In 'Verzameld nachtwerk' voert P.F. Thomése ons op de tast door de post-postmoderne wereld. Van alles passeert in de nacht die ons omvat: de terreur van de actualiteit, marketing, communicatie, internet en het 'probleem' van de ironie. De nacht is ook de tijd dat de schrijver waakt zonder dat de mensen dit weten, dromend met de ogen open, opdat het onmogelijke ons niet ontsnapt. Hoe verschillend deze verhalen, beschouwingen en herinneringen op het eerste gezicht ook zijn, bij nader inzien vormen ze een wonderlijk geheel: de autobiografie van een schrijver. 'Schrijven is verdwalen in het huis dat je blijkt te bouwen.'
Het mooiste aan Verzameld Nachtwerk vind ik dat er drie thema’s steeds weer in terugkomen: de schrijver als eenling, als dwaalgast, die zich afzondert van de in sneltempo voortrazende maatschappij en daarnaast het schrijfproces zelf en hoe een lezer zich boeken toe-eigent. Thomése noemt schrijven geen ‘zelfexpressie’, maar benadrukt juist het belang van afwezig kunnen zijn. Dit is iets dat volgens hem steeds moeilijker wordt in een maatschappij waarin iedereen zichzelf voortdurend moet presenteren en verantwoorden en bovendien steeds ‘genummerd, gelabeld, gescreend en gecheckt wordt’. Een schrijver moet rust hebben, zodat hij ‘de woorden tevoorschijn kan dromen’, mogelijkheden kan onderzoeken en de zinnen kan ‘grijpen’ als ze voorbij komen.
Thomése benadrukt dat teksten niet voltooid kunnen worden, maar (in de woorden van Paul Valéry) enkel ‘alleen gelaten kunnen worden’. Teksten zijn principieel onvolmaakt en daarin schuilt eigenlijk juist hun kracht, want de lezer moet volgens Thomése muziek zien te maken van een tekst, moet kijken of een tekst hem past en of de zinnen gaan zingen in zijn hoofd, of dat hij eroverheen blijft lezen. Als de zinnen gaan zingen, dan gaat de lezer een verbinding aan met het boek en wordt het in Thoméses woorden ‘aangesloten op alles wat je in je hebt: je herinneringen, je kennis, je verlangens en verwachtingen, je angsten, je smaak, je stemming van het moment, je tijd.’ (p. 155) ‘Wie ontroerd raakt’, zegt hij, ‘zet zichzelf in, voegt zichzelf toe aan het verhaal.’(p. 158) Om een boek op die manier te lezen, is inbreng nodig, volgens Thomése. Je geeft je wantrouwen op en geeft je over aan het boek, bijna weerloos, om er hierna verward en verrijkt weer uit te komen.
‘Lezen is antwoord geven aan een tekst. Maar wel een antwoord dat je in je eentje nooit gevonden had’, schrijft Thomése (p. 156). Dit samenspel tussen de lezer en de schrijver is de pracht van literatuur, lijkt hij te willen zeggen. Hij betreurt het echter dat er in de huidige maatschappij steeds minder aandacht voor de benodigde inbreng hiervoor lijkt te zijn. Dingen lijken steeds meer gericht te zijn op de onmiddellijke, en niet de duurzame bevrediging. In Verzameld Nachtwerk pleit hij ervoor de literatuur niet vast te leggen in ‘codes en conventies, in canons en top tienen’, maar om de geest steeds te laten ademen in plaats van in te palmen en daardoor metamorfoses mogelijk te maken, zowel bij de schrijver als bij de lezer. Deze essaybundel is een aansporing om actief na te denken over bovenstaande en ook vele andere thema’s die de moderne mens bijna dagelijks tegenkomt.
☆☆☆½ Thomése etaleert zijn veelzijdigheid in deze sprankelende bundeling essays, verhalen, beschouwingen, herinneringen en lezingen. Steeds verrassend, stilistisch virtuoos en immer flirtend met het wonderlijke en de verwondering.
Een fijn boek dat borrelt van de mooie zinnen,die soms aanleiding geeft tot filosofische overdenkingen , heel anders dan zijn bekroond werk verzameling verhalen , stuk voor stuk pareltjes
Een boek dat wat in herhaling valt (geen wonder, gezien de bij elkaar gegraaide verzameling beschouwingen), maar dat kon in mijn geval geen kwaad. Het bevat boodschappen die ik in 54 jaar nog nooit zo helder gepresenteerd heb gekregen. Schrijven tot je als schrijver niet meer aanwezig bent. Schitterend!
Intelligente observaties van Thomése over literatuur, esthetiek, internet,... Je vindt regelmatig dwarse en verhelderende reflecties. Maar wel wat heavy qua filosofie voor deze leek. Je kan nog altijd het best 'De onderwaterzwemmer' lezen of 'De weldoener'. Dat is de top van Nederlandstalige literatuur.