‘Lucas zwemt voor me uit, met zijn korte krachtige slag. Hij zweeft op een vaste afstand in mijn geheugen, waarom kan ik hem niet inhalen, terwijl ik denk dat ik almaar harder zwem?’
Guusje Bouhuys, poëziedocente, huisvriendin, zus, heeft haar leven op de rem gezet. Als haar beste vriend wordt beschuldigd van plagiaat en een dierbare collega doodziek blijkt, beseft ze dat ze haar zorgvuldig geconserveerde universum zal moeten verlaten. In een absorberende stijl, ironisch en bitterzoet, schrijft Marja Pruis over het verlangen trouw te blijven aan de mensen die met je meelopen, ook als ze er niet meer zijn. Kun je een ander redden, behoeden voor de val? Kun je jezelf bewaren als in een gedicht? Zachte riten gaat over de conflictsituaties van de menselijke ziel, de betekenis van poëzie en de plaats van liefde in ons leven.
Marja Pruis schreef onder meer de veelgeprezen romans De vertrouweling en Atoomgeheimen en het biografische portret Als je weg bent. Over Patricia de Martelaere, dat vijf drukken behaalde. Ze is gerenommeerd criticus en columnist voor De Groene Amsterdammer. Haar essaybundel Kus me, straf me. Over lezen en schrijven, liefde en verraad werd genomineerd voor de ako Literatuurprijs en won de Jan Hanlo Essayprijs.
Over Marja Pruis:
‘Sensuele zijdezachtheid en botte glossy humor.’ Daniëlle Serdijn, de Volkskrant
‘Een van de beste schrijfsters van dit moment.’ Arie Storm, HP/De Tijd
‘Fascinerend en tot de laatste letter spannend. Pruis is een rasverteller.’ Elsbeth Etty, NRC Handelsblad
‘Mutserigheid en feminien succesverhaal moeiteloos verbonden.’ Lies Schut, De Telegraaf
‘Never a dull moment, en goddelijk goede oneliners.’ Fleur Speet, Het Financieele Dagblad
‘Liefdevol en aanstekelijk.’ Katja de Bruin, VPRO Gids
Marja Pruis is schrijver, columnist en redacteur van De Groene Amsterdammer. Haar romans ontvingen nominaties voor De Gouden Uil, de AKO Literatuurprijs, de Libris Literatuurprijs en de Anna Bijns Prijs. Voor haar essays en columns, gebundeld in Kus me, straf me, Genoeg nu over mij en Oplossingen, ontving ze de Jan Hanlo Essay Prijs, de J. Greshoffprijs en de J. L. Heldringprijs.
Met haar debuut, De Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk (1999), toonde Marja Pruis zich een gedurfd schrijversbiograaf. Het object van haar jarenlange fascinatie, de schrijfster A.H. Nijhoff, echtgenote van de dichter Martinus Nijhoff, deed ze meer dan recht door haar levensverhaal vanuit verschillende standpunten te beschrijven, inclusief dat van de biograaf. Een spannend en relativerend boek was het resultaat, dat zich laat lezen als het relaas van een speurtocht maar ook als een commentaar op het schrijven van biografieën. In 2018 verscheen het in een nieuwe editie als De Nijhoffs en ik, of de gevolgen van een genre. De typische verteltrant van Pruis, zinderend maar ook afstandelijk en ingehouden, bereikt een nieuw hoogtepunt in de roman Bloem (2002). Op pijnlijk geestige wijze beschrijft ze een amour fou en het lot van de minnaar, onverbeterlijk pathetisch als in een doktersroman. Het thema van de geliefden als intieme vreemden verkent ze opnieuw in de roman De vertrouweling (2005). Vanuit verschillende perspectieven beschrijft ze een aantal ogenschijnlijk kabbelende levens, van stellen met opgroeiende kinderen, die met elkaar op vakantie gaan en ondertussen weinig tot niets van elkaar blijken te weten. Met haar volgende roman Atoomgeheimen (2008) bewijst Pruis opnieuw de chroniqueur van het moderne (vrouwen)leven te zijn. In