Dit was herlezen voor mij. Het boek dateert van 1985, daarom kwam het, zeker in het begin, wat verouderd over. Er werd nog gesproken over Zaïre. En dan was er het Vlaamse taaltje van de missionarissen – zo erg uit de oude doos. Maar dit is wel werkelijkheid geweest. Het was even een stapje terug zetten in de geschiedenis, en van daaruit de beschouwingen over Congo lezen, en alles over het land.
Het was heel interessant.
Naarmate ik verder las, herinnerde ik mij wat ik eerder gelezen had, en ervaarde ik net dezelfde verontwaardiging, verwardheid, mengeling van emoties… ik was net zo blij om te lezen over lemen hutten, rieten hutten, hutten met bladerdakken, huizen van leem en huizen van steen. Om te lezen over ‘oncle’ en ‘mama’ en ‘papa’, de Congolese talen. Het boek is een hele goede inwijding in het land. Het is allemaal best ingewikkeld: hoe de bevolking helemaal anders reageert op blanken volgens de streek, hoe de geschiedenis anders is volgens de streek. Het gaat van de primitiefste stammen tot aan de mensen die gestudeerd hebben, in de stad. Het gaat over natuur, over bijgeloof, over geloof, over missionarissen en kolonialen, over rebellen en onderdrukking, over een hele cultuur. Lieve Joris pakt de dingen niet half aan, ze onderzoekt en speurt als een eersteklas onderzoeksjournaliste. Als inwijding kan het tellen!
Als je er dan nog bij vertelt dat Lieve Joris je echt mee kan nemen in haar reis door Congo, met haar emoties, dan is dit een heel goed boek.
Al vond ik het soms wel lang. Tegenwoordig zou een dergelijk boek anders geschreven worden, denk ik. Korter. De lange verteltrant kwam ook ietwat ouderwets op me over. Lieve Joris heeft nieuwere boeken geschreven. Benieuwd naar wat ze nu over Congo te vertellen heeft. Of over andere landen. En ook benieuwd naar hoe haar verteltrant geëvolueerd is. Maar van één ding ben ik zeker: het zijn allemaal goede boeken, en sommige nog beter.