Arnoldus Winsemius wordt geboren in Leiden op 26 september 1634. Gedreven door een diep geloof streeft hij het grote doel na om in dienst van de VOC de kerstening van de heidenen op Formosa bevorderen.
Zijn verre nazaat Pieter Winsemius heeft op basis van de overgeleverde aantekeningen een prachtig, gedetailleerd memoriaal samengesteld, waarin hij Arnoldus op levendige wijze laat beschrijven wat hem in de periode van november 1650 tot september 1661 bezighoudt. Aan de hand van korte, heldere dagboekfragmenten lezen we hoe hij zich als jongeman voorbereidt op de zending, hoe hij verliefd wordt, hoe de maandenlange bootreis naar Azië verloopt en hoe hij samen met zijn gezin aan de andere kant van de wereld een leven opbouwt: met vallen en opstaan. Tegelijkertijd zijn we via Arnoldus getuige van de grote staatkundige, kerkelijke en militaire ontwikkelingen in een periode waarin de Republiek op de top van haar macht was en het leven in Formosa hard en snel. Niet zonder tranen verbindt daardoor de 'grote' geschiedenis met het leven van alledag binnen één familie.
Pieter Winsemius was werkzaam bij organisatieadviesbureau McKinsey & Company, twee maal minister van VROM, en lid van de WWR. In het spoor van zijn grootvader en vader is hij daarnaast een gedreven genealoog en onderzoeker van familiegeschiedenissen. Hij schreef op dit vlak onder meer Het koningsvaandel. Reis door het verleden van Friesland (2014).
Na het schrijven van Formosa, voorgoed verloren (FVV) was ik even een tijdje ‘Formosa-moe’, maar onlangs is het er toch van gekomen: het lezen van Pieter Winsemius’ roman Niet zonder Tranen. In februari 2016 had ik het geluk dat FVV als het ware mocht 'meeliften' op zijn roem, en werd het samen met nog een ander boek over de VOC in Taiwan besproken in het NRC Handelsblad. Niet lang daarna hebben we elkaar ontmoet en geruild van elkaars boeken, die vanzelfsprekend werden voorzien van de nodige persoonlijke tekst. Waar FVV een roman betreft waarin de historische gebeurtissen worden beschreven vanuit de verschillende personages met de daarbij behorende scènes en dialogen, heeft Winsemius ervoor gekozen deze periode te beschrijven in dagboekvorm, en vanuit het perspectief van één persoon: namelijk dat van Arnoldus Winsemius, een verre oudoom van de auteur. Het vertelt het verhaal van de jonge Arnoldus die in Nederland wordt opgeleid als predikant met de bedoeling om te worden uitgezonden naar het verre Formosa, het hedendaagse Taiwan. De lezer maakt kennis met Arnoldus in Amsterdam en Leiden en beleeft met hem zijn (soms onbedoelde) avonturen in de liefde en zijn uiteindelijke huwelijk met Marietje. Dan volgt de lange, beproevende reis naar de Oost met daarbij gedetailleerde beschrijvingen van zijn verblijf in De Kaap en Batavia, en zijn jaren in Formosa. In het dagboek komen er verhalenderwijs veel historische gebeurtenissen voor die de achtergrond vormen voor het verhaal, en er worden ook veel namen genoemd van personen die daadwerkelijk hebben bestaan. Dat de auteur zijn onderzoek grondig heeft gedaan, is duidelijk. Wanneer Arnoldus in Formosa arriveert, is er veel onenigheid tussen de Bataafse Raad, de Kerk en de Heren Zeventien over de diensten die hij en zijn collegae zouden moeten uitvoeren, en wordt hij naar verschillende dorpen gestuurd voordat hij zich eindelijk echt kan vestigen. Hij maakt kennis met koppen-snellende inheemsen waarvan de bedoeling is dat hij die bekeert, en vormt een band met hen en de overige Nederlandse kolonisten. Er heersen veel ziektes op het eiland, de voorzieningen zijn gebrekkig, en sterfgevallen zijn aan de orde van de dag. Het zijn dit soort harde omstandigheden waarin Arnoldus Winsemius zijn werk moet doen. De uitzending van Arnoldus naar het eiland vindt plaats in roerige tijden, aangezien de Ming-Dynastie op het Chinese vasteland in een vrije val verkeert door de oorlog met de oprukkende Mantsjoes. Deze ontwikkelingen zijn niet zonder zijn gevolgen voor Formosa, er ontstaat namelijk een ware exodus van voor de oorlog vluchtende Chinezen naar het eiland. Maar ook de Chinese krijgsheer Koxinga, die heeft gezworen tot het laatste te strijden tegen deze vijand, zal met zijn leger zijn toevlucht zoeken op Formosa. Wanneer deze met zijn armada in 1661 langs de kust van Formosa arriveert, is het einde van de bijna veertig jaar-durende bezetting van de VOC in zicht, en gaan de kolonisten een onzekere, gevaarlijke tijd tegenmoet. Wat Niet zonder tranen vooral bijzonder maakt, is dat het vanwege de vertelvorm de lezer een vrij intiem beeld geeft van het leven van deze jonge Hollandse, zeventiende-eeuwse zendeling. In een tijd waarin een brief uit het vaderland er op z’n minst negen maanden over deed, wordt je als het ware getuige van zijn vreugde bij de geboorte van zijn kinderen, maar je ervaart ook zijn tragedie vanwege de vele persoonlijk verliezen die hij voor zijn kiezen krijgt. Het gefictionaliseerde dagboek is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, en is geïnspireerd door een teruggevonden familiebijbel, waarin Arnoldus Winsemius aantekeningen maakte van de belangrijkste gebeurtenissen van zijn leven, zoals de geboorte- en sterfdata van zijn vrouw en jonge kinderen. Vooral een aanrader voor lezers die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van vroege koloniale tijden in de Oost.