Nogal pessimistisch gekleurde beschouwingen over de toekomst van de Westerse cultuur; geschreven in 1946. Toont op overtuigende wijze de armoede van het cultuurpessimisme aan! Uiteraard zeer goed geschreven. Ik las dit toen ik 17 was.
Dit boek heeft een bijzondere geschiedenis en is zeker meer dan de moeite waard, om te kijken naar opvattingen over hoe we ons in het reine moeten brengen door de horrors van het verleden! Hier staat dit werk niet alleen in - denk aan de Franse Revolutie of de Eerste Wereldoorlog -, maar voor iedereen geïnteresseerd in ideeëngeschiedenis is Johan Huizinga natuurlijk niet te missen! De analyse van zijn tijd is zeer sterk en werkt heel goede punten op. Echter, zijn oplossingen zijn erg algemeen: barmhartigheid en terug naar de oude betekenis van burgerschap (wat uit zijn achtergrond als politieke historicus volgt). Je kunt je tevens afvragen of het idee van een paar machtige staten die de wereldorde handhaven voldoende is, gegeven de geschiedenis waar hij bewust van was en kijken met onze naoorlogse en 21ste eeuw blik. In sommige stukken zijn er ook paradoxen te vinden, alswel ongemakkelijke constructies. Je begint je bijna af te vragen hoe Huizinga onze huidige tijd en naoorlogse geschiedenis zou waarderen, wat bijna een antitheses op zijn werk is. De reden voor 4 sterren blijkt dan ook hier uit: een sterke afweging van de tijd, een interessante kijk op zijn eigen tijd en naar vraagstukken die voor vandaag de dag ook nog prangend zijn. Echter, er zijn genoeg vraagtekens en tegenargumenten die de tekst van Huizinga oproepen. (Westerse) cultuur - mocht die bestaan of überhaupt recht op bestaan - is een onderwerp dat aandacht verdient.
Svarbi pažinimui. Civilizacijos vystymasis, krikščionybės įtaka- apie tai turi žinoti visi, kam svarbu valstybė, tauta, kultūra. Ieškoma atsakymo į klausimą, ar kultūra gali įtakoti, suteikti viltį įvkus politiniams katalizmams.
Vlak voor zijn dood in 1945 wijst Huizinga erop dat heerszucht, hebzucht en geweld nog steeds de wereld regeren. De mens wil niet versoberen of zichzelf beperken. Het zou hem droef te moede zijn geweest om te zien hoe de wereld zich de laatste driekwart eeuw heeft.
De Nederlandse historicus Johan Huizinga, bekend van onder meer Herfsttij der Middeleeuwen en Homo Ludens schreef in de Tweede Wereldoorlog zijn laatste boek, ‘ Geschonden wereld’ waarin hij zich de vraag stelde of de beschaving weer kon terugkeren na de verschrikkelijke gebeurtenissen in de oorlog. Het boek werd in 1945 postuum uitgegeven. Ik bezit daarvan de eerste druk in een sobere gebonden editie. Huizinga was een conservatief in de zin dat hij veel waarde hechtte aan overgeleverde deugden. Hij zag grote gevaren in opgeschroefd nationalisme in combinatie met militairisme. Hij was niet zo optimistisch over de kracht van de cultuur en de literatuur. In werkelijkheid zou de literatuur en de cultuur na de oorlog juist vitaal zijn. Wel had Huizinga een verrassende kijk op de uitputting van de natuur en van natuurlijke grondstoffen. Hij zag dat veel van de oorspronkelijke landschappen verloren dreigen te gaan, dat de kleinschaligheid verdwijnt. Daarvoor moeten we een hoge prijs betalen. Nu, in 2023 blijkt dat de bittere realiteit. Huizinga toont zijn eruditie en belezenheid, maar er worden geen Nederlandse vertalingen gegeven van citaten in het Grieks, Frans of Latijn. Ik lees daar dan maar overheen. Af en toe hinderlijk vind ik dat Huizinga geringschattend spreekt over het ‘plebs’, ‘de massa’, zichzelf daarmee rekenend tot de intellectuele elite. De beschouwingen zijn natuurlijk niet meer van deze tijd, maar geven hier en daar toch stof tot nadenken. Juist nu zie je veel nationalisme, vooral bij rechtse politici. Dat nationalisme relativeren kan geen kwaad.