Ik liep in de bibliotheek tegen dit boek aan. De kaft en de titel van het boek intrigeerden mij om het boek mee te nemen en te gaan lezen.
Josh, Aaron, vader, moeder en opa verhuizen van een flatje naar een koophuis. Het huis van
F.T. van Hinkel. Een enigszins gekke wetenschapper die kortgeleden overleden is. Als ze het huis binnenstappen, komen zij erachter dat alle vloeren in het huis schuin lopen, de muren zijn volgeschreven met vreemde teksten en het gehele huis ziet er nogal krakkemikkig uit. Naast deze zaken komen Josh en Aaron erachter dat het huis geheime luiken, duistere gangen en mysterieuze kistjes heeft. En dan zijn er nog de pratende ratten.
Josh, Aaron gaan samen met het buurmeisje Lola op onderzoek om de geheimen van het huis te ontrafelen. Zo vinden ze groeipoeder. Wat de hond van de buurvrouw doet groeien tot een reuzenhond. De kinderen ontdekken dat sommige ontrafelde geheimen wel eens vreselijke gevolgen zouden kunnen hebben voor de gehele familie.
Naast het verhaal van de kinderen en het ontrafelen van de geheimen van het huis hebben we nog de man van de paarse deur, die al het speelgoed van de kinderen in de buurt steelt, twee begrafenisondernemers die door middel van de lijst sterfgevallen aankondigen en de “prater” aan de overkant van de straat die maar door ratelt.
De hoofdstukken in het boek zijn afgeronde verhaaltjes. Ze zijn gemakkelijk voor te lezen. Gedurende het lezen maakt het de lezer nieuwsgierig naar het verhaal in het volgende hoofdstuk.
Ik vond het wel jammer dat de plaatjes boven ieder hoofdstuk hetzelfde waren. Ook waren de plaatjes/tekeningen in zwart weergegeven. Hier had men wat meer aandacht aan kunnen besteden. Al met al vond ik het boek spannend, origineel, en grappig. Het verhaal zit vol raadsels en mysterie.