Jump to ratings and reviews
Rate this book

Amor mundi. Hoe komen we tot een betekenisvolle relatie met de ander?

Rate this book
We leven in een tijd waarin ons persoonlijk geluk centraal staat. We doen er alles aan om ons goed te voelen en ons te ontplooien en worden daarin gestimuleerd door een heuse geluksindustrie. Maar al die aandacht voor het individu gaat ten koste van de aandacht voor de wereld om ons heen. Langzamerhand hebben we de grenzen van het individuele geluksdenken bereikt.
De tijd lijkt rijp voor meer ‘amor mundi’, liefde voor de wereld, zoals filosofe Hannah Arendt het ooit noemde. Maar wat is dat dan? Hoe verhouden wij ons tot de wereld? Kunnen wij van de wereld houden zonder ons individuele geluk daarvoor op te geven? In dit prikkelende filosofische essay verkent Peter Venmans de mogelijkheden.

240 pages, Paperback

First published March 1, 2016

4 people are currently reading
81 people want to read

About the author

Peter Venmans

12 books6 followers
Peter Venmans is een Vlaamse hispanist, filosoof en schrijver.

Peter Venmans in de Nederlandstalige Wikipedia


Peter Venmans is een Vlaamse hispanist, philosopher and writer.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
2 (6%)
4 stars
18 (54%)
3 stars
10 (30%)
2 stars
2 (6%)
1 star
1 (3%)
Displaying 1 - 7 of 7 reviews
Profile Image for Philippe.
765 reviews731 followers
June 5, 2016
Dit is een belangwekkend en verhelderend boek. Aan de basis ervan ligt, impliciet, de vraag op welke leest wij onze ‘human affairs’, ons samenleven moeten schoeien. Deze laatste zin nodigt uit om aangevuld te worden, bijvoorbeeld met “… om zoveel mogelijk mensen zo gelukkig mogelijk te laten zijn”, of “… om de wereld een leefbare plaats te laten blijven voor toekomstie generaties”. Maar die aanvulling laat ik bewust achterwege omdat de auteur, Peter Venmans, daar geen expliciete stelling in neemt. Het is een feit dat we met velen zijn die deze aardse habitat delen, en alleen al dat gegeven wettigt de vraag naar de wijze waarop we dat dan zouden moeten doen. Dit boek gaat niet over concrete strategieën om samen te leven, maar over een instelling, een ethos, dat er aan de basis van kan liggen. Peter Venmans duidt dit aan als amor mundi (‘liefde voor de wereld’), een term die hij leent bij Hannah Arendt. Dit klinkt als een concept met een hoge aaibaarheidsfactor en koren op de molen van positieve psychologen. Maar dat is het vanuit het perspectief van Arendt allerminst.

We moeten opmerken dat amor mundi in het oeuvre van de Duits-Amerikaanse filosofe slechts een efemere rol speelt. In het tijdens haar leven gepubliceerde werk komt de term zelfs niet voor. Alleen in een aantal brieven en dagboekaantekeningen uit het jaar 1955 speelt ze met die notie. Daaruit blijkt dat ze ermee verwijst naar een in essentie zorgende en ontvankelijke houding tegenover de concrete ‘pluraliteit’, het is te zeggen de tastbare aanwezigheid van andersgezinden en vreemden, dragers van uiteenlopende wereldbeelden en verzuchtingen, in een noodzakelijk gedeelde ruimte.

In dit boek gaat Peter Venmans na hoe we deze grondhouding kunnen begrijpen. Hij geeft toe dat hij bij de aanvang van zijn essayistisch project een zeker ambivalentie koesterde ten opzichte van zijn onderwerp, die ook na het beëindigen van zijn boek niet helemaal is verdwenen. Dit is geen onverdeeld pleidooi voor amor mundi, maar een filosofische verkenning die de relatieve sterkten en zwakten ervan in kaart probeert te brengen. Het boek is opgevat als een verzameling van essays die niet naadloos op elkaar aansluiten maar de contouren van een argumentatie laten verschijnen.

In de eerste hoofdstukken laat Venmans zien dat amor mundi in onze cultuurgeschiedenis wordt verdrongen door twee andere wereldbeelden: de amor dei (‘liefde voor god’) die door de christelijke leer als leidend beginsel wordt gehuldigd, en de amor sui (‘liefde voor het zelf’, of eigenliefde) die de grondslag legt voor een op utilitaristische leest geschoeide liberale samenleving. In beide gevallen wordt onze relatie met het wereldse geproblematiseerd. In het ene geval ligt het enige dat werkelijk van waarde is – het Rijk Gods – buiten de wereld. Het tweede mondt uit in een nuts- en geluksdenken dat relaties tussen mensen dreigt te instrumentaliseren. De romantici hebben de burgerlijke cultuur van nutsdenken en (zelf)disciplinering gecountered met een soort van ‘Innere Emigration’, een solipsisme dat zich opsluit in de cultus van de eigen passies en gevoelens. De chaotische buitenwereld wordt hierdoor buitengesloten. Deze ‘sentimentele dwaling’ biedt dus geen basis voor amor mundi. En dat is even goed waar voor de heroïsche, Nietzscheaanse strategie van opstandigheid en amor fati.

