Een worstelende schrijver klampt zich vast aan elke commerciële opdracht die voorbijkomt. Het begint onschuldig met een bijdrage aan een nieuwe game, maar de opdrachten die volgen voeren hem mee in een hallucinante rit over de planeet. In Madrid belandt hij in de ondergrondse schuilplaatsen van de verstotenen der aarde; in het surreële Kazachstan komt hij terecht in een absurde volksopstand, om uiteindelijk aan te spoelen in de waanzin van Tokyo.
Jungle is een bijtende, geestige kroniek over een man op zoek naar zingeving in een uit de bocht gevlogen tijd.
Joost Vandecasteele is schrijver, scenarist en comedian. Hij studeerde theaterregie in Brussel aan het RITCS. Hij maakte de jeugdvoorstellingen 'De wereld volgens lang, dik en dom' in hetpaleis en ‘Sorry voor alles’ voor Bronks. Als romancier is hij één van de innovatiefste stemmen in de Nederlandstalige literatuur. Hij viel al in de prijzen met enkele van zijn theaterstukken, kortverhalen en roman 'Jungle'. Hij schreef het scenario van de onvolprezen televisiereeks 'Generatie B' en het pakkende 'We moeten eens praten'.
Ik heb van de literatuurpolitie nooit een toelating gekregen om recensies te schrijven maar Goodreads stelde het voor dus al uw klachten mag u naar hen opsturen. Dit is niet bedoeld om u het boek te doen lezen; het is ook niet bedoeld om u het boek niet te doen lezen en het is al helemaal niet bedoeld om mij artistiek en diepzinnig te doen lijken.
Ik vind niet dat literatuur moet vergeleken worden met andere literatuur, van dezelfde auteur of niet. Dat is niet interessant dus ik ga niet zeggen dat het zijn beste boek tot nu toe is.
Ik heb enorm genoten van Jungle. Vandecasteele heeft een taal die steeds aangrijpt, luid is, met weldoordachte woordkeuzes die je dwingen te lezen wat er staat. Hij sleept je mee in zijn wereld die heel erg lijkt op de onze maar net dat ietsje gestoorder is maar niet veel. Hij is wat voor op zijn tijd denk ik, vroeger zouden ze dat avant-garde genoemd hebben. Wàt er gebeurt is minstens even boeiend maar verwarrend. Verward zijn is dan ook de enige gezonde reactie die een mens kan hebben op deze maatschappij, deze globale toestand en hoe we met elkaar omgaan. Dit boek is de meest uitgesmeerde versie van 'ik weet het ook niet, sorry' die ik ooit gelezen heb.
Kritiek? Oké dan. Op het hoofdpersonage na, zijn de andere personages niet heel uitgewerkt, wat de indruk schept dat het hoofdpersonage pathologisch egocentrisch is. Maar dat blijkt niet echt uit de rest van zijn handelen. We bekijken de wereld door zijn ogen en komen niet heel erg veel te weten over de anderen. Nochtans had ik de indruk dat Mona en Gespuis wel het potentieel bevatten van boeiende antagonisten maar toch net iets te veel gewoon andere stemmen van dezelfde auteur zijn.
Wat mij zo bevalt aan Vandecasteele vinden we ook hier terug. Eindelijk eens een schrijver van mijn generatie (een nipte Y-er) die over het hier en nu schrijft en niet over de strijd die mijn ouders en grootouders gestreden hebben. En hoewel hij zeer verwarrend is, snap ik hem, denk ik. Of hij lijkt mij te snappen, ik heb nooit echt geweten hoe literatuur juist werkt. Ik leef althans in dezelfde wereld, waar je dagelijks met de meest ongelooflijke nieuwsberichten geconfronteerd wordt totdat je er misselijk van wordt, waarin games de nieuwe opera zijn en een intertekstuele verwijzing naar Bible Black of Pokemon ook gewoon kan. Hoera daarvoor.
