Dit boek beschrijft het jonge leven van Constant Wegman. Hij leeft in zijn eigen wereldje, hij is constant weg man. Het speelt zich allemaal af rond het café-hotel van zijn grootmoeder op de Amsterdamse Zeedijk. Het verhaal kabbelt voort zonder kop of staart, is vrijwel geheel plotloos, en totaal humorloos. De karakters zijn volkomen plat, nergens worden ze interessant genoeg om met ze mee te leven. Volgens de achterflap: "... een hartstochtelijk portret van een roemruchte buurt". Op een gegeven moment vertelt de broer van Muis, een van de personen in het boek, een verhaal. Kees van Beijnum omschrijft het als volgt: "... al die onbenullige hoogtepunten en drama's die, afgaande op de geestdrift waarmee hij ze onder woorden bracht, kleur en smaak gaven aan het dorpsbestaan.". Ik denk dat deze zin beter op de achterkant van dit zouteloze brok proza had kunnen staan.