Aan het eind van de negentiende eeuw komt Lennart ter wereld als bastaard van een Duitse graaf. Hij wordt opgenomen in het gezin, maar zijn vader en broers kleineren hem. Lennart zoekt zijn heil in de keuken. Daar wordt hij door het personeel als een van hen gewaardeerd en raakt hij gefascineerd door geur en smaak. Omdat hij zijn leven niet zeker is binnen het gezin vlucht hij en ontmoet een Zwitserse Zuckerbäcker: een meesterpatissier die hem meeneemt naar Venetië. Daar leert hij de magie van suiker, chocolade en liefde kennen. Er blijft echter ook veel voor hem verborgen. Zelf houdt hij angstvallig geheim dat hij langzaam zijn gehoor verliest, omdat de ontdekking van zijn doofheid het einde van zijn dromen kan betekenen. Maar met die keuze brengt hij anderen in gevaar.
Zoals het een laat-negentiende-eeuwse Beierse graaf betaamt vergrijpt ook August von Schauenstein-Hirschbach zich regelmatig aan het huispersoneel. Lennart heet het kind dat uit een van zijn escapades wordt geboren en zijn vrouw Amanda besluit hem onder haar hoede te nemen, tegen de haat en de minachting van haar man en zijn twee andere zonen in. Wanneer zij echter komt te overlijden, rest de jongen niet anders dan een vlucht, en zo komt hij in Venetië terecht, waar hij in de leer gaat bij een Zwitserse Zuckerbäcker, of patissier. En waar hij zijn toenemende doofheid voor zijn omgeving verborgen tracht te houden, met de tragische dood van een geliefde als gevolg. Onno Wesselings tweede boek is net als zijn debuut De eeuw van Carlos Moreno Amador een zeldzame pretentieloze historische roman. Wie durft vandaag het risico nog aan een uitschuiver te maken tijdens een wandeling op het slappe koord dat een beschrijving van het Venetië van begin twintigste eeuw ongetwijfeld is? Wesseling dus, die niet in de decadente praalval trapt, maar toch een gedetailleerd en geloofwaardig beeld geeft van de dogenstad. De ware schoonheid zit niet in het uiterlijke suikerlaagje, beseft immers ook Lennart op het einde van de roman, die zit diep vanbinnen.
Voor de @popsugar Reading challenge 2019 las ik een boek met het woord ‘suiker’ in de titel. Ik las op de achterkant dat dit boek van Onno Wesseling een historische roman is dat gaat over de magie van suiker, chocolade en liefde. Omdat ik zelf een amateur-koekenbakker ben, leek dit boek me wel een oké keuze. Lennart is het hoofdpersonage. Hij is een beetje een antiheld en een moederskindje, maar hij is slim en leert snel. Als hij moet vluchten voor zijn vader en broers, loopt hij een bijzondere man tegen het lijf. Deze man ziet in hem hét talent dat hij nodig heeft als kroonprins in zijn patisserie. Het boek is op dit moment in het verhaal redelijk ongeloofwaardig, maar ik ben toch wel benieuwd hoe het verder gaat. Lennart werkt in de bakkerij, maar moet helemaal onderaan in de hiërarchie beginnen. Dit deel van het boek vind ik het leukst. Als Lennart en de dochter van de meester-patissier door wie hij zo plotsklaps in huis is opgenomen een interesse in elkaar tonen, wordt hij verbannen naar de stokerij en krijgt het verhaal weer een heel andere wending. Het wordt doorspekt met legendes en intriges en zweeft van hot naar her. Wat wil de schrijver precies duidelijk maken? Waarom scheef hij dit boek? Lennart verandert in een vlak karakter met een hang naar zelfdestructie. Ik vind hem niet zo sympathiek meer. De patisserie is een interessante plek in het boek, maar schijnbaar vindt de schrijver een leegstaande villa interessanter voor het plot van zijn boek. Die omslag begrijp ik ook niet echt. Een of andere legende laat hem die keus maken. Wesseling probeert mooie zinnen te schrijven, soms iets té mooi, maar ik kan me met niemand in het boek identificeren waardoor het boek me niet bij zal blijven. Het historische aspect in het boek zou het verhaal kunnen redden, maar het lijkt of Wesseling steeds een nieuw plot bedenkt tijdens het schrijven. Ik vroeg me steeds af: waar gaat het boek nú weer heen. Dat is jammer. Ik denk dat hij zijn verhaal best wat kleiner had kunnen houden: de jeugd van Lennart en de patisserie hadden wat mij betreft de basis van het verhaal mogen zijn. Ik vond het een oké boek.