Het thema van Jungle is volgens mij hoe mensen behoefte hebben aan een identiteit. Ook al heeft die identiteit geen enkele basis, mensen willen absoluut 'zichzelf zijn' met meningen en opinies, een imago, en anders kunnen ze niet leven. Het boek gaat over de waanzin die woedt in onze breinen. Onvermijdelijk zal een maatschappij, gemaakt door zulke breinen, gestoeld zijn op wankele poten, en op alle vlak instorten: economisch, politiek, klimatologisch. De mens wurgt zichzelf.
Sfeer 'Jungle' vind ik een prachtig boek. Het heeft steeds een toon vol humor, een humor waar we de onzin van hoe we leven heel goed kunnen zien. Gelukkig gaat Vandecasteele er niet om huilen, zoals zoveel depri-cult schrijvers, maar kan hij het allemaal nog leuk formuleren. Wat het niet minder hard maakt, vergis je niet: dit boek is heel hard, maar ook hilarisch.
Er is ook een surrealistisch aspect, maar het is minder surrealistisch dan het lijkt. Onze realistische wereld waarin we leven is namelijk zo ontzettend waanzinnig, dat hij grenst aan het surrealisme. Of wat te denken bijvoorbeeld van de Onmogelijke Huizen in het verhaal, wanneer je dan een artikel leest in een krant over het feit dat fotografie van ongekende ruïnes, of soms intacte interieurs, maar compleet in 'het verborgene' gebleven gedurende minstens tientallen jaren, erg trendy is? Ook die fotografen dringen als het ware binnen in onmogelijke oorden, en het is niet altijd ongevaarlijk voor hen. Hele huizen of fabrieken kunnen op hen instorten. Hoe dan ook, dimensies vermengen zich.
Vandecasteele kreeg als kritiek dat het boek 'rijke ideeën' had, maar 'onvoldragen' is. Onvoldragen? Volgens mij is het juist puur filosofie. Wie gezegd heeft dat dit boek onvoldragen is, snapt 'Jungle' niet, of voelt nattigheid, voelt zich op zijn tenen getrapt, en wil het niet snappen. Dat niet willen snappen, is overigens ook iets waar Vandecasteele naar verwijst in zijn boek.
Quotes WAARSCHUWING voor spoilers. Aangezien de quotes van begin tot einde van het boek lopen, tref je er natuurlijk ook inhoud uit het boek in aan. Als je het boek nog wil lezen, raad ik aan de 3 laatste quotes (hoofdstuk 15) niet te lezen, ook al is er véél meer in het boek dan dat.
Hoofdstuk 4 "(...) de foute veronderstelling dat je elke verjaardag na je achttiende een geheim over het leven cadeau krijgt. Maar het tegendeel is waar, elk jaar verminderen de pakjes en zijn de enigen die je nog gelukwensen sturen diegenen die op Facebook uit automatisme ook ‘Gelukkige Verjaardag’ op het profiel van een dooie zetten. Het enige wat je verkrijgt als inzicht over het leven is dat niemand anders het ook weet, ook al zijn ze nog zo goed in het pretenderen van het omgekeerde."
Hoofdstuk 8: ‘Weet je wat ik zo mooi vind aan games?’ Ik schud van niet, hoe duidelijk retorisch zijn vraag ook klonk. ‘Dat je in het begin altijd eerst uitgelegd krijgt hoe je het moet spelen. Welke knoppen je moet gebruiken en zo. Het leven zou zo moeten beginnen, met een uitleg en een keer proberen. En als je personage jou niet aanstaat, mag je een ander kiezen. Jezelf andere kwaliteiten, een andere kop toekennen. We zijn echt veel te vlug tevreden met wat ons wordt aangeboden.
Hoofdstuk 10: Een even vreselijke ervaring als toen het Fonds voor de Letteren allerlei uitgevers uit Duitsland liet overvliegen om lokale auteurs aan te slijten en ik een uur opgescheept zat met iemand van een uitgeverij die enkel dooie schrijvers uitgaf. Zodat elke poging van mij om eigen werk verkocht te krijgen, weggeslagen werd met de dooddoener dat hij mij niet helpen kon zolang ik nog in leven was.
