Het tragikomische Een ontgoocheling zou ook wel 'Twee ontgoochelingen' kunnen heten: de Keizer ziet niet alleen zijn zoon mislukken op de middelbare school, hij is zelf ook een mislukkeling, want hij weet met zijn miserabele sigarenfabriekje maar net het hoofd boven water te houden.
A pitch perfect tragi-comedy from the author of kaas.
I read here that Elsschot's day job was in advertising, maybe that helped him to develop his delicacy in phrasing? I remembered that Fay Weldon and Salman Rushdie had also worked in advertising they are involved with or came up with the slogans Go to work on an egg and naughty but nice, the latter to encourage sales of cream cakes .
Reading the last sentence, I felt that if this novella had been written by Arnold Bennett then it would have taken the mother as the main character and the story would have had a tragic character with a couple of funny lines rather than achieving more of a balance, the masculine side of the story tends to be more ridiculous, from the self-importance of the small businessman on the eve of the first world war to the excitement of the big business in which small fortunes can be made by the clerks through manipulation of the postage rates.
The story concerns a father and son, the son is hapless, a state which is underlined by his running around in his school uniform long after having been pulled out of school by his father on account of his stupidity. However at a certain point I had the feeling that the pear doesn't fall far from the apple tree - the description of the father's cigar factory and business, is like all of this short, short book, not a disappointment.
Eerste zin: "De Keizer was sigarenfabrikant" de toon is gezet. Een sigarenfabrikant die amper het hoofd boven water kon houden, maar toch probeerde om naam en eer te behouden. Zo wilde hij graag dat zijn zoon, Kareltje genoemd, advocaat zou worden. Zijn voorzitterschap bij de Lustige Whistspelers wil hij kost wat kost behouden. Het lukt Kareltje niet om de verlangens van zijn vader in te lossen. Louis De Keizer is hierdoor zwaar ontgoocheld. Het boek leest vlot en toch moet je zeer attent en alert zijn. Alhoewel ik hou van de stijl van Elsschot vond ik het lezen niet evident. Hij brengt meerdere maatschappij kritische zaken naar voor, maar het snappen van de diepgang is voor mij niet altijd evident geweest. Dit noem ik dan ook 'literair hoogstaand' een boek die je heel wat bijbrengt en nog steeds actueel is. Verlangens die worden gesteld alsook persoonlijke eisen en het betreden van de maatschappelijke ladder is voor sommige zeer belangrijk, maar is dit allemaal wel zinvol? Elsschot wil ook duidelijk maken dat al deze niet het belangrijkste zijn. Uiteindelijk gaat iedereen dood voor zichzelf en pas dan maakt ieder voor zichzelf de eindbalans op die soms intriest is. Wat ook het verhaal "Een ontgoocheling" duidelijk maakt. Een intriest verhaal met de nodige komische noten die duidelijk maken dat mensen soms tot het belachelijke aan leunen. Ik heb het boek(je) heel graag gelezen en ik ga zeker zijn andere werken ook lezen. Ik wil dan ook iedereen aanraden, die graag literaire werken leest, om dit boek te lezen.
Er gaat niets boven een beetje Elsschot lezen op een vrije zondagmiddag. Ik vond Een ontgoocheling niet even goed als zijn Villa des roses en Kaas maar ik kan niet anders dan ook dit boek leuk vinden. Vooral een klein stukje over advocaten maakte me aan het lachen. Als De Keizer nadenkt over mogelijke beroepen die zijn zoon Kareltje kan gaan uitoefenen overweegt hij onder andere het volgende: "In de eerste plaats was het hem opgevallen dat de meeste advocaten in mooie huizen woonden. Verder begreep hij niet goed waar zij zich buiten de pleidooien eigenlijk mee onledig hielden, maar in ieder geval was hij ervan overtuigd, dat zij met zeer weinig werken schatten gelds verdienden". Wat een lofzang op mijn toekomstige professie :')
Zelfs naar Elsschot-normen was dit wel héél erg kort. Iets té kort naar mijn goesting, maar toch heerlijk tragikomisch en nuchter zoals hij alleen dat kon. Eigenaardig genoeg zou hij later gaan zeggen dat net dit zijn eigen favoriet was, en een klein persoonlijk trauma (als we het dat kunnen noemen) is merkbaar tussen de regels door. Dat hij dit schreef om er van af te zijn, lijkt mij binnen de Fons zijn karakter te passen, maar evengoed zou hij mij nu afschrijven als een zeveraar. In ieder geval: te kort om écht impact te maken, maar typisch Elsschot en memorabel om zijn geweldige laatste zin. En de allereerste vermelding van Laarmans.
