Hoofdpersoon Martijn Neggers, een medewerker in een kantoorboekhandel in Valkenswaard, besluit op een dag het kleine Brabantse dorp te verruilen voor het iets grotere Tilburg. Vol goede moed gaat hij op zoek naar zijn dromen en een Grootsch Leven. Maar al snel blijkt dat het leven niet op zoek is naar hem. Pas als hij oud is en er niets meer aan te doen is, realiseert hij zich dat het leven hem niets heeft gebracht. Niets. Hij besluit angstvallig zijn leven nog eens in detail de revue te laten passeren, hopend dat hij ergens iets over het hoofd heeft gezien, zich iets of iemand te herinneren die de moeite van het leven waard was. De mensen die achterbleven is een semi-autobiografische zoektocht naar glorie en succes, die onze held op een heleboel plekken brengt, behalve daar waar hij wil komen.
Martijn Neggers (Eindhoven, 1987) schrijft poëzie, kort proza en romans. In 2012 publiceerde hij bij Tilburgse Uitgeverij Geroosterde Hond de bundel Hoop in blije dagen. Daarna volgden bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar de romans De mensen die achterbleven (2016), Spoetnik (2018) en Leve de koning (2021). Met het schrijverscollectief Team Edgar schreef hij ook voor die uitgeverij de voetbalverhalenbundel Mindere Goden (2018) en samen met Bas Jongenelen maakte hij de eerste sonnettenkransenkrans in de geschiedenis van de wereldliteratuur: Een kruisweg van alledaags leed (2016).
Hij richtte het literaire tijdschrift De Titaan op, en schreef verder voor oa. Nieuwe Revu, Playboy en Vice, De Optimist en Tirade. Op Urk wilden ze Neggers na een reportage 'met boeken en al op de brandstapel gooien', in Tilburg noemen ze zijn columns een 'deprimerende tsunami aan alledaagse sores' en in Helmond is hij na Spoetnik überhaupt niet meer welkom.
Op dit moment legt hij de laatste hand aan zijn nieuwe roman "De tragische ondergang van Amsterdam Country", die in 2026 zal verschijnen. Op The StoryGraph is hij te vinden als @martijnneggers.
Ik hou van dit concept (deed me natuurlijk ook denken aan het (later gepubliceerde) debuut van Lisa Huissoon). Maar de stukjes ‘uitleg’ of oudere blik, hadden voor mij niet per se zo uitgebreid gehoeven, de lijst herinneringen sprak al genoeg voor zichzelf zonder dat de context erbij vermeld hoefde te worden en volgens mij kon er ook prima vooruitgewezen worden naar zijn huidige situatie in de tekstjes zelf (aangezien ze toch vanuit het heden over het verleden zijn geschreven). Ook fan van Neggers’ stijl, niet te veel poespas, lekker helder en rechttoe rechtaan. Geen lyrische zinnen vol vergelijkingen die ergens omheen draaien of iets beschrijven, maar juist de directe confrontatie werd aangegaan. Er werd nergens omheen gedraaid. Maar op een gegeven moment mocht er wel iets meer gebeuren van mij en bleef het een beetje te veel doorkabbelen en werd er iets te veel gehoopt op de seks, vrouwen en ‘onzedelijkheid’ om het verhaal te dragen. Het had voor mij iets spannender gemogen, maar dat had hem niet alleen in het plot(einde) hoeven zitten, maar ook juist in nog meer aanvaringen met mensen uit zijn verleden en de melancholische terugkijk daarop (waar Neggers’ erg goed in slaagt om die te beschrijven in de stukjes waarin er wel wordt teruggeblikt!).
Zoveel aandoenlijke mensen en situaties, juist ook door die uitzichtloosheid, de manier waarop zijn leven stilstaat terwijl dat van alle anderen doorgaat. Heel mooi.
Laat ik het de Dutch disease van de Nederlandse literatuur noemen: een persoonlijk verhaal over je jeugd schrijven en daarvoor om onduidelijke redenen te veel pagina's gebruiken, waardoor je als lezer niet goed snapt waarom al die informatie voorbijkomt, en waardoor de kwaliteiten van de schrijver ondergesneeuwd raken door het falen van de lengte.