Hoofdstuk 11: "Tijdens die paar schrijfweken achter een computerscherm heeft Brussel zich zonder mij ontpopt tot een stad zonder schroom. Het zou me niet eens verbazen, mocht het stratenplan van bovenaf FUCK YOU vormen. Met nog meer betogingen, soms 2 tegelijkertijd die elkaar dan kruisen en elkaars slogans besmetten, zodat je kreten hoort als: ‘We willen meer minder, we willen meer minder.’ "
Hoofdstuk 13: Het blijft 1 van de meest tragische manifestaties van macht, dit graduele geloof in een eigen onmetelijke goedheid, waardoor elke kritiek een persoonlijke aanval lijkt en elke felicitatie een vanzelfsprekendheid. In een versie van de wereld die nooit de onze zal zijn, zou macht in pakjes moeten zitten met de waarschuwing: ‘Gebruik met mate’.
Hoofdstuk 15: Het metrocomplex braakt als een misselijk monster mensen uit in onbedwingbare gulpen. Met bezwete gezichten en bevuilde kleren verschijnen ze na hun 12 uren op kantoor, de helft van hun leven beleven ze onder tl-lampen en iets te vaak ook hun einde, een fenomeen zo frequent dat er in het Japans een woord is uitgevonden voor ‘dood door overwerk’.
Hoofdstuk 15: Gehuld in hun nooit ververste of vervangen maatpak slapen ze eventjes in metrostellen of op trottoirs, om dan weer te gaan werken. Individuen ontdaan van hun identiteit als mens, waarna enkel die van werknemer en consument overblijft. Alsof het een wanhoopsdaad betreft om deze economie draaiende te houden door alle activiteiten waar geen geld mee gemoeid is stop te zetten.
Hoofdstuk 15: Thuis is een onbegrijpelijk concept geworden.
Sign of the times. Vandecasteeles vijfde boek begint met het ter ziele gaan van een uitgeverij. Wat volgt is gelukkig geen klaagzang over de verloedering van onze maatschappij, maar een waanzinnige roadtrip die leest als een ode aan verbeelding, vervreemding en vrijheid. De Brusselse protagonist, een alter ego van de auteur, neemt ons mee op zijn wondere reis door wat is overgebleven van de onderwereld van de hedendaagse literatuur. Het verslag van die reis is doorspekt met zijn fascinatie voor de wereld van videogames (Très Silent Hill, n’est pas?) en met zijn onvrede met de wereld om zich heen.
Het is een schreeuwerig boek met een schreeuwerige kaft. Maar dat moet. Dit is geen boek dat je na het lezen weer rustig in je boekenrek schuift. Het is een boek dat je wereld op haar grondvesten doet daveren, een boek dat een onmogelijke tegenwereld beschrijft als enige mogelijke reactie op de gefragmenteerde jungle van onze werkelijkheid. Het is een boek dat aankomt als een reusachtige bokshandschoen in een cartoon (beeld ontleend aan Vandecasteele).
Jungle is een ‘onmogelijk huis’, een anomalie waarin het heerlijk vertoeven is. Ver weg van een werkelijkheid die ons ketent aan middelmatigheid en aan door kapitalisme uitgelokte valse verlangens. Samen met Vandecasteele kijk ik uit naar een tijdperk waarin de werkelijkheid wordt herontdekt. Boeken als Jungle zijn daartoe een mooie aanzet.
Af en toe hoor je beschrijvingen als 'rollercoaster' en 'als een koortsdroom' als het over verhalen gaat, en beide zijn meer dan van toepassing om dit boek. Het hoofdpersonnage begint in een Brussel dat bijzonder weinig van het onze verschilt, maar gaandeweg en tijdens zijn reizen rond de wereld, blijkt die laatste almaar meer te ontsporen, tot er maar een nachtmerrie-achtige (en behoorlijk absurde) versie van overblijft. Het boek is wel zo actueel, dat het wellicht snel ook gedateerd zal zijn, wat een tikje jammar is.