Wat biedt dan wel een aanzet tot amor mundi? Peter Venmans verkent die vraag vanuit verschillende invalshoeken, met name vanuit de begrippen ‘verwondering’, ‘verontwaardiging’, ‘geboortelijkheid’, ‘meesterschap’ en ‘perfectie’ en ‘verantwoordelijkheid’. Daarbij houdt hij vast aan een Arendtiaanse invulling van ‘wereld’ als het domein van het typisch menselijke, als plaats waar mensen betekenisvolle relaties aangaan met elkaar en door gezamelijke initiatieven iets nieuws tot stand brengen. Dat veronderstelt een vermogen tot reflexiviteit en geoefend oordeelsvermogen.

Naarmate de essayistische verkenning vordert, wordt de genuanceerde en gelaagde betekenis van amor mundi duidelijker. Maar we botsen ook op de beperkingen en paradoxen die er in opgesloten liggen. Het is op het eerste zicht incongruent dat amor mundi vrijheid sticht doordat mensen hun eigen subjectiviteit tot op zekere hoogte tussen haakjes zetten. En als amor mundi betrekking heeft op ons samenleven als collectief, wat betekent dat dan voor de wereld als kosmos, als natuurlijke habitat? Verdient die wereld zo gezien, los van intersubjectiviteit, dan geen liefde? Voor Arendt was het naakte, puur dierlijke en organische leven onwerelds. Venmans wijst op het werk van Hans Jonas die met zijn Prinzip Verantwortung op niet geheel overtuigende wijze een morele imperatief trachtte te koppelen aan het bestaan van een planetaire domicilie voor de menselijke species.

Een andere frictie ontstaat rond de nadrukkelijk anti-heroïsche inslag van amor mundi. Een emancipatorische conceptie van de mens als bundel van mogelijkheden - die zichzelf verwerkelijkt door verzet, zelfontwikkeling en oefening - wordt hierdoor de pas afgesneden. Daartegenover staat ‘de mens die zich schikt’. Arendt schrijft: “In de liefde worden we niet met een ‘potentie’ geconfronteerd, niet met een mogelijkheid, maar met een werkelijkheid waarin wij ons zonder vrees of hoop dienen te schikken.” Amor mundi evoceert eerder het stille heldendom van de ambachtsman die zich dag in dag uit, in collegiale samenwerking met zijn leveranciers en klanten, aan zijn bescheiden taak kwijt, aan de burger die bereid is om zich in de openbare ruimte te begeven en zich door haar oordeel over de wereld uit te spreken blootstelt aan anderen, en aan de familiemoeders en –vaders die uit een impliciet vertrouwen in de wereld een nieuwe generatie van kinderen op de wereld zetten.

Zoals al gezegd is dit boek geen optimistisch pleidooi voor een algehele bekering tot amor mundi. Het is een ethos dat een bredere humaniteit viseert dan diegene die we gewoon zijn te cultiveren. Maar in ruil moeten we afstand doen van een aantal verworvenheden die ons toch ook dierbaar zijn geworden. Waar dit boek geen antwoord op geeft, is op de vraag hoe je deze amor mundi dan in praktijk brengt. Zijn er methodieken in de geest van amor mundi die ons toelaten om de netelige en altijd onoverzichtelijke knelpunten die gepaard gaan met het samenleven op een gestructureerde manier aan te pakken? Ik denk dat hier vanuit het filosofische pragmatisme (zie The Reflective Practitioner: How Professionals Think in Action), vanuit een Heideggeriaanse fenomenologie (zie bijvoorbeeld Disclosing New Worlds: Entrepreneurship, Democratic Action, and the Cultivation of Solidarity) en vanuit een constructivistische opvatting van het systeemdenken (zie Learning for Action: A Short Definitive Account of Soft Systems Methodology, and Its Use Practitioners, Teachers and Students) een heleboel interessante suggesties te doen zijn.

Ik wil besluiten met een compliment voor de evenwichtige, genuanceerde en heldere wijze waarmee Peter Venmans zijn betoog heeft opgebouwd. Het boek is stilistisch zeer verzorgd en doet beroep op een breed spectrum van interessante bronnen zonder daarbij belerend over te komen. Als product van een geduldige en respectvolle filosofische reflectie ademt het amor mundi. Zeer aanbevolen.
Profile Image for Marc Lamot.
3,477 reviews2,004 followers
September 12, 2019
Peter Venmans specialiseert zich in thema’s die in de filosofie ondergewaardeerd zijn gebleven. Zijn vorige boek Het derde deel van de ziel: Over thymos was een verrassende ontdekkingstocht naar het strijdvaardige, passionele, moedige, soms wat overmoedige element in de menselijke ziel. In dit boek focust Venmans op de “Amor Mundi”, de liefde voor de wereld, het met een open geest in de wereld staan en voluit de interactie met andere mensen aangaan. Een ondergewaardeerd gegeven in de filosofie, zo blijkt toch uit zijn betoog, want de grote denkers hebben in het verleden blijkbaar vooral ingezoomd op de mens als individu, veel minder op de mens als sociaal wezen.

