'Linus' vertelt in een paar delen het verhaal van Boris en wat hij heeft meegemaakt. Het hele boek staat bol van de metaforen en verwijzingen naar wat er echt met de jongen gebeurde en hoe dat zijn omgeving beïnvloed heeft. De mama van Linus kan er niet over praten en heeft alle interesse in het leven verloren. Zij doet enkel nog wat er moet gebeuren in het huishouden en dat helpt haar om de dagen door te komen. Voor haar jongste zoon heeft ze nog nauwelijks aandacht, ze wordt te zeer in beslag genomen door haar herinneringen aan Boris. Linus voelt zich hierdoor heel erg eenzaam, er komt nooit iemand op bezoek, zijn mama leeft in haar eigen wereldje en hij heeft geen broer of vriendjes om mee te spelen. Op een dag besluit hij de stad vol wegwijzers te hangen naar zijn huis, maar dan nog komt er niemand. Vervolgens schrijft hij een brief naar zijn grote broer. Zijn mama reageert vreemd als hij dat vertelt. Het lijkt wel alsof ze kwaad is en zet zonder iets te zeggen een pan met aardappelen hard op het fornuis neer. De volgende dag komt Boris langs terwijl zijn mama net even om boodschappen gegaan was. Als ze thuis komt en Linus haar glunderend zegt dat zijn grote broer er is, blijkt hij weer spoorloos verdwenen te zijn. Na enkele weken komt hij terug op bezoek en vertelt hij aan Linus wat er met hem gebeurd is. Hij vertelt hoe hij op de witte rotsen terecht kwam, en daarna in de betoverde boom en hoe hij het vervolgens opnam tegen het grote moeras. Gaandeweg kom je erachter dat dit een manier is om weer te geven hoe Boris gestorven is. Het is de invulling die Linus eraan geeft, het is tenslotte zijn fantasie. Daardoor is het ook mogelijk dat Linus Boris wel kan zien, maar zijn mama niet. Op het eind groeien zijn mama en Linus wel weer naar elkaar toe als Linus met een krop in de keel wakker wordt ('Er zat iets diks in zijn keel dat naar buiten wilde.') en hij naar de kamer van zijn mama loopt. Die voelt zich betrapt omdat ze spullen van Boris aan het bekijken is, maar laat op dat moment wel toe dat Linus met haar mee kijkt. Samen halen ze op die manier herinneringen op aan Boris en delen ze elkaars verdriet.
De tekeningen en de tekst kunnen in dit boek niet zonder elkaar. De tekeningen ondersteunen niet alleen de tekst, maar vullen die ook aan. Net zoals de tekst vaak integraal deel gaat uitmaken van de tekeningen door de typografische aspecten te variëren. Ook al gaat dit boek over een zeer zwaar thema, toch slaagt het erin het niet te zwartgallig te benaderen en is het al bij al een leuk en hoopgevend boek geworden.