Stel je voor. Je bent een doodnormaal kind en je houdt van Egypte. Helaas zijn er niet heel veel boeken die over Egypte gaan of met Egypte te maken hebben. Dan word je ouder en je wordt Egyptoloog. Op een dag hoor je van een nieuwe kinderserie die over een mummiejongetje dat in onze wereld terechtkomt gaat. Je denkt, wat leuk! De kinderen van nu die van Egypte houden hebben in ieder geval al meer boeken dan jij vroeger had. Een tijdje later kom je het eerste boek van deze serie tegen op de rommelmarkt. Je koopt het boek en gaat diezelfde middag nog lezen. Je leest, en je leest, en langzaamaan wordt het je duidelijk dat alle vrouwen en meisjes die in dit boek bij naam genoemd worden heel gemeen zijn. Anna-Lies en Lissy zijn pestkoppen. Juffrouw Friek is een gemene trut. Mevrouw Stekelaar is een racistische harpij. Maar alle mannen en jongens zijn cool en aardig, begripvol en leuk. Toch lees je door, en je hoopt dat het beter wordt. Op pagina 214-215 worden er hoogstens een stuk of tien regels gewijd aan kleuterjuf Paula, een vrouw die wél aardig doet. In het laatste hoofdstuk heeft klasgenootje Emma een ienie-mini, tekstloos rolletje als opvulling voor het schoolteam. En dat was het dan.
Ik ben erg teleurgesteld in dit boek. Toen ik van de Dummie de Mummie-serie hoorde was ik in de eerste instantie enthousiast omdat ik als kind zo graag méér boeken over het Oude Egypte had gelezen dan er toen beschikbaar waren. Het idee dat tegenwoordig kinderen veel meer keuze hebben dankzij deze populaire serie vond ik leuk. Totdat ik het eerste boek las.
Het begon al met de karakterisatie van Dummie. Een jongetje uit het Oude Rijk, dat zes namen heeft waarvan slechts de helft van één naam daadwerkelijk Egyptisch is, en de rest meer Arabisch of Centraal-Afrikaans klinkt - tja, dat begint voor mij gewoon niet zo goed. Dat hij Masri spreekt is al even gek (al wordt er later in het boek wel aangegeven dat Dummie geen modern Egyptisch verstaat, een continuity error die kinderen niet zal opvallen), net als dat hij "Arabisch" Nederlands praat. Maar goed, historische gekkigheidjes neem je op de koop toe, want het blijft een kinderboek en fictie. Daar mag je heus vrijheid in nemen, iets anders zul je mij niet horen zeggen.
Wat mij écht stak is dat dit boek op geen enkele manier de vrouwen of meisjes die een grote rol hebben in een positief daglicht kan stellen. De mannen en jongens hebben niets slechts, de vrouwen en meisjes niets goeds. Toen ik dat besefte, zo ongeveer halverwege het boek, was voor mij de lol eraf en heb ik op mijn tandvlees de laatste helft uitgelezen in de steeds ijdeler wordende hoop dat het nog beter zou worden. Dat deed het niet. Oké, van de naamloze vrouwelijke klasgenootjes, Emma, en kleuterjuf Paula wordt geïmpliceerd dat ze leuk, of in ieder geval niet gemeen zijn. Maar geen van hen is een hoofdpersoon, of heeft meer screentime dan een paar regels dialoog. De vier grote vrouwelijke rollen zijn stuk voor stuk onaangenaam en niet voor rede vatbaar.
Misschien valt dit een jong kind niet op. Misschien maakt het meisjes niet uit dat ze over jongetjes lezen. (Mijn favoriete boek van vroeger, De geheime rol van Sjeri, ging ook over een jongetje in het Oude Egypte - al was dat misschien ook wel omdat er geen enkel verhaal over Egypte was met een meisje in de hoofdrol.) Maar zelfs als dat het geval is vind ik het nog steeds shockerend dat Tosca Menten, nota bene zelf een vrouw, alle vrouwen onredelijke en racistische personages heeft gemaakt. De slechterikken. De tweedeling is zó sterk aanwezig dat ik me niet kan voorstellen dat er geen kinderen zijn wie dit opvalt.
Ik heb het boek met een nare smaak in mijn mond uitgelezen. Ik hoop van harte dat de andere boeken beter zijn qua verdeling goed/slecht, want dit maakt me verdrietig.