Venmans maakt er geen geheim van dat een herwaardering van dat andere aspect nodig is, meer nog, dat een betekenisvol leven pas kan door in de wereld te staan en volop de interactie met andere personen aan te gaan. Dat kunnen we alleen maar beamen. Tegelijk maakt hij duidelijk dat dit geen eenvoudige zaak is en dat zeker in onze westerse cultuur het individu, met zijn “amor sui” voortdurend alle aandacht opeist, zich laaft aan hedonisme, consumentisme en materialisme en daar via ideologieën als het liberalisme ook alle ruimte voor krijgt. Gelukkig trapt Venmans niet in de val om die ene kant, ons warm gekoesterd individualisme, op te geven ten voordele van de andere, sociale kant; we hebben beide nodig.

Dit is een boeiend boek over een erg interessant en actueel onderwerp, en Venmans gaat gelukkig heel voorzichtig te werk, in grote omtrekkende bewegingen verlegt hij telkens de focus, verkent hij als een scout het brede veld van zijn onderwerp, neemt hij stelling in en is vervolgens ook niet te beroerd om even verderop die weer bijsturen. Die “omtrekkende” aanpak is zijn handelsmerk; hij is geen filosoof van de grote uitroepen en dat siert hem.

Toch vind ik dit boek minder geslaagd dan zijn vorige. En dat heeft te maken met de ambigue manier waarmee hij de term “amor mundi” opvoert: de ene keer slaat die op de relatie met de wereld als zodanig, de wereldse zaken, het sociale maar dan in zijn anonieme (of collectieve) vorm, de andere keer slaat die op de relatie met de ander (zoals de ondertitel aangeeft), met personen, het sociale met een persoonlijk gelaat (in de Levinas-betekenis). Amor mundi heeft uiteraard met beide te maken, maar naar mijn aanvoelen is er een wezenlijk verschil tussen de twee, en wordt dat door het ambigue gebruik van Venmans verdoezeld.

Ik ben ook niet helemaal tevreden over de manier waarop hij het christendom in dit verhaal inbrengt. Zijn schets doet vermoeden dat het hier om een religie gaat die zich in eerste instantie afkeert van de wereld, waar alleen "amor Dei" op zijn plaats is en dat is toch een grondige vertekening van de werkelijkheid. Uiteraard heeft die "amor Dei" zijn plaats in het christendom, is er een sterk contemplatieve stroming in die religie en zijn onderdelen ervan erg getekend door een afkeer van wereldse zaken. Maar daarmee wordt voorbijgegaan aan de heel activistische kern van het christendom: het in de wereld staan, het dienstbaar zijn aan anderen en aan het collectieve, enz. het zijn allemaal elementen die in eerste instantie via het christendom extra waarde hebben gekregen in onze cultuur. En waar doorheen eeuwen van geschiedenis tal van prominente figuren hun inspiratie hebben gevonden om actief te zijn op een manier die duidelijk getuigt van "amor mundi".

Het verwonderde me ook dat Venmans volledig voorbij gaat aan moderne sociale filosofen als Charles Taylor en John Rawls, om alleen maar die twee te noemen. Hun werk lijkt me toch echt te focussen op de relatie tussen persoon en wereld. Bij het lezen bekroop mij dan ook regelmatig het gevoel dat dit een nog “onrijp” boek was, dat verdere uitklaring behoeft.
11 reviews2 followers
December 18, 2024
Het was een goede inspiratiebron, maar na 3/4 werd de boodschap langdradig. Ik heb het niet helemaal uitgelezen want het voelde niet meer nuttig, maar wel dankbaar voor de bron aan informatie.
Profile Image for Yvonne.
339 reviews
May 27, 2016
Wat is het toch fijn om de vruchten van vele jaren literair- en filosofisch lees-, sorteer-, denk- en schaafwerk tot je te kunnen nemen in een beperkt aantal bladzijdes en daardoor een zetje te krijgen tot meer verdieping en discussie met anderen.
Profile Image for Ivo Moyersoen.
133 reviews9 followers
October 21, 2017
Zeer goede serie van Essays geïnspireerd door het Amor Mundi begrip van Hannah Arendt. Het is een zeer open en leesbaarboek dat beter inzicht verleend in onze tijd en de uitdagingen van de toekomst. Een liefdevol filosofisch boek.
Profile Image for Myriam.
496 reviews68 followers
March 3, 2017
'Liefde voor de wereld vereist dat we openstaan voor het onverwachte dat ons misschien niet van pas komt.'

Profile Image for houtvancharlot.
4 reviews
September 17, 2016
Aanrader. De auteur schrijft vlot en is duidelijk erg belezen. Hij duidt fenomenen van deze tijd op een herkenbare manier. Aan het eind had hij van mij een iets duidelijker standpunt mogen innemen. Maar goed, het sluit zo ook wel weer aan bij met name het laatste hoofdstuk.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Displaying 1 - 7 of 7 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.