een verrassende raamvertelling krijgen we de onnavolgbare gangen van een lingerie-ontwerpster voorgeschoteld, en worden we en passant getrakteerd op een onthullend inkijkje in het actiewezen van de jaren tachtig van de vorige eeuw. In 2011 verscheen Kus me, straf me. Over leven en schrijven, liefde en verraad, met als centraal thema de spanning tussen schrijven en schaamte, toedekken en onthullen, intimiteit en openbaarheid. Een prikkelende combinatie van literatuur- en zelfbeschouwing, van fictie en non-fictie. In 2013 volgde het biografische portret Als je weg bent. Over Patricia de Martelaere en in 2016 verscheen naast de roman Zachte riten haar non-fictie bundel Genoeg nu over mij. Confessies van een ervaren schamer waarin ze de vage grenzen tussen zelfhaat en ijdelheid, schoonheid en verdriet, verlegenheid en narcisme, liefde en medelijden verkent. In 2019 verscheen Oplossingen, een selectie van haar columns, en stelde ze De nieuwe feministische leeslijst samen. Haar essay over eigenliefde, Omdat je het waard bent, verscheen in 2020. In Boos Meisje. Over vrouwen en frictie (2022) bundelde Pruis essays over de spagaat waarin meisjes en vrouwen zich bevinden. Lief zijn, maar ook stoer. Alleen niet té stoer, want dan ben je een boos meisje. Terwijl dat juist de leukste vrouwen zijn. Boos meisje bevat een galerij van deze vrouwen
Wanneer je een boek wilt lezen dat zich netjes van A naar B beweegt, dan kun je dit boek beter laten liggen. Dit boek zit namelijk vol met gedachtenstromen over vriendschap, liefde, verlies, poëzie en meer, waarbij ze stappen terug in de tijd neemt. Ik hou daar wel van. Het was allemaal goed te volgen en een aantal keren legde ik het boek weg, gewoon omdat ik wat over het geschrevene wilde nadenken. Marja Pruis schrijft mooi proza. Dit smaakt naar meer.
Ik was al een fan van Marja Pruis voordat ik een boek van jaar had gelezen. Zij schrijft namelijk prachtige literatuurkritieken, recensies en essays. Dit is de eerste roman die ik van haar lees en ik vind hem mooi; een rijk pleidooi voor bescheidenheid en een liefdevolle relatie met de wereld om je heen en vooral je dierbaren.
Morbide luxe van het bestaan Door haar hoofdpersoon een docente poëzie te laten zijn, neemt Pruis ons mee in de wereld van literatuur en poëzie, van de schoonheid van taal: “Er is een gedicht dat ik kan lezen en herlezen, en iedere keer ben ik verrast door wat er staat. Preciezer gezegd: het staat er altijd, maar het duurt even voor je ziet wat er staat, misschien is dat wel poëzie.” En: “In hoeverre is schrijven maatschappelijk relevant? Wat is poëzie de wereld schuldig?” En: “Ik wil dat jullie over de morbide luxe van jullie bestaan nadenken.” Zinnen en beelden die in zichzelf welhaast poëzie zijn... De morbide luxe van het bestaan: prachtig.
Literatuur over poëzie Pruis laat haar hoofdpersoon mijmeren over poëzie als oorspronkelijkheid en genie (de romantische visie) versus taalkunde (de technische school). Voor mij wordt poëzie grootser naarmate beide in grotere mate aanwezig zijn. “Ik zeg: ‘Heel veel gedichten lijken alleen maar op gedichten. Maar ze zijn het niet echt. (...) Dat komt omdat je met klank en ritme zo goed alsof kan doen. (...) En omdat veel mensen denken dat vaagheid poëtisch is.’ Poëzie is niet vaag. (...) ‘Iedere lezer van poëzie is de lezer van zijn eigen ik.’ “ En, later, zoekend: “Poëzie is een van de manieren die we hebben gekregen om duidelijk te maken dat we iets niet begrijpen.” Literatuur over poëzie, kan het mooier?