"En toen Kareltje haar aankeek, omdat zij zo raar praatte, zag hij dat zij met neergetrokken mondhoeken wenend de soep proefde."
Een tragikomische geschiedenis om bij te grinniken, typisch voor het werk van Elsschot. Met dodelijk zinnetjes ("t Leeglopen had een uitstekende invloed op zijn gedrag thuis") en rake beschrijvingen ("Er kwam een opwaartse deining in 't slanke lichaam, alsof het zwol en spartelde in de al te nauwe blouse. Zij liet haar nat mondje even openhangen en sloeg toen aan, als een nachtegaal ...") en natuurlijk de beroemdste slotzin uit de Nederlandse literatuur, die ik hier niet ga citeren.
Dit boekje had ook Ontgoochelingen kunnen heten, want vrijwel alle protagonisten ondergaan teleurstellingen in het leven, dat toch al niet veel voor ze in petto heeft. Sigarenfabrikant De Keizer niet, zoontje Karel niet, en moeder De Keizer eigenlijk ook niet. Hun ambities hebben iets sukkeligs en zijn tegelijkertijd menselijk. Medelijden kreeg ik niet met ze. Wel mededogen, mede dankzij het feit dat Elsschot het in 1914 allemaal zo laconiek en bondig heeft opgeschreven.
Een van de mooiere slotzinnen die ik al las: “En toen Kareltje haar aankeek, omdat zij zo raar praatte, zag hij dat zij met neergetrokken mondhoeken wenend de soep proefde.”
Een romantitel als deze is gevaarlijk: inderdaad, deze Elsschot is finaal een ontgoocheling. Elsschot is de eigenaar van een een laconieke, matter-of-fact formuleerkracht die zowel droogkomisch als wrang pijnlijk werkt, maar dit verhaal is te kort, anecdotisch en fragmentarisch om doorlopend te boeien. Een duidelijke keuze qua protagonist had ook geholpen: eerst de vader, dan de zoon, dan weer de vader...
Typische "slice of life"-literatuur van Elsschot in dezelfde trant als Het Dwaallicht. Kort, bondig en toch impactvol. Een basiskennis Frans is mooi meegenomen want Elsschot schudt hier en daar een conversatie in het Frans uit zijn mouw.
3.5 sterren. Ale seg mijn eerste Elsschot. ‘Lig ik niet te sterven? Vroeg hij, doch er was niemand in de kamer’. Mooie laatste pagina. - vertel wat je wilt vertellen, en ga spaarzaam om met woorden - nawoord
Een ontgoocheling is een van de boeken waar Elsschot zelf het meest van hield, zo staat op de achterflap. Het is een van de weinige Elsschotnovelles die ik zelf nog niet gelezen heb. Hoog tijd dus.
Louis De Keizer is sigaarfabrikant en voorzitter van De Lustige Whistspelers, maar de zaken gaan niet echt goed en ook in de kaartclub zijn er kapers voor de kust. De dingen gaan van kwaad naar erger als hij door zijn vrouw betrapt wordt op bordeelbezoek. Dus ligt alle hoop bij zijn zoon, Kareltje, maar die houdt zich op school meer bezig met dropjes schikken dan met de les. Bovendien wordt hij gepest omdat hij een dik hoofd heeft.
Een ontgoocheling verscheen zeven jaar na zijn debuut Villa des Roses en betekende voor Elsschot (echte naam: Alfons De Ridder) dus een terugkeer naar de literatuur. Uit het beeld van de zakenwereld dat hij hier schetst, blijkt zijn teleurstelling met dat wereldje van sjoemelen en konkelfoezen. Toch zou hij de spreidstand volhouden: harde zakenman en diepmenselijke auteur. Het zou niet de enige spreidstand zijn in het leven van Alfons De Ridder.