Prachtig geschreven verhaal dat start in 1896 op Slot Schauenstein in het Beierse Woud, waar de jonge Lennart als bastaardzoon van Graaf August von Schauenstein-Hirschbach wordt geboren en samen met gravin Amanda Willoughby (graaf Augusts tweede vrouw) en zijn halfbroers Gottfried en Ludwig de eerste vijftien jaar van zijn leven doorbrengt, tot hij na de dood van Amanda, de vrouw die hij als zijn moeder beschouwde en die hem zo veel heeft geleerd, van het kasteel wegvlucht met de bedoeling via een der havens van West-Europa naar Engeland over te steken en zich te presenteren als erfgenaam voor het landgoed Derbyshire waar Amanda was geboren. In plaats daarvan belandt hij echter in Venetië als leerling van een van oorsprong Zwitserse meesterpatissier en leert in de daaropvolgende jaren bijna alle fijne kneepjes van het vak, behalve één geheim dat meester Talin d'Orsa weigert hem te onthullen.
Sfeervolle beelden van het Beierse Woud en vooral ook van historisch Venetië, wetenswaardigheden over o.a. het vak van chocolatier en verder elementen als liefde, haat, afgunst, jaloezie, spijt, schuldgevoelens en wraak maken het tot een boeiend geheel.
Net zoals zijn vorige roman is dit boek erg "onhollands". Beetje Dickens, beetje Carlos Ruiz Zafon... Maar al met al een erg genietbare historische roman die begint in het "duistere" Beieren en eindigt in magisch Venetië.
Eind negentiende eeuw: Lennart wordt geboren als bastaard van een Duitse graaf. Zijn vrouw dwingt haar man om het kind door te laten gaan als een kind van haar en haar man. Lennart wordt dan wel opgenomen in het gezin van de graaf, maar wordt gekleineerd door zijn vader en getreiterd door zijn twee halfbroers. Zijn van oorsprong Engelse moeder vertelt hem veel verhalen over haar jeugd in Engeland en brengt hem liefde voor Engelse literatuur bij. De uren die hij met haar doorbrengt zijn de beste tijden van de dag. Verder vlucht hij naar de keuken, waar hij veilig is voor het gepest van zijn vader en broers. Dat laatste neemt zulke vormen aan, dat Lennart moet vluchten, omdat zijn leven in gevaar komt. Zijn gezondheid is al genoeg beschadigd: hij lijdt vaak aan oorontstekingen en zijn gehoor is slecht. Op zijn vlucht ontmoet hij een Zwitserse patissier, die een winkel heeft in Venetië. De man is op reis met zijn dochter, zijn vrouw is ziek en is achtergebleven in Venetië. Ze zoeken een opvolger voor de bakkerswinkel. Lennart gaat bij de Zuckerbäcker in de leer. Het is interessant om te lezen, wat hij zoal moet doorstaan om het vak te leren. Maar of leraar en leerling elkaar nu genoeg vertrouwen? Lennart vertelt niet over zijn gehoorproblemen en zijn meester leert hem voor zijn gevoel niet alles wat hij moet weten om de zaak over te nemen. Intussen is Madlaina, de dochter van de bakker, verliefd geworden op Lennart. Zij is al getrouwd, dus Lennart laat zijn oog vallen op Tamara, dochter van een gondelbouwer. Achterdocht, jaloezie, geheimen: het liefdesverhaal zit er vol mee. Ook dit deel is goed geschreven, maar boeide me toch minder dan het verhaal van de Zuckerbäckerei.
Het verraste mij te ontdekken dat de schrijver een Nederlander is. Onno Wesseling heeft de Italiaanse sfeer zo levensecht weergegeven dat ik er automatisch van uit ging dat de man zelf ook Italiaan was of tenminste daar woonde. Niets is minder waar. Het verhaal en vooral de bereiding van de patisserie is zeer beeldend beschreven evenals de oorontstekingen... Het ene moment zit je verlekkerd mee te snoepen van de heerlijke chocola en prachtige kunstwerken in suiker die Lennart weet te maken, het andere moment leef je mee en voel je bijna de pijn in zijn kloppende oren. Je wil bijna roepen dat hij niet moet gaan zwemmen.
Maar wat vooral het verhaal zo prettig maakt is dat het veel meer ingrediënten in huis heeft. Naast het heerlijke eten en de ziektemomenten, speelt romantiek ook een belangrijke rol, evenals afgunst, winstbejag, onzekerheid en liefde, dit alles zonder goedkoop te worden. Kortom, Onno Wesseling heeft een erg prettig leesbare roman neergezet die je meevoert naar het Italië van weleer.
Ik dacht hier wel even zoet mee te zijn, maar Suiker is verslavend! Zoveel mooie zinnen die samenkomen in wederom een prachtroman. Voor mij bevestigt Onno Wesseling met Suiker nogmaals wie hij is: een verhalenverteller pur sang!