Vrouw-man-verhoudingen Pruis begint haar boek met boude statements over vrouw-man-verhoudingen. Ze verpakt dat handig in de vorm van een interview van haar hoofdpersoon met een zieke schrijfster (keelkanker) op leeftijd. Die truc geeft iedereen de gelegenheid om escapes te vinden als: het is een romanpersonage die het zegt, de uitspraken zijn functioneel in de context van het verhaal, de vrouw is ziek, de vrouw is oud en bitter... Maar goed, het staat er wel: - “Het blijft merkwaardig hoe we vrouwen die zeggen waar het op staat altijd een beetje weerzinwekkend vinden.” Mannen toch ook, denk ik dan. - “Jij weet het, je bent nooit bang voor een andere vrouw, je bent altijd bang voor een man.” Hmmm denk ik, dit klopt niet. Er is voldoende evidentie dat vrouwen juist onderling veel rivaliteit ten toon spreiden. Sommige onderzoekers betogen dat vrouwen zich opdoffen voor andere vrouwen, dat wil zeggen om met hen te concurreren, en niet om aantrekkelijk te zijn voor mannen. Volgens die visie zouden vrouwen die op afschuwelijke wijze denigrerend ‘slet’ genoemd worden toepasselijker ‘strijder’ genoemd kunnen worden. - “ ‘Je bent door een vrouw geboren, daar valt niets aan te doen,’ zei ze. ‘Als je een echte man bent, moet je nog een keer geboren worden door een man. Vandaar die mannelijke initiaties, in het leger, in de kerk. Alles wat ze associëren met vrouwen moet worden verlaten: emoties, compassie.’ (...) ‘Wat je leert als je geboren wordt door een man, is angst voor en gehoorzaamheid aan de man die boven je staat. (...) In ruil daarvoor krijg je twee dingen: de mogelijkheid om zelf die man te worden, ooit, en dominantie over de vrouwen in je leven.’ “
Pruis laat de beste vriend van haar hoofdpersoon zeggen dat hij de schrijfster een aanstelster vindt. Op schitterende wijze laat Pruis het interview aan het eind van het boek terugkomen; daarover later meer.
Machogedrag en wijvengedoe “Dat hele man-vrouwgedoe interesseert ze niet zo.” Zegt de hoofdpersoon over studenten. En vervolgens gaat het er in dit boek veel over. Pruis laat haar hoofdpersoon kritisch zijn over dominante mannen (de leider van haar vakgroep) maar mild over liefhebbende mannen die hun best doen (haar broer en haar beste vriend); ze is kritisch over “wijvengedoe” als studentes te weinig ruggengraat tonen en wil een leuke jongen waarschuwen voor een studente die hem volgens haar overduidelijk in de val lokt om hem van haar afhankelijk te maken later slecht te behandelen. “Zo veel meisjes die beschadigd willen zijn, die een diep verlangen naar slachtofferschap hebben. (...) De wereld is plezieriger en minder dramatisch dan kunstenaars, en zeker vrouwelijke kunstenaars, ooit zullen toegeven.”
Broer De broer van de hoofdpersoon gaat met haar naar New York voor het interview met de oude schrijfster (ik las ergens dat die geïnspireerd is door Marilyn French, maar dit terzijde). Later, als de broer al is overleden, denkt de hoofdpersoon met weemoed terug aan die reis omdat ze toen nog een broer had: “Wanneer ben je echt op je gemakt bij iemand? Ook als hij chagrijnig is? Er vallen ons weinig mensen ten deel om lief te hebben, het liefst zou ik dat tegen mijn studenten zeggen. En misschien zijn er nog wel minder bij wie je op je gemak bent.” Veel van de gedichten die ze als docente met studenten bespreekt verwijzen naar de overleden broer; op die manier houdt ze de herinnering aan hem levend.
Judas Een prachtige passage vind ik wanneer de hoofdpersoon door haar baas wordt gevraagd om een collega te betrappen op plagiaat en aan te geven; Judas te zijn voor één van haar beste vrienden. Het oordeel is al geveld, zij moet het bewijs leveren. Pruis laat je als lezer meebeleven hoe die bij haar hoofdpersoon binnenkomt, en hoe zij telkens uit de situatie stapt door het restaurant waar dit zich afspeelt en haar baas te observeren, alsof het niet om haar gaat. Ze zegt haar medewerking toe maar neemt de vriend uiteindelijk in bescherming door openlijk vragen te stellen bij de hardheid van het ‘circumstantial evidence’ tegen het plagiaat. De vriend wordt inderdaad beschuldigd van plagiaat, maar de vriendschap blijft intact.