Enfin, eindelijk een Vlaams boek met een deftige dynamiek en een flinke portie fantasie. Een rollercoaster, gestoeld op de werkelijkheid met een vleugje absurdisme, Apocalyps en surrealisme. Voor mij erg goed verteerbaar en een verademing na de zoveelste mistroostige, trage Vlaamse roman. Tof!
"Massa" en "Vel" waren erg goed, maar deze jongste worp slaat nergens op. Ik had het kunnen weten. Een schrijver die over een schrijver schrijft, dat komt nooit goed. 250 pagina's verveling.
Ik kan een verwarrende verhaallijn hier en daar wel waarderen maar hier volgde ik heeelemaal niets van. Het verhaal reikte me veel te weinig motivatie aan om de verwarring te willen ontwarren, alleen frustratie over de keuze om alle getallen als cijfer te schrijven in plaats van uit te schrijven. Dat had waarschijnlijk bij moeten dragen aan hoe ‘anders’ en ‘gedurfd’ dit boek is, maar niet geslaagd wat mij betreft.
Surrealistisch en intrigerend plot over een wereld die langzaam veranderd in een jungle/detailloze videogame, en de schrijver die zich daarin krampachtig probeert te redden. Volgens mij hier en daar wat kritiek op België die ik als Nederlander niet helemaal kon plaatsen. Schrijftstijl is erg comfortabel en de ideeën die besproken worden zijn erg bijzonder en zet je zeker aan het denken.
Wat deze roman zo beangstigend maakt is dat hij op de grens tussen realiteit en fictie zit. Bepaalde gebeurtenissen zijn uit de pen van Vandecasteele gevloeid, maar zijn zo accuraat dat ze evengoed elk moment in het echt zouden kunnen plaatsvinden. Ik werd er niet echt vrolijk van, en bleef achter met een verweesd gevoel en een lichte angst voor de apocalyps.
Een rollercoaster maar ik kon niet volgen. De wereld als een soort apocalyptisch computergame. Ik snap wel dat het onze tijdsgeest goed weergeeft, maar ik snapte niet goed waar het verhaal om draaide (misschien is dat net het punt).
Awel, ik was onder de indruk. Van het geschetste wereldbeeld, van de rake formuleringen, van de af en toe klets erop! zinnen waarbij je niet anders kan doen dan instemmend knikken. Tegelijk was het een rollercoaster van gevoelens, absurditeit, niet meer weten wie je bent, waar je bent, wat echt is en wat niet en hoe ver de mens bereid is te gaan en waarvoor dan eigenlijk? Daarnaast de vlotheid waarmee het 'echte' leven een virtueel wannebe-life wordt waarbij er eigenlijk maar weinig meer van de mensheid overblijft. En het is goed geschreven, je krijgt zo en passant efkes een dreun en dan gaat het weer even surrealistisch ( en toch herkenbaar) verder. Leest Joost en denk diep na!
Zijn vorige boeken waren bevreemdend en grappig. Deze is ook wel bevreemdend, maar toch vooral vermoeiend. Een kopie van de schrijver is "een onbeduidend personage in de apocalyps." Of er überhaupt nog sprake is van een realiteit zoals wij die kennen is niet helemaal duidelijk. In ieder geval tonen alle "mensen" zich wel vrij consequent van hun slechtste kant. Op zich is het niet slecht geschreven, maar het fel doorgedreven nihilisme is dus vooral vermoeiend.
Jungle leest als een trein. Het is een heel bevreemdend, intrigerend en gewoon raar boek. Het bracht me nog meer in de war dan het hoofdpersonage en ik vermoed dat dat de bedoeling was. In een woord: geweldig!