Peter Winnen groeide op met maar één droom: profwielrenner worden. Dat maakte hij meer dan waar met onder meer twee overwinningen op l'Alpe d'Huez en een derde plaats in de Tour de France van 1983. In Van Santander naar Santander beschrijft hij zijn leven als sporter. Van de wielerdromen van een puber en de eerste jaren als amateur tot zijn kennismaking met het profpeloton, de Tour de France, de etappeoverwinningen, het oneindige afzien, de botsingen met de media, de vrouwen en de onvermijdelijke doping. Zijn fascinerende relaas geeft een onthullend beeld van het leven van een profwielrenner.
Een groot Nederlands coureur met een uitzonderlijke liefde voor literatuur en schrijven zuigt je mee de koers van de jaren 1980 in. Ik hou niet van brievenromans normaal - dat geschrijf zonder antwoord altijd - maar voor goeie boeken maakt de vorm geen zak uit. Winnen heeft een wonderlijk brein, een ontwapenende eerlijkheid en Britse humor te over. O ja, wat is Peter Winnen onderkoeld geestig - ik wil meer van hem lezen. De auteur zelf krijgt 5 sterren, zijn boek 4: Winnen moet zich een tekstcorrector eisen die echt voor hem wil knechten en niet boudweg 4 dt-fouten laat staan.
'Er zit meer herinnering in mijn benen dan in mijn hoofd'. De quote van Peter Winnen, zou een samenvatting van dit boek kunnen zijn.
Dit maakt het boek gelijk ook lezenswaardig. Het in briefvorm geschreven boek is de moeite waard omdat het meer impressies geeft van de fysieke en mentale beleving van een profrenner in de prof league van de Tour de France en de Vuelta, om er twee te noemen. Dit in plaats dat het boek specifieke historische etappes zou uitpluizen van Winnen, en beschrijft wie won en dergelijke. Als bescheiden liefhebber zeiden meerdere namen uit de jaren '80 van Winnens concurrentie mij niet zoveel, maar dat maakt voor het lezen eigenlijk weinig uit.
Regelmatig lees je een beschrijving van een etappe - gezien vanuit Winnen's beleving - waarbij je tot je verbazing leest dat hij hem nog wint ook - wat je op basis van hoe lijf en benen voelen totaal niet verwacht. Er zitten ook leuke beschouwingen in over het leven naast de fiets. Winnen heeft een goed oog voor kleine observaties. Je krijgt stijgende bewondering voor het lijden waar 'de renner' zich aan onderwerpt.
Het is geen pageturner. Maar zeker een aanrader, bijvoorbeeld in de zomerperiode als de Tour de France bezig is, of door het jaar bij andere wielertochten. Een goeie inspirational om steeds een paar pagina's van te lezen, waar de meestal korte brieven zich ook uitstekend voor lenen.
Wat kan die man schrijven zeg. Ik ben natuurlijk sowieso al bovenmatig geïnteresseerd in wielrennen, maar Winnen weet er echt wel een laag aan toe te voegen. Dat ik dit niet eerder gelezen heb.
Mooie wielergeschiedenis bezien door de ogen van Peter Winnen. En Winnen heeft een fascinerende en humoristische kijk op het leven als prof. Het soigneren, het afzien, de vermoeidheid, het herstellen.
De grote valies vol met krachtige medicamenten. ‘Als was ze een schatkist vol goudstaven en juwelen, zo wordt ze van wedstrijd naar wedstrijd getorst’.(...) Onderhoud is onontbeerlijk. Het valt onder het overkoepelende begrip ‘soigneren’.
Wielrennen is een kwestie van denken met de benen.
Dit boek beschrijft Winnens wielercarriere van 1978-82 (amateur, overgang naar prof) en (kort) 1990-91 (einde profcarriere) uit actuele brieven, en 1983 uit herinnering van 8 jaar later.
Het is interessant om te zien hoe een jonge amateur de overgang naar prof ervaart. Ook interessant is dat Winnen nooit van tevoren lijkt te weten wanneer hij 'goed' zal zijn; omslagen komen onverwacht, zelfs tijdens een etappe. Het verhaal over de korte dienstplicht is erg grappig.
Silvia Witteman is niet zo geboeid van sport, en al helemaal niet van wielrennen, las ik in haar stukje over het voor de tweede keer lezen van dit kotsmooie boek. Wat een winnaar is die Winnen als schrijver over lust en leed van het profrenner zijn. Tim Krabbe kon er wat van, maar dit kon hij dan weer niet. Grootsaardig. Dank voor de tip mevrouw Witteman.
In brief- en dagboekvorm zet Winnen het meest in het oog springende deel van zijn wielercarrière uiteen. Maar wat echter begint als een enthousiaste vertelling van een jonge amateur die droomt prof te worden, eindigt in een klaagzang over hoe slecht hij wel niet is. Een ergerlijke klaagzang, omdat de logica ervoor lijkt te ontbreken.
Altijd maar weer scheelt er volgens Winnen iets waardoor het maar niet wil lukken, vaak slechte benen die dagen- en dagenlang aanhouden. En toch blijven zijn prestaties maar beter worden. Ongetwijfeld eisen de fysieke inspanningen hun tol, het aantal keer dat hij zich goed lijkt te voelen op de fiets is op een enkele hand te tellen. Hierdoor rijst de vraag hoe slecht de concurrentie dan wel niet geweest moet zijn, nu iemand die altijd pijn heeft toch consequent vooraan weet te eindigen. Opvallend genoeg weet hij het antwoord hierop ook niet. Steeds weer verbaast hij zich over de hoge klasseringen, terwijl hij zich volledig kapotgereden heeft. Vooral dit laatste maakt het bij tijd en wijle een saai verhaal, met name Winnens relaas over de Tour van ’82. Elke dag is de notitie hetzelfde: ‘Ik voelde me niet goed, de koers was ondoenlijk, Hinault wint alles en zonder het door te hebben sta ik bovenin het klassement.’ Een reflectie over hoe de topnoteringen dan toch tot stand kwamen, zou verfrissend geweest zijn.
Tevens jammerlijk is dat vanaf ’82 en het vertrek van zijn masseur Jomme de brieven steeds meer een verslag van de koers worden en steeds minder sfeerimpressies geven of zaken buiten het fietsen om behandelen, zoals opleiding, auto’s, vrouwen, familie en het zijn korte avontuur in het leger. Doordat hij in zijn berichten alsmaar in herhaling valt door alleen maar te schrijven hoe zwaar het is op de fiets, ontstaat de indruk dat hij eigenlijk geen zin meer heeft het verhaal af te schrijven, en ontneemt het boek je hierdoor de lust door te lezen tot het einde. Een metafoor voor de passie waarmee Winnen zijn loopbaan aanving, maar blij was toen het er na al het gestoempt eindelijk opzat.
Vermakelijk biografisch boek van Peter Winnen. De brieven vorm begreep ik niet helemaal en ik snap ook niet waarom hij even moet benoemen dat zijn piemel groter dan gemiddeld is. maar het geeft wel een aardige inkijk in de wielerwereld, hoe er werd omgegaan met doping en zijn beschrijving over zijn eerste overwinning op de Alpe d'Huez is geweldig om te lezen.
Niemand schrijft zo beeldend over wielrennen als Peter winnen. Lekker veel aandacht voor details, vriendinnen, randfiguren als verzorgers. Heb drie boeken van hem gelezen, dit was de beste.