Stijl Pruis’ stijl, of liever gezegd manier van schrijven, is om reflectie en flashbacks te verweven in een situatie. Ze onderbreekt dialogen diverse malen met dergelijke uitstapjes. Zo lees je als het ware constant twee of drie parallelle verhaallijnen zoals het ‘uiterlijke gesprek’ van hoofdpersoon met iemand anders en de ‘innerlijke dialoog’ die zij tegelijkertijd met zichzelf voert.
Taal Pruis schotelt ons fijne taalobservaties voor. Zoals deze; “ ‘Zo.’ Het is het meest fascistische woord in de Nederlandse taal; nul inhoud, maximaal effect. De wereld houdt acuut haar adem in.” Of deze: “Ieder woord heeft consequenties, zei Sartre. Iedere stilte ook.” De grote drie van Ted Hughes: helderheid, eenvoud, kracht. “ ‘Dus’ is een van de meest manipulatieve woorden in de Nederlandse taal, van de geniepigste soort. Je kunt er mensen mee tot waanzin drijven.”
Bescheiden leven Ik lees in dit boek een met compassie beschreven hoofdpersoon die bescheiden leeft. Geen glamour, geen grootse prestaties, geen lawaai of schreeuwerig uiterlijk, geen indrukwekkende talenten of tragiek, maar een introverte persoon die een kleine plek inneemt in de wereld, zich daar bewust van is en er het beste van probeert te maken. Ze leeft alleen en is gunnend naar andere mensen, accepteert hun eigenaardigheden net zoals ze die zelf heeft en heeft een duidelijk aanwezig innerlijk leven. Ze denk al fietsend door Amsterdam dat al die andere mensen ook allemaal geboren zijn en dood moeten gaan; ze ziet mensen als zachte machines die af en toe moeten worden uitgezet om weer op te laden (u denkt ‘introvert’? Ik ook. Voor degene die dit niet begrijpt: lees ‘Stil’ van Susan Cain). Een dromerig type, voor haar is kunst alles wat écht is. Stijlgevoelig: “Niet dat kleding alles is, maar ik hou ervan als iemand het weet te dragen.” Kortom: iemand die je als je niet oplet snel over het hoofd ziet; een docent aan de universiteit zónder een eigen werkkamer. “Ik ben een klein poëziemevrouwtje, ik verbeeld me verder niks.” Wat een verademing om met zoveel compassie en betrokkenheid over zo’n uiterlijk stil en innerlijk bewogen iemand te lezen in een wereld die herrie en aandachtvragerij hoger waardeert, zoals de vakgroepleider die claimt dat hij afstamt van Spinoza; dat soort types. Zij probeert haar collega en vriend die promoveert te behoeden voor al te grote conclusies en uitspraken en het klein te houden.
Liefdevol Pruis beschrijft haar personages liefdevol. De hoofdpersoon is een trouwe vriendin die zielsveel houdt van haar broer en vrienden en haar dierbaren accepteert zoals ze zijn. Eén van haar vrienden wordt beschuldigd van het plegen van plagiaat en Pruis laat de hoofdpersoon bij hem thuis komen en beschrijft liefdevol het gezin en zijn rol als vader en echtgenoot. Een vriendin is terminaal ziek en nodigt haar vriendinnen uit om afscheid te nemen. Eén van hen is transgender en ver in transitie. Pruis laat haar zo reageren: “ ‘Ach, nou ja,’ had Ellie gezegd, toen ik haar deelgenoot maakte van mijn twijfel. Ze had natuurlijk gelijk. Wat doet het ertoe, in het aangezicht van de dood.” Het is Liefde met een grote L in een alledaagse variant: Liefde tussen familieleden, vrienden en vriendinnen. Pruis omzeilt vakkundig cliché’s van romantische liefde en liefde van ouders voor kinderen doordat ze ervoor heeft gekozen om haar hoofdpersoon partner- en kinderloos te laten zijn. Hierdoor gaat alle aandacht naar die andere vorm van Liefde. Echt goed gedaan. “Alles kan kapot” zegt de hoofdpersoon; “Het is omgekeerd, alles kan gemaakt worden” antwoordt haar dierbare vriend.
