Misschien wil ik gewoon graag tegendraads zijn. Wellicht vind ik het iets te leuk om een vrij onbekende debuutroman van een paar jaar geleden als ondergewaardeerd meesterwerk uit te roepen en mijn hyperbolische enthousiasme luidkeels in iedereens gezicht te duwen. Basje Boers Bermuda zou echter wel eens echt een ondergewaardeerd meesterwerk kunnen zijn. Toegegeven, meesterwerk is wellicht een beetje te sterk uitgedrukt – Bermuda heeft zeker haar gebreken – maar slechts veertien ratings op Goodreads vind ik toch crimineel weinig voor zo’n intrigerend boek.
Een paar weken geleden las ik Vrouwen schrijven niet met hun tieten, een bundel waarin 26 Nederlandse schrijfsters (in wisselende kwaliteit) hun visie geven op vrouwelijkheid in de 21e eeuw – voornamelijk om mijn chronische Niña Weijers-tekort ietsje op te vullen. Een van de sterkere stukken uit de bundel, een analyse van de manic pixie dream girl in moderne film, was afkomstig van Basje Boer, een naam die me eigenlijk vrij weinig zei. Naast haar carrière als beeldend kunstenaar, zo las ik in de korte biografie, schrijft zij vooral artikelen over film en kunst. Verder had ze een aantal korte verhalen geschreven en één roman, Bermuda dus.
In eerste instantie lijkt Bermuda een vrij standaard ‘ik ben een twintiger en ik voel me sip’ narratief te volgen. Meis wordt door haar beste, en enige vriendin in de steek gelaten na een gênante toespraak op haar verjaardag. Ze besluit haar oude leven achter zich te laten en gaat door Amsterdam zwerven, op zoek naar een eigen identiteit. Ondertussen probeert ze haar angsten te overwinnen, die ze opschrijft in haar notitieboekje.
Wat Bermuda onderscheidt van haar talloze soortgenoten, zijn Boers persoonlijke fascinaties. ‘Buiten het kijken van films had ze geen hobby’s’ lezen we in het eerste hoofdstuk over Meis. Dit zal de leidraad vormen voor haar identiteitszoektocht. Hoe ze moet leven weet ze niet; dus is ze gedwongen cinema als referentiepunt te gebruiken. Meis’ belevingen worden vervlochten met flashbacks naar haar jeugd en beschrijvingen van haar favoriete filmscènes. De grens tussen werkelijkheid en droom, feit en fictie wordt steeds vager – tot het punt dat een van haar idolen, een bekende fotografe die iconische filmscènes nadoet, de voice-over in gaat spreken bij de scènes in Meis’ leven.
Zoals gezegd, Bermuda is niet perfect. Het middenstuk vervalt toch net iets te vaak in de ‘ik ben een twintiger en ik voel me sip’ clichés. Meis gaat tijdelijk bij een stel studenten in huis wonen die haar leren wat losser te zijn, inclusief heel veel alcohol en seks. Het laatste deel van het boek (Vertigo, naar de Hitchcock-film) is daarentegen wat onconventioneler, en had juist iets langer mogen zijn. Meis wordt ongewild het nieuwe project van een wat excentrieke kunstenares. In plaats van een eigen identiteit te vinden, wordt een nieuwe identiteit voor haar gemaakt.
Misschien ben ik dit boek in mijn tegendraadsheid iets te hoog op aan het hemelen, en komen jullie voor een teleurstelling te staan wanneer jullie mijn aanbeveling opvolgen. Maar ik vind echt dat Bermuda meer aandacht verdient. Het is origineel, erg grappig geschreven en heeft zo absurd veel filmverwijzingen. Lees het!