Cees Kick had alles mee. Zijn naam, zijn uiterlijk, zijn voetbalcapaciteiten. Een kruising tussen Stanley Matthews en George Best, werd hij genoemd. Technisch volmaakt, maar bij vlagen ook lankmoedig en gevoelig voor de geneugten van het leven. Daardoor laveerde hij tussen alles en niets. 'Tachtig interlands had hij moeten spelen', schreef zijn bewonderaar Johan Derksen eens. 'Het werden er nul.' Op zeventienjarige leeftij was hij een van de eerste profs in Amsterdam. In de herfst van zijn leven is de flamboyante aanvaller een vergeten vedette, hunkerend naar erkenning. Geboren voor het geluk, getekend door tragiek. Het levensverhaal van Cees Kick is een fascinerende reis door de tijd, gezien door de ogen van een man die geen blad voor de mond nam. 'Mensen zeggen dat ik eigenwijs was. Ze vergeten nog een woord. Ik was extreem eigenwijs.'