Cirkel rond In het laatste deel van het boek keert het interview met de oude zieke schrijfster terug. De schrijfster is overleden, de hoofdpersoon krijgt postuum haar eigen interview met de schrijfster en een interview van de schrijfster met iemand van nog een generatie eerder toegestuurd. Het interview van de hoofdpersoon is oordelend over de mentale hardheid en lichamelijke aftakeling van de schrijfster; het oudere interview is dat ook maar bevat ook compassie voor de geïnterviewde oude vrouw en de door haar afgelegde levensweg. De journaliste weet dat “(...) de schrijfster vecht tegen haar eenzaamheid, het idee dat alles achter haar ligt, dat ze links en rechts wordt ingehaald.”
Riten Volgens Van Dale betekent rite: ritueel gebruik; met ritueel betekenend: godsdienstig gebruik. Ik zie eerlijk gezegd de verwijzing naar religie niet erg terug in dit boek. Wat ik wel zie is hoe de hoofdpersoon langzaam maar zeker op zachte en liefdevolle wijze steeds meer grip krijgt op zichzelf, of misschien steeds meer zichzelf accepteert zoals ze anderen accepteert. Het boek eindigt hoopvol met de oproep van haar overleden broer om niet bang te zijn. “Dat is wat hij zegt. Niet bang zijn.”
IK HEB MIJN LES GELEERD
VANDAAG ZAL IK NIET BANG ZIJN ZAL IK NIET ERGENS AAN BEGINNEN EN DENKEN DAT IK BUITEN SCHOT KAN BLIJVEN IK ZAL ZEGGEN HOE HET ZIT EN NIKS UITLEGGEN
> Als je bijvoorbeeld een gevoel van gemis of een ervaring van vergankelijkheid omstandig toelicht, verpest je de onbestemdheid van het gevoel, het kortstondige van het moment.
… en verwoordt daarmee waarom ik dit zo’n mooi boek vind en _Het smelt_ van Lize Spit niet.
Zo’n fijnzinnig boek als Zachte riten heb ik in tijden niet gelezen. Het draait om een universitaire poëzie-docente van achter in de veertig. Veel vraagt haar aandacht: de studenten, de poëzie, het verdwijnen van haar broer, de terminale ziekte van een vriendin, beschuldigingen aan het adres van een collega waar ze zeer op gesteld is.
Pruis laat al deze draden naast elkaar lopen, weeft er geen plot van. En vooral: ze werkt niet naar een ontknoping. Daarmee roept ze een herkenbaar levensgevoel op: alles vraagt om aandacht en blijft om aandacht vragen. De constante ben je zelf, je manier om op de ontwikkelingen te reflecteren en te reageren.
Deze gelaagdheid komt terug in de stijl. Pruis schrijft prachtige zinnen. Als ik ze lees, hoor ik Debussy. Bijna iedere zin is af, kan op zichzelf staan. Bij elkaar maken ze de harmonieën. (Het is niet voor niks dat Cézanne in het boek opduikt: de schilder die door nevenschikking een complexe wereld kan verbeelden.)
Inhoud en stijl sluiten naadloos op elkaar aan. Het lezen riep in mij het gevoel op dat ik ook kan hebben bij het luisteren naar een middellange compositie: je mag het over je laten komen, hoeft niet alles te begrijpen. En waarschijnlijk hoor je de volgende keer weer iets anders.
Curieus boek. Helemaal in verdronken. Mijn exemplaar was een tweedehandsje. De vorige bezitter heeft driftig íedere verwijzing naar sekse, gender en geïnternaliseerde misogynie van Guusje (het hoofdpersonage, red.) onderstreept en voorzien van commentaren: “wtf, ???, serieus?? Really?? Why??” Telkens wanneer Rodolf/Roelfien ter sprake kwam liep de vorige lezer volledig leeg. Groot pluspunt.!