Een ontgoocheling is niet meteen de beste Elsschot en verbleekt zelfs naast het ongeveer tegelijkertijd verschenen De verlossing. Maar ik zou nu ook weer niet zo ver willen gaan dit een ontgoocheling te noemen. Daarvoor staan er toch weer voldoende rake observaties in.
Wel een woord van waarschuwing: omdat zakendoen in Antwerpen destijds grotendeels in het Frans geschiedde, bevat deze roman behoorlijk wat Frans en dat ligt anno nu niet meer zo voor de hand.
I always like spending time in the world of Elsschot, with it's likeable losers and small-minded but humorous interpersonal relations. 'Een Ontgoocheling' is certainly not what its title suggests, although I wouldn't point anyone towards this short novella per se if they aren't already acquainted with the style of Elsschot.
It's the story of Kareltje, son of De Keizer, who is born with a remarkable big head and a lack of clear talent for anything. It is supposedly loosely based on the early life and occupations of the writer himself, with a lovingly satirical tone throughout, honing in on family life, small jealousies and imperfect people.
It is already a couple of years ago that I read this (I guess in 2015?), but I remember this book as being a piece of outstanding literature that I have to read again in the future for sure. The book relates the tragic story of two disillusionments for De Keizer, owner of a small and unsuccesfull cigar shop: his son Kareltje's failed career, as well as his expulsion from the local cards club. What has kept with me since reading, is one of my favorite quotes from a book ever, namely the closing sentence of this book: "En toen Kareltje haar aankeek, omdat zij zo raar praatte, zag hij dat zij met neergetrokken mondhoeken wenend de soep proefde." "And when Kareltje looked at her, because she was talking in such a strange fashion, he saw that, with downturned corners of the mouth, she was weepingly tasting the soup"
Elsschot schreef deze melancholieke roman in 1914. Hoofdpersonen zijn de sigarenhandelaar De Keizer en zijn zoon Kareltje. De Keizer is voorzitter van de kaartvereniging De Lustige Whistspelers. Hij en zijn vrouw hebben ambities met hun zoon, maar deze blijkt niet goed te kunnen leren en wordt vervolgens hevig gepest in de baantjes waar hij aan de slag gaat. Ook vader de Keizer gaat geleidelijk aan ten onder. Hij verliest zijn functie als voorzitter van de kaartvereniging na een interne machtsstrijd. Hij wordt wanhopig als tot hem doordringt hoe Kareltje is gepest en dit wordt letterlijk zijn ondergang. Elsschot is een meester in het schetsen van hypocrisie. Na De Keizers dood staan zijn opvolgers klaar om hem te huldigen, nadat ze eerst de poten onder zijn stoel hadden weggezaagd. De Keizer is dood, leve de keizer! Waarschijnlijk koos Elsschot niet toevallig deze naam.
‘De Keizer was sigarenfabrikant. Veel geld verdiende hij niet...’. De toon is gezet. Een weinig opbeurend verhaal, de titel dekt precies de lading. Maar ook weer zo goed geschreven, en met zo’n snelheid, je zit gekluisterd aan je e-reader tot de laatste snik. Zijn korte snelle beeldende stijl zorgt ervoor dat je volledig in t donkere verhaal wordt meegezogen en t in 1 ruk uitleest. Op naar meer!
Kareltje de Keizer - grote lantaarn, weinig licht. Zit drie jaar in gymnasium 1, maar vooral op de achterste banken. Zijn vader is een niet zo succesvolle sigarenfabrikant. Ook is hij voorzitter van de kaartclub De Lustige Whistspelers. Kareltje zegt graag advocaat te willen worden, maar vanwege zijn kansloze schoolcarrière gaat dat niet door. Aardig boekje!
Een werk uit zijn beginperiode, voor hij met zijn meer autobiografische novelles begon over zijn alter ego, Frans Laarmans. Beter dan 'De verlossing' maar minder goed dan zijn debuut 'Villa des Roses'.