Dit boek is de eerste monografie over het totale oeuvre van Stephan Vanfleteren. Al meer dan vijftien jaar dwaalt en jaagt hij met liefde in zijn vaderland rond. Met een reisverhaal van David Van Reybrouck, vriend van Vanfleteren.
Belgicum is geen fotografisch project over snelle vooruitgang en grote welvaart, maar eerder een visueel testament van de laatste restanten van het België van einde vorige eeuw en begin deze eeuw.
Stephan Vanfleteren is one of Belgium’s most renowned photographers. Among the general public, he is mainly celebrated for his penetrating black and white portraits of people from all walks of life, from artists and actors, to surfers, fisher- and sportsmen. However, his oeuvre is much more diverse than that. Starting his career as a press photographer, Vanfleteren made captivating photo reports about the events that dominated the news of the 1990s, such as the genocide in Rwanda, the war in Kosovo and the Dutroux affaire in Belgium. Later on, he began to elaborate a variation of themes in extended photo reportages, going from storefront façades to a journey along the mythical Atlantic Wall.
For his most recent work, Vanfleteren withdrew into his studio to focus on his own version of classic themes such as nude portraits and still life photography. In the latter, entitled Nature Morte, he portrayed dead animals (in colour) he found near his home. Where most of his images are very time phased, this series marks an evolution in Vanfleteren’s work towards a more timeless approach and subject matter.
vijf sterren??? 10 sterren verdient dit boek!!! zo mooi! vooral de volkse zwart-witportretten zijn adembenemend. PRACHTIG! Haarscherp! Melancholisch-droevig! iedereen die ons huis durft binnen te komen, krijgt momenteel het boek in zijn handen (hoera! al 2 slachtoffers voor mijn oordeel gewonnen!!!) dus : laat al die communautaire prietpraat even achter je en neem even deze foto's bij de hand: zo ontroerend menselijk mooi!!!
Wat is het jammer dat ik nog geen fotograaf was toen ik acht was. Ik zou Vanfleteren moeiteloos overtroefd hebben met de belgicismen die zich toen dagelijks voor mijn oog ontrolden. Ik zie en ruik en hoor ze nog, de donkere keukens, de onverwarmde werkhuizen, het 'huisje' op 'de koer', de koterijen, de bruine cafés, de galmende graadklasjes, de sjaaltjes op de vrouwenhoofden, de slaapkamermuren volgeplakt met kaartjes van de Grot en van de Maagd, de nachtkastjes vol medicijnen, de stortplaats in de Galgenbergen, de onderkomen honden rukkend aan hun ketting op het erf, mijn oude fiets met ratelende speelkaarten aan de vork, de verkoolde hazelwormen op de afgestookte flanken van 'de brug', ... De beste momenten: woordloos, met de ogen dicht, naast buurvrouw Marieke terwijl ze even van het wieden op adem kwam op haar overdekte rustbank in de tuin.