En ja, dat zeg ik omdat ook dít boek aan die Dutch disease lijdt. En dat is zonde. Martijn Neggers doet namelijk een aantal dingen heel goed. Zijn format, een oude man die via een archief terugkijkt op zijn leven, past uitstekend bij zijn manier van schrijven voor onder meer Nieuwe Revu en Vice: korte observaties, verrassende aandachtspunten door extreem in te zoomen. Ook leest alles soepel en toegankelijk, zonder triviaal te worden. Een pik hier, een scheet daar: het kan gewoon, zonder te detoneren.
Maar ja. Wat is precies de stuwende kracht in dit boek? Wat staat er op het spel, wat wil de schrijver de lezer écht vertellen, en waarom zou je als lezer door willen blijven lezen? Want na een pagina of wat snap je het format en denk je: oké, dus, wat gaan we doen? En dat blijft onduidelijk.
Hoofdpersoon Martijn Neggers (niet te verwarren met de eveneens in Tilburg wonende schrijver Martijn Neggers) is een ruggengraat- en ambitieloze nietsnut die de illusie heeft dat er een groots en meeslepend leven geleefd moet worden, maar daar op geen enkele manier voor geëquipeerd is. Hij start een bijzonder domme vriendschap, belandt op wonderbaarlijke wijze hier en daar bij wat vrouwen in bed, verdrinkt zich regelmatig, eindigt berooid in Berlijn, en vervolgt zijn leven als de man die hij echt is: saai, voorspelbaar, ontevreden, maar levensvatbaar.
Dat is op zich een oké-ish scenario voor een kort verhaal (hoewel niet bijster verrassend), maar gek genoeg vult Neggers dat verhaal aan met allerhande korte schetsen van andere mensen en situaties die hij tegen is gekomen, zonder dat die per se bijdragen aan het verhaal. Soms voelt het een beetje als een bundeling columns waar een rode draad omheen is geschreven.
Ook op microniveau zie je dat terug: Neggers doet regelmatig observaties waarvan je weet dat hij die opschrijft omdat hij ze een leuke zin vond, niet omdat ze nodig zijn voor het verhaal. Nu hoeft niet elke van het dak af vallende mus verantwoord te worden, maar na een klein massagraf dode vogels denk je: yo, leg uit, wat is hier aan de hand, wat betekent dit dan?
Dus: lezen voor de verrassende vorm, de soepele schrijfstijl en vermaak in fragmenten. En niet lezen voor een verrassend verhaal, logica of grootse en meeslepende urgentie.
In De mensen die achterbleven verhuist schrijver Martijn Neggers van het pietluttige Valkenswaard naar het grootstedelijke Tilburg. Hij komt er te werken in bar Weemoed, raakt bevriend met ene André en besluit met hem uiteindelijk naar Amerika te gaan. Dat lukt niet: ze stranden in Berlijn. Neggers vertelt het verhaal aan de hand van een archief dat gevuld is met ontmoetingen die hij met mensen heeft gehad.
Voor mensen die Tilburg een beetje kennen is dit boek natuurlijk een feest van herkenning. Het absurdistische van de stad klinkt in elke letter door en er zijn genoeg plekken waar doorgewinterde Tilburgers dagelijks komen of voorbij wandelen. De vertelvorm is vernieuwend en het gegeven dat Neggers een deels vruchteloos leven beschrijft heeft wel iets. Dat is tenslotte het leven dat de meeste mensen leiden.
Toch vind ik dat het boek niet echt opbouwt naar een sterk einde. Er komen veel ontmoetingen in het boek voor die niet per se bijdragen aan de rode lijn. Ze zijn leuk om te lezen, maar het lijkt erop dat de schrijver het vooral leuk vond om ze op te schrijven. Als Neggers die ruimte had gebruikt om zijn pointe beter uit te werken, was dit boek beter tot zijn recht gekomen.