Ik heb zin om dit boek aan veel mensen cadeau doen. De toon van de verteller - een van de sassiest, saltiest personages uit de Nederlandse literatuur - is erg fijn, en de gedachten over poëzie zijn prikkelend en gloedvol.
Er zijn mankementen, maar er was vooral veel leesplezier.
Het heeft me moeite gekost om het uit te lezen. Ik kan er de vinger niet op leggen waarom precies. Dit boek heeft me niet geboeid. Ik begrijp niet goed dat deze roman de shortlist van de libris literatuurprijs haalde en bv. Stefan Hertmans niet.
Marja Pruis haar proza is niet heel aantrekkelijk (in tegenstelling tot haar essays), maar het onderwerp van haar boek maakt veel goed. Ik geef het 2,5 sterren.
Listen, I wanted to love this book, I really did. After having been disappointed by honestly probably every single "Proper Dutch Literature" book written by a white man, I was ready to give Dutch Literature another chance, starting with the ladies this time. I really had high hopes for this one. It was shortlisted for a big literary prize and the author used to work at my uni and is good friends with some people I really look up to, and she is, as far as I understood it, at least vaguely feminist.
Well, I'm not sure which version of feminism (if any) this author affiliates herself with, it is not intersectional feminism. The characters in this book are transphobic, homophobic, and the protagonist in particular has a shitton of internalized misogyny, contstantly judging other women for the things they choose to do with their bodies.
Okay, so this book features a trans character, which had me excited, because trans-representation in mainstream media is rare, and Dutch literature tends to focus on cishet white men and very occasionally cishet white women. So this could have been great, except the protagonist kept CONSISTENTLY misgendering this transgender man. Even sfter she gets an angry e-mail from him about still using his old (female) name, she KEEPS doing it, and even when another character reminds her to use male pronouns, she consistently keeps using female ones throughout every single scene that the trans character is in. At some point, she even muses whether the man had "ulterior motives" for transitioning?
Of course, that doesn't necessarily have to make the whole book transphobic, but the trans character also served no purpose in the plot, and not only was he contstantly misgendered, his character is written with something very close to ridicule. He is portrayed as somewhat pretentious, and contstantly unwanted and making everybody else feel uncomfortable. It was honestly such a disappointment. Representation of trans characters is so rare, so if you ARE going to feature a trans character in your book, why not make it a good representation?
Apart from that, there was just a lot of internalized misogyny everywhere, and because the main character was a teacher, a lot of it was targeted towards her female students, which made me super uncomfortable. She kept emphasizing that boys excel at everything, and that while girls can be studious, a boy's passion for her subject was somehow inherently more genuine? Umm no. And then there was the passage where she got jealous of her female student for was dating her favourite male student, and was thinking about telling him that the girl was a lesbian. Because that's not creepy or unprofessional or anything.
Don't get me wrong, there were a lot of things that I really did like about this book. I really liked the writing for the most part, and the plot kept me interested, I did fly through it. I just can't give it a higher rating because of the problems I did have with it, and I was just really disappointed because I expected so much better from this author.
If anyone knows any good Dutch books, preferably by female authors, that aren't full of racist, sexist, homophobic, transphobic, ableist bullshit, I would love to hear your recommendations!
Citaat : Echte lezers herken je aan hun wansmaak. Ze doen zelf ontdekkingen, in plaats dat ze het geplaveode pad aflopen. Mijn taak is het om ze bij te sturen, af en toe van vergelijkingsmateriaal te voorzien en ze onmerkbaar naar de juiste schrijvers te brengen. Oude hoofden op jonge schouders zetten. Review : Marja Pruis schreef onder meer de veelgeprezen romans De vertrouweling en Atoomgeheimen en het biografische portret Als je weg bent. Over Patricia de Martelaere, dat vijf drukken behaalde. Ze is gerenommeerd criticus en columniste voor De Groene Amsterdammer. Haar essaybundel Kus me, straf me. Over lezen en schrijven, liefde en verraad werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en won de Jan Hanlo Essayprijs. ' In haar nieuwste werk staat het personage Guusje Bouhuys, poëziedocente, centraal.
