Deze roman beschrijft de belevenissen van een oude man. Hij heeft een bedlegerige vrouw. Vooral de hond is belangrijk. Als slotsom van een voorjaarsopruiming loost hij allerlei overbodig geworden spullen en veel lege drankflessen. Ook de brommer die op de warande al lang stond weg te roesten, gaat bij het vuilnis. Maar omdat zijn vrouw daaraan gehecht is, probeert hij in een vervangend exemplaar te voorzien. Daartoe gaat hij op pad. Dat is op 5 mei 1980. Deze bevrijdingsdag wordt gevierd met onder meer een optocht van Canadezen in legervoertuigen. Dat brengt herinneringen bij hem boven, waarvan hij het liefst afstand neemt. Niettemin heeft hij een ontmoeting met een van hen. Op zijn zwerftocht door Amsterdam-Zuid bevangt hem telkens een vermoeidheid en duizeligheid. In de slotscenes heeft Wolkers een speciale afronding voor de lezer in petto. In deze roman bezigt Wolkers een taal die zeer typerend is voor Wolkers. Hij noemt dingen bij de naam, meestal in onvriendelijke termen. Hij scheldt er als het ware waardig op los, soms hardop, meestal mompelend, altijd doorspekt met humor die aan dat scheldende gemopper verwant is. Een Wolkers-thema bij uitstek krijgt, ook in deze stedelijke omgeving, volop ruimte: detailverschijnselen in de hem omringende flora en fauna; de natuur is niet erg liefdevol, veeleer gruwelijk. JM
Zeker wel een lekkere Wolkers, maar geen uitzonderlijke. Hoogtepunt was die bevroren pens ontdooien en daarop volgende woedeaanval om Duitse toeristen te pesten in het Rijksmuseum.
Update: Bij nader inzien vond ik dit wel een hele goede en denk ik er nog veel aan. Ik zal mijn rating daarom verhogen naar VIER sterren, lieve goodreadsvrienden.
Een typisch voorbeeld van een goede roman. Het is een goed boek met enkel drie hoofdstukken, ochtend, middag en avond. Het verhaal volgt een man, Ben Ruwiel, een oude verzetstrijder in zijn laatste dag, bevrijdingsdag. Er gebeurt veel en de manier van schrijven maakt het echt. Daarnaast zijn de terugkomende voorwerpen en gebeurtenissen heel goed gebruikt in het boek. Wat de titel betekent moet je met een paar zinnen en veel context maar achterhalen. De titel is ook de reden waarom ik het wilde lezen en ben positief verrast hoe goed het boek is zonder flaptekst, wat bij elkaar wordt gehouden met een nietje en waarvan de kaft er half afligt.
Dit boek had geen tekst op de achtergrond en de kaft was fel groen. Doordat ik eigenlijk zo weinig te weten kwam over het boek maakte dit mij nieuwsgierig. Ik vond het aan het begin lastig om in het verhaal te komen. Het is een beetje op een afstandelijke manier geschreven. Er wordt niet veel informatie gegeven over de hoofdpersoon. Het zorgde wel voor meer nieuwsgierigheid waardoor ik doorlas, maar het was niet heel boeiend nog. Toen ik eenmaal verder in het verhaal kwam voelde ik steeds meer connectie met de hoofdpersonen. Ik kreeg empathie met de oude man die zoveel moeite deed. Ik zou dit boek aanraden, maar wel meegeven dat het wat tijd kost om in het verhaal te komen.
P.194: 'Op handen en knieën schuiven we rustig vooruit over de aarde als een mensgroot kikkergedrocht in kleren. De wormen kijken verwonderd naar me op. Hé, zit die nog boven de grond. Geduld, roze vleeseters.'
Wolkers verwondert niet alleen, hij is en blijft van een onschatbare waarde als we het over de Nederlandstalige, naoorlogse literatuur hebben. Hij is een unicum die een grote invloed blijkt gehad te hebben op tal van andere Nederlandstalige schrijvers.
Wonderbaarlijk boek van wonderbaarlijke Wolkers. Ik moest even inkomen maar daarna als een treintje uitgelezen. Notitie: Dit boek is geschreven vanuit het hoofd van de hoofdpersoon. Je volgt zijn chaotische stroom aan gedachtes. Vond ik dus eerst een beetje lastig in te komen maar daarna flink van kunnen genieten.
Het was even inkomen maar eenmaal betrokken in de gedachten en belevenissen van de hoofdpersoon achter elkaar uitgelezen. Geweldige vertelling, beschrijvingen zoals alleen Wolkers dat kan.
Het ochtendstuk is erg warrig en lang vanwege het ontbreken van hoofdstukken. Maar hierna pakt het boek op en is het vermakelijk. Het woord waranda heeft vooral een hoofdrol.
Met De perzik van onsterfelijkheid richt Wolkers zich eens een keer niet op zijn eigen jeugd en zijn leven daarna. Alhoewel hij voor de laatste dag van oud-verzetsstrijder Ben Ruwiel ongetwijfeld flink inspiratie zal hebben opgedaan bij mensen in zijn directe omgeving.
Het boek speelt zich volledig af tijdens Bevrijdingsdag 1980, wanneer Canadese oud-strijders nog eens naar Nederland komen om de bevrijding van de Duitse bezetter dunnetjes over te doen. Een mooie dag voor velen, maar niet voor Ben. Hij is al twintig jaar arbeidsongeschikt door hartklachten, zijn vrouw Corrie (ook een held tijdens de oorlog) ligt een groot deel van de dag in bed, is alcoholist en communiceert alleen met de telvisie. En dan is er de hond Snoet, die ook op zijn laatste benen loopt.
Ben begint de dag met grote schoonmaak. Hij zet van alles aan de de straat voor de vuilnisophaaldienst. Maar krijgt spijt als hij ziet dat de roestige brommer van Corrie is meegenomen. Hij besluit een nieuwe te gaan kopen, hoewel Corrie er nooit meer op zal rijden. Op zijn missie door de stad zijn er ontmoetingen her en der, hij koopt een stuk pens voor Snoet (mooi zijpad!), maar de brommer komt er niet omdat alle winkels dicht zijn.
In de middag gaat hij met Snoet naar de volkstuin, waar hij uiteindelijk de hond uit zijn lijden verlost. Door Wolkers met veel gevoel en ontroering beschreven. Op weg naar huis vindt Ben alsnog een oude brommer die hij meeneemt. Daar aangekomen blijken de inspanningen van de dag toch teveel te zijn geweest en valt het doek.
De dood speelt altijd een belangrijke rol in de boeken van Wolkers, maar hier zou je het als hoofdthema kunnen aanmerken. Of eigenlijk is verval meer een geëigend woord. Want alles in dit boek ademt verval: de levens van zowel Ben, Corrie en Snoet, de roestige brommer en later een brommer zonder voorwiel, een stuk ontdooiende pens. Ga zo maar door. Alles is op weg naar het bevrijdende einde. En dat op Bevrijdingsdag.
Bij een boek als dit ligt het melodrama op de loer, maar Wolkers is er in geslaagd hier ver van te blijven. Dat komt denk ik deels doordat van Ben Ruwiel een cynische en mopperende oude baas is gemaakt. En wat dan helpt is dat het boek vrijwel geheel bestaat uit gedachtes van de hoofdpersoon.
Kortom, een fraai geconstrueerd boek, dat aantoont dat Wolkers in deze jaren tot de top van de Nederlandse literatuur behoort.
erg komisch boek! ik heb onwijs gelachen om sommige stukjes, maar er waren ook weer hele zielige momenten. de hoofdpersoon in het boek is echt heel aandoenlijk.