De mensen die achterbleven is de debuutroman van Martijn Neggers. De achterkant belooft ons een semi-autobiografische roman over een man die vindt dat zijn leven totaal zinloos is. Dat doet het ergste vrezen. Gelukkig valt het allemaal wel mee. Als je je niet stoort aan woorden als neuken en andere stoere taal is het een aandoenlijk en af en toe vermakelijk boek over ons alledaagse leven. Jammer genoeg weet de hoofdpersoon niet hoe hij gelukkig kan zijn met wat hij heeft. Zijn verwachtingen over het leven zijn te hoog gespannen, en aan eigen initiatief ontbreekt het hem. Hoofdpersoon Martijn is een verlegen achtentwintigjarige jongeman. Hij is een meeloper die zelf weinig initiatief neemt. Zijn eigen dromen zijn héél vaag. Hij heeft totaal geen beeld van hoe het leven dat hij zoekt eruit zou moeten zien. Het moet wel een ‘Grootsch en Episch’ leven zijn met Rock en Roll. Daarom verlaat hij zijn geboorteplaats en gaat op zoek naar het échte leven, in Tilburg… Zijn leven in Tilburg zorgt voor aandoenlijke en amusante momenten. Als hij bijvoorbeeld uit mededogen de favoriete tuinkabouter koopt van een verdrietige vrouw, die ze liefst niet kwijt wil, laat hij zich van zijn lieve kant zien. Dat hij de tuinkabouter bewaart tot hij een oude man is heeft iets vertederends. De momenten waarop hij zijn vreemde escapades met vrouwen beschrijft brengen dan weer een glimlach teweeg. Tilburg brengt hem niet wat hij verwacht had. Hij glijdt langzaam af en raakt aan lager wal. Hilarisch is het moment wanneer hij samen met zijn stoere drinkbroeder André voor het blok gezet wordt in Berlijn. Ze moeten hun lichaam verkopen want anders…. Ten einde raad belt hij zijn moeder op die hen ophaalt in Berlijn, waarna hij een verder kleurloos en ongelukkig bestaan als bibliothecaris leidt. Om te bewijzen dat hij bestaat, houdt hij vanaf dat moment een archief bij van iedereen die hij ooit is tegengekomen. En die hem niet gemist hebben toen hij uit hun leven verdween. Hij sterft op negenenzeventigjarige leeftijd zonder dat iemand zijn archief ooit zal lezen. Het begin is ietwat verwarrend en ongeloofwaardig. De Martijn die het verhaal vertelt is al een oudere man die, na wat rekenen, in het jaar 2064 blijkt te leven. Aan de hand van zijn archief vertelt hij over het leven van zijn jongere ik. Gek genoeg is er in de toekomst niet veel veranderd. Martijn heeft zelfs nog een papieren krantenabonnement, speciaal voor senioren. De bus rijdt nog steeds en hij lijkt geen computer te hebben. De omslagfoto met de leguaan zorgt ook voor verwarring. De foto roept associaties op met Harry Potter en Aristides Quarles uit Q en Q. Martijn is zes jaar oud wanneer de scène met de leguaan plaatsvindt, terwijl de jongen op de kaft zeker ouder is. Zijn bril past ook niet bij de negentiger jaren. De mensen die achterbleven is een goed leesbaar debuut over een wat zielige eenzame man die het leven zoals het is niet kan waarderen. Een man die niet weet hoe het anders kan en zich daar grotendeels bij neerlegt. Het beschrijft het dagelijks leven zoals we dat allemaal kennen, met het grote en het kleine leed dat ons raakt, maar waar we niet bij stilstaan omdat andere zaken ons steeds weer opeisen. Neggers sleept ons mee in de ontreddering maar laat ons ook glimlachen en ontroeren: dan weer het een, dan weer het ander en soms beleven we alle emoties tegelijk.
Een erg fijn boek dat je laat nadenken over wat je zelf met je leven zou willen doen voordat het te laat is. Al is het nooit echt te laat om er iets aan te veranderen, toch?
Het is ontroerend om te lezen over het leven van een oude man die een logboek bijhoudt van de mensen die hij ontmoet, terwijl de meeste mensen overwie hij schrijft hem waarschijnlijk na vijf minuten alweer vergeten zijn. Daarboveno[ is het herkenbaar om te zien hoe Martijn als twintiger een Grootsch Leven wil (dat willen we allemaal, niet?), maar er toch niet in slaagt om dat leven in gang te roepen.
De korte stukjes, absurde, ontroerende, herkenbare situaties en het makkelijke taalgebruik zorgen ervoor dat je door blijft lezen.
Zelden lees ik een boek zo snel uit als deze debuutroman van Martijn Neggers. Een lach, een traan, een vlotte pen en de meest vreemde avonturen slepen je mee in dit topboek!