Door het overlijden van haar zo geliefde broer, het feit haar boezemvriend en zielsmaatje, die getrouwd is en verdacht wordt van plagiaat en haar collega/vriendin, die ernstig ziek is en niet meer beter wordt komt het leven als een storm op haar af. De poëzie, dierbare herinneringen en het meedeleven van geliefden om haar heen helpen haar om grip te krijgen op het onontkoombare van de dood en het leven.
Heel gevoelig maar ook met gevoel voor humor schrijft Marja Pruis over de conflictsituaties van de menselijke ziel die op een gegeven moment allemaal lijken samen te stromen. Ze dringt door in dubbele bodems van de poëzie en de zachte wetenschap, in een academische omgeving waarin veel gedacht en geïnterpreteerd wordt, maar desondanks veel onduidelijk blijft. Een verhalende roman met een verhaallijn, waarin de stijl ten dienste staat van een plot, kan je Zachte riten niet direct noemen. Het is wel een roman waarin taal en taalwetenschap een alles overheersende rol spelen.
Universitair docent Guusje Bouhuys geeft college over poëzie, interviewt belangrijke hedendaagse schrijfsters, wordt betrokken bij een vermoeden van plagiaat die haar beste vriend en collega Leon zou hebben gepleegd, maakt zich terecht zorgen over de ernstig zieke vakgroepsecretaresse, die ook dood gaat, en over haar broer, die onder niet uitgelegde omstandigheden (bermbom?) in Afghanistan dood gaat, ontwikkelt verliefderige gevoelens voor een van haar studenten, en moet intussen ook nog leven. Het wordt heel losjes opgeschreven (dat is een compliment), maar gaandeweg verandert de toon in zorgelijk, heel knap. Omdat ze poëziedocent is, kan ze allerlei interessante dingen over dichten en dichters zeggen, en strooit ze met citaten of verwijzingen, heel knap. Het boek eindigt in een vorm van berusting, omdat het leven een gedoe is en niet anders dan met berusting kan worden geleefd. Ik weet niet of ik dat goed begrepen heb, maar ik vond het een boeiend verhaal.
Marja Pruis moet je traag lezen, er staat zoveel moois in dit boek, soms is de poëzie in het proza poëtischer dan de poëzie waarover dit boek ook gaat (hm, wel een beetje meta). De mijmeringen en gedachtedwalingen nemen wel erg vaak de overhand wat de leesbaarheid niet steeds ten goede komt en je concentreren een actieve taak wordt. Slow reading, lezen en herlezen. Dat is wat ik precies wil doen nu ik het boek voor een eerste keer uit heb. Twee quotes, maar het konden er evengoed twaalf of twintig zijn: "Nergens kwaad in zien, niet je eigen ongenoegen creëren, daar gaat het om." "Dat er twee werelden zijn, de zichtbare en een daaronder. Je wordt geacht je druk te maken over het onnozele, het zichtbare, terwijl alles wat ertoe doet onzegbaar blijft."
3,5 ster. Mooi hoor, heel fijne schrijfstijl. Zacht zoals de titel aangeeft; begripvol naar Guusje Bouhuys, de hoofdpersoon die poëziedocente aan de universiteit is. En ook naar de overige personages, die liefdevol worden beschreven. Het is een leven dat je je zonder meer kunt voorstellen en waar ik moeiteloos in mee kan. Rouw om een overleden broer, zorg om een doodzieke vriendin, zorg en twijfel over har beste vriend die van plagiaat wordt beschuldigd en aandacht voor haar studenten die ze stuk voor stuk levendig beschrijft. De poëzie speelt een fraaie ondersteunende rol in het boek. Soms iets te nadrukkelijk maar wel altijd passend. Het is mooi hoe Pruis de helderheid die ze in haar essays betracht ook in een roman toepast. Lezen dus!
Dit is de eerste roman van Marja Pruis die ik heb gelezen. Ik lees haar literatuurkritieken en essays graag en het zijn dan ook de scènes over poëzie die mij in deze roman het meest geboeid hebben. Het verhaal moet op gang komen en als Pruis het hele palet van verhaallijnen heeft neergezet ontstaat er een stemming, een sfeer, die mij in tegenstelling tot de plot deed doorlezen. Zoals je bij een gedicht kunt doorlezen, zonder dat je je erg druk hoeft te maken wat er nu eigenlijk staat.
