, voze spijt,
Dat hem mijn liefde steeds niet kan omringen
En engelen met flonkerende klingen
Tot lijfwacht stellen om zijn weerloosheid.
"Vroege voorjaarsavond"
Waarom dan zich in dromen te vergeten?
Laat het boek ongelezen. Wie dien 't deert?
Er is maar één ding dat wij zeker weten:
Dat eens de lente ons nimmer wederkeert.
"Slaap der jeugd"
Slaap der jonkheid, grondeloos verzinken,
Onvoorwaardlijk heen van 't heden zijn,
Aan de koude en dieper bronnen drinken
Dan de wereld en haar oude pijn -
"De Dapperstraat"
Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.
Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.
"Insomnia"
Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood,
En het leven vliedt gelijk het vlood,
En elk zijn is tot niet zijn geschapen.
"Scheiding"
Het leven volgt onwrikbaar de eigen lijn.
Elk ogenblik kan steeds het laatste wezen
En één zal altijd eenmaal 't laatste zijn.
Dan zal van 't lijf, ontkomen aan de tijd,
Niets dan wat naamloos stof meer zijn gebleven,
Wervelend op de wind van de eeuwigheid.
"Vertaald uit de Rubayat"
Kom, vul de glazen en denk langer niet
Eraan hoe snel de onhoudbre tijd ontvliedt.
Gisteren is dood, morgen nog niet geboren -
Wat zou 't, als ons vandaag genieten liet?
"De avonturier"
Wij staren uren lang in 't lover van de bomen
En menen, dat voor ons ook eindlijk is gekomen
De zoete vrede van te zijn als elk aards ding.
"Kortste nacht"
En ik bad tot u, mijn lieve leven,
Dat de tochten van mijn bloed regeert:
Wil mij nooit de dompe vreugde geven
Van den wijze, die niet meer begeert.
Laat die vlam altijd mijn hart verteren,
Door wier brand ik droefste dagen dúld;
Laat mij hijgen in een fel begeren
Zó verlangend en zó onvervuld.
"Lentewind"
O, als een wolk te vlieden over zeeën
Naar al de havens van mijn weemoed heen.
O, leven aan het hart van vreugde en weeën
In gloed en eindeloze vlucht alleen
En aan de kust weeklaagt de eentoonge branding
Haar hopelozen zang van ijdelheid
Der daden, van de nooit-bereikte landing,
Van de' eeuwgen weerkeer en den snellen tijd.
Zo is het hart. Zijn onbegrepen tochten
Wervelen ons als stof op drogen wind -
Nadat veel wrede jaren langs ons vochten
Keren we en wenen waar wij droomde' als kind.
"Messalina"
'Geen wankel hart moet om ons jeugdig sterven klagen,
Ons oordeel was geen ban.
Het heil des levens is niet in de vele dagen,
Maar in de gloed daarvan.'
"Oude steden"
Als langzaam de geluiden van den dag verstillen,
De schemering gelijk een wolk van teerheid breekt,
Ontluiken ongerept en pril weer de eeuwge idyllen
Bij 't eerste schuchtre woord, dat lief tot liefste spreekt.
"In Memoriam"
En voor altijd is dit mij bijgebleven:
Hoe zeer veel stiller dood dan slapen is;
Dat het een daaglijks wonder is, te leven,
En elk ontwaken een herrijzenis.
"Zondag"
Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog 't meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest.
"Opdracht"
O onmacht van het diepste, voze spijt,
Dat hem mijn liefde steeds niet kan omringen
En engelen met flonkerende klingen
Tot lijfwacht stellen om zijn weerloosheid.
"Vroege voorjaarsavond"
Waarom dan zich in dromen te vergeten?
Laat het boek ongelezen. Wie dien 't deert?
Er is maar één ding dat wij zeker weten:
Dat eens de lente ons nimmer wederkeert.
"Slaap der jeugd"
Slaap der jonkheid, grondeloos verzinken,
Onvoorwaardlijk heen van 't heden zijn,
Aan de koude en dieper bronnen drinken
Dan de wereld en haar oude pijn -
"De Dapperstraat"
Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.
Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.
"Insomnia"
Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood,
En het leven vliedt gelijk het vlood,
En elk zijn is tot niet zijn geschapen.
"Scheiding"
Het leven volgt onwrikbaar de eigen lijn.
Elk ogenblik kan steeds het laatste wezen
En één zal altijd eenmaal 't laatste zijn.
Dan zal van 't lijf, ontkomen aan de tijd,
Niets dan wat naamloos stof meer zijn gebleven,
Wervelend op de wind van de eeuwigheid.
"Vertaald uit de Rubayat"
Kom, vul de glazen en denk langer niet
Eraan hoe snel de onhoudbre tijd ontvliedt.
Gisteren is dood, morgen nog niet geboren -
Wat zou 't, als ons vandaag genieten liet?
March 13, 2018
Alhoewel poesie niet mijn ding is, voel ik op mijn klompen aan dat dit werk de liefhebbers kan aanspreken. Geen overdreven ingewikkelde constucties, wat de leesbaarheid ten goede komt.
December 31, 2020
Het wereldkampioenschap melancholie won Bloem vingers in de neus.
June 28, 2022
Verzameld werk van een dikwijls somber gestemde dichter.
December 17, 2023
Weinig van begrepen maar alles klonk zo mooi melancholisch.
Altijd november, altijd regen,
Altijd dit lege hart, altijd.
Altijd november, altijd regen,
Altijd dit lege hart, altijd.
August 10, 2025
Neem er nog een anders
May 1, 2024
De lyrische esprit van JC Bloem heeft een diepe indruk achter gelaten die verder gaat dan zijn fameuze 'Domweg gelukkig in de Dapperstraat'. Hij uit zich als een veelzijdig dichter (over bedelaars maar ook over brood) en de weemoed en melancholie dringt door tot in de haarvaten. Voor wie deze zomer nog van plan is die kant op te gaan, lees de ode aan Rome.
December 18, 2016
Bloem is de meest ongelukkige dichter uit onze literatuurgeschiedenis. Zijn gedichten zijn verzuchtingen van eenzaamheid en verlangen.
Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd november, altijd regen,
altijd dit lege hart, altijd.
Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd november, altijd regen,
altijd dit lege hart, altijd.
September 26, 2022
Deze bundel lezen terwijl ik zelf niet in de beste geestelijke toestand ben was misschien niet de beste beslissing, maar een groot aantal gedichten was daardoor toch des te treffender. Bloem weet het mooi te zeggen.
Displaying 1 - 17 of 17 reviews














