Bij elk volgend boek van Laura Broekhuysen (dat ik lees) mis ik de voorgaande boeken (en ik geloof dat dat goed is!).
Voor het eerst lees ik het (nog kleine) oeuvre van een schrijver min-of meer chronologisch en min-of meer opeenvolgend aan elkaar. Als klein experiment. (Momenteel lees ik Flessenpost uit Reykjavik.) Als ik dus zeg dat ik bij een volgend boek van Laura Broekhuysen de voorgaande mis, bedoel ik misschien eerder iets wat zou kunnen lijken op plotseling alleen nog pompoensoep voorgeschoteld krijgen in plaats van wortelsoep (wat je heel lekker vond! (en pompoensoep... dat is nog maar afwachten)).
Met kleine scepsis dus, las ik een flink aantal verhalen uit Winter-IJsland tot ik merkte dat ik bijna door het boek heen was en steeds langzamer begon te lezen opdat ik nog wat over zou houden. Weg scepsis, welkom pompoensoep! Ik moet hier overigens zeggen dat de scepsis bij de overgang naar Winter-IJsland wellicht iets groter was dan bij de voorgaande boeken. Dit, omdat het tevens de min of meere overgang markeert tussen Broekhuysens fictieve en non-fictieve werk (als die scheiding al zo getrokken mag/kan worden). Misschien had ik wat moeite met de omschakeling omdat ik tot kort daarvoor vooral in haar heel ritmische klanken- en woordenspel had gezeten waarbij de verhaallijnen niet altijd volgbaar worden en/of zijn maar waarbij dat ook haast niets uitmaakt (als gevoelsmatig speels ongrijpbaar zijnde). In dit boek nu, zijn de verhalen (ook nog een verschil; verhalen versus roman/novelle) toch van andere aard. Nu ik dit opschrijf en eigenijk wilde schrijven; van meer documenterende aard, bedenk ik dat ook in haar vorige boeken gedocumenteerd wordt. Of in elk geval, beschreven. Maar dan, vanuit een ander perspectief, dat van gevoelde fictieve personen vanuit een fictieve wereld (waarbij wederom de vraag is of alles daarin fictief genoemd mag worden en hierin dan non-fictief).
Tot halverwege ongeveer, meende ik te voelen dat de verhalen minder persoonlijk waren ten opzichte van haar eerdere boeken. Terwijl het juist klaarblijkelijk Laura's eigen ervaringen zijn van het leven in een Fjord en alles daaromheen. Op die mening kom ik dan ook (deels) terug. Wat ik dacht te ervaren als minder persoonlijk komt denk ik voort uit het feit dat Laura in haar meer fictieve werk zo een gespeel met ritme en klank tentoonstelt waardoor ik haast niet anders kan dan dat te associëren met een heel diepe poging het onbeschrijfbare beschrijfbaar te maken met méér dan alleen woorden (en daar dan in slagen met tóch alleen woorden) - en dat, voelde persoonlijk.
Persoonlijk of niet, en persoonlijk is het gewoon, het lezen van Winter-IJsland opent stukje bij beetje de toegang tot ervaringen en overpeinzingen op (van) (een)/het (gezins)leven (temidden een Fjord in IJsland en hun samenspel met natuur, elkaar en de toch juist ook erg voelbare contact- (of contrast-) momenten met 'buitenstaanders' en dorpen/steden). Daarnaast is het ook heel erg een verslag van een moeder - in afwachting van haar tweede kind - en de ervaringen rondom. En toch, dat moederschap is slechts onderdeel van het totaal. Ja, het zorgt voor bepaalde unieke belevenissen, maar (en dat voelt fijn), belevenissen op gelijke voet met zoveel andere. Ik denk dat daarin ook juist een grote gevoeligheid blootgelegd wordt. Laura Broekhuysen schrijft hier met een zekere gevoelde afstand - maar, een afstand die juist een diepte lijkt te omcirkelen zonder die écht te noemen (ik ben ergens bang dat ik nu vergeet dat ze juist wel diepte schets maar ik die schetsen gemist heb, of die vond via deze redenerende omweg (maar dat is dan enkel mijn eigen vreemde lezing), wat slechts maakt dat de verhalen zo gelezen kunnen worden dat je ze zelf mee zou (willen) maken en, die afstand - niets echt romantiserends of on-romantiserends - is misschien op een nét wat andere manier juist weer de poging het onbeschrijfbare beschrijfbaar te maken en wel zo dat iedereen er mee kan doen wat hij of zij wil.
(Als belangrijke toevoeging (misschien is dit namelijk wel waar het meer om draait?) wil ik toch nog benoemen dat - terwijl ik een quote zocht - Laura Broekhuysen in haar verhalen ook duidelijk bewust afstand neemt ten opzichte van haar eigen leven. Ze analyseert en onderzoekt waarom ze/we soms dingen zo ervaren, we de wereld zo ervaren als we doen - en, hoe ervaren we de wereld überhaupt en hoe is het misschien anders in een Fjord dan in een stad? (Én, soms lijkt ze ook haar eigen perspectief voor die van haar dochter in te ruilen, of in elk geval, beide perspectieven naast elkaar te benoemen.) Onderstaande zegt denk ik iets over de keuzes die Laura in haar verhalen, haar schrijven (haar leven?) maakt:
"De Franse filosoof Jean-François Lyotard schreef afgelopen eeuw: 'Alleen het ontvankelijk zijn voor datgene waarop het denken niet voorbereid is, verdient denken genoemd te worden.'" p.20)