Mooi opgebouwde en wervelend geschreven roman over Guusje Bouhuys, docent literatuurwetenschap in Amsterdam, over hoe zij vertelt over poëzie, over haar broer Lucas die verdronken is, over haar beste vriend Leon die van plagiaat verdacht wordt bij het schrijven van zijn proefschrift, en over liefhebben. Eigenlijk is het wereldje waarover Pruis schrijft heel kleinsteeds, banaal, soms zelfs kleinzielig.
Een klassieke roman, in eigenzinnige stijl en sfeer en fijn taalgebruik en plaats voor poëzie. Het boek doet me denken aan werk dat ik eerder las van Niña Weijers. Een docente wordt geconfronteerd met het vermoeden van fraude van een collega, ook een goede vriend van haar, en met de ziekte van een vriendin. Ik las nog niets van Pruis maar was getriggerd door enkele essays die ze voor De Standaard schreef. Ik geloof dat ik nog wel eens wat van haar probeer.
Het boek gaat over poëzie lezen, ondertussen is er een vaag verhaal over een collega/vriend van de poëziedocente die plagiaat zou plegen bij het schrijven van zijn proefschrift. De schrijfster laat met graagte zien dat ze veel heeft gelezen, gedichten en romans, ze blijft maar naar anderen verwijzen en doet zelf af en toe een onbegrijpelijke duit in het zakje. Teleurstellende aanstellerij.
"Ze heeft vast de geur van meloen om zich heen hangen, grassig en wee. Het frisse dat het bederf al in zich heeft" Schoon boek over het conflict tussen de ander zien zoals die in je leeft en zoals die echt bestaat. Maar net een maatje te klein voor me.
Wat een bevreemdend boek. Iets te veel van de hak op de tak voor mijn gevoel. Misschien wel een boek waar je een diepere laag in ontdekt wanneer je het nog eens leest. Ik weet het nu in elk geval niet goed!
Vond het eigenlijk wel mooi en intiem. ‘Ik heb alleen nog bescheiden wensen: een glas koude jus d’orange, een goed boek, een bezoek aan iemand van wie ik hou.’
De eerste 100 blz worden uitgebreid gebruikt om het departement waar ze werkt, en de mensen erin te beschrijven vanuit het oogpunt vd schrijfster. Iedereen met zijn of haar kleine kantjes, hun relaties, hun gedoe bi nnen en buiren de het literatuurdept. Soms lijkt het wat op inteelt: X komt een gedicht brengen in een seminarie van Y, die op haar beurt...wn zo gaat hetvrustig kabbelend verder. .
"Les twee, en ik draai mezelf nog maar eens in mijn geheel naar het whiteboard, de marker in de hand: je kunt nooit ergens aan beginnen en zelf buiten schot blijven." (p. 24-5)
"'Al die mensen,' had Ellie gezegd de dag nadat ze bij haar huisarts was geweest. 'Ik zie ze op straat, om me heen, en ik kan alleen maar denken: die moeten ook nog allemaal dood.' Ik leed aan het omgekeerde. Ik zag die mensen ook, in de rij voor de kassa, me inhalend op de fiets, en dacht: die zijn ook allemaal geboren. Het was een verzachtende wetenschap, maar je moest er niet in blijven hangen." (p.109)
"'Jullie hebben de keus,' zei Mrs. Smoketoomuch tegen ons. 'De wulpse leegte van de leugen of de onverbloemde verschrikking van de waarheid.'" (p. 149)
"De man die mij mailde, met die Amerikaanse dichtersnaam, over dat we in plaats van het verlangen naar ontroostbaarheid beter kunnen spreken van een verlangen naar onherhaalbaarheid, had gelijk. Ik hou niet van herhaling, het maakt alles waardeloos." (p.207)
Engaging enough and so recognizable... but the plot just fell a bit flat for me in the end. You know what, I'm marking this down as 4 just because Marja Pruis <3