What do you think?


Uli! Uli! Ulrich van Gobbel zwijgt niet meer
Als je goed luistert hoor je het af en toe nog. Het geluid van de fans in De Kuip, die Ulrich van Gobbel toezingen, Uli!, Uli!. Hij was ongekend populair bij Feyenoord waar hij vier keer de KNVB-beker won, twee keer landskampioen werd en in 2002 de UEFA-cup mocht vasthouden.
Toch was het leven van de goedlachse Surinaamse Nederlander niet altijd vrolijk. De veel te vroege dood van zijn vader, die zelfmoord pleegde, had een enorme impact op het gezin Van Gobbel. En na zijn actieve loopbaan raakt de verdediger in de problemen. Hij kon niet met geld omgaan en ging failliet. Ook kreeg hij een taakstraf voor het 'stelen' van zijn geleasde auto's.
Van Gobbel heeft geleerd van de tegenslagen en gaat weer lachend door het leven. Niet al zijn problemen zijn voorbij, maar dat hij bij zijn Feyenoord op Varkenoord trainingen kan geven doet hem weer lachen, schaterlachen. Luister maar goed als je bij De Kuip staat.
Toch was het leven van de goedlachse Surinaamse Nederlander niet altijd vrolijk. De veel te vroege dood van zijn vader, die zelfmoord pleegde, had een enorme impact op het gezin Van Gobbel. En na zijn actieve loopbaan raakt de verdediger in de problemen. Hij kon niet met geld omgaan en ging failliet. Ook kreeg hij een taakstraf voor het 'stelen' van zijn geleasde auto's.
Van Gobbel heeft geleerd van de tegenslagen en gaat weer lachend door het leven. Niet al zijn problemen zijn voorbij, maar dat hij bij zijn Feyenoord op Varkenoord trainingen kan geven doet hem weer lachen, schaterlachen. Luister maar goed als je bij De Kuip staat.
315 pages, Paperback
Published May 1, 2016
Ratings & Reviews
Friends & Following
Create a free account to discover what your friends think of this book!
Community Reviews
Displaying 1 - 3 of 3 reviews
July 13, 2019
Toen ik twaalf was wilde ik Ulrich van Gobbel zijn. Althans, dat leek mij wel haalbaar. Een jaartje daarvoor was ik op voetbal gegaan en een half jaartje daarvoor was ik verliefd geworden op Feyenoord. Als niemand keek deed ik alsof ik Julio Cruz (de Tuinman) of Jon Dahl Tomasson was. Maar op het veld bij de club was ik Uli. Zoals dat wel vaker gaat met identiteiten had ik er niet zelf voor gekozen om Uli te zijn, maar een moeder van een goede vriend gebruikte het als aanmoediging als ik de bal kreeg. Als ik ergens vaag achter mij 'Uli! Uli'! hoorde schreeuwen dan zag ik dat als een aanmoediging om met de bal op stap te gaan. Dit eindigde meestal weinig succesvol. Na het lezen van biografie en terugdenkend aan de beelden die ik toen regelmatig van Uli zag, besef ik mij dat de onsuccesvolle rushes niet de enige reden kunnen zijn geweest om mij met Ulrich van Gobbel te vergelijken. Maar het hielp wel.
Het boek is interessant opgezet. Ulrich heeft interessante dingen te vertellen over zijn jeugd, begin- en eindtijd bij Feyenoord. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Leo Beenhakker heeft Van Gobbel minder opvallende dingen meegemaakt in zijn carrière, maar daarom is de verrassing des te groter als hij een boekje open doet over het WK van 1994, zijn vriendschap met Igor Korneev en de Helderse affaire. Jules van der Wardt is zich goed bewust van de sterkere en zwakkere kanten van het verhaal en vult het verhaal van Van Gobbel op belangrijke momenten aan met kortere en langere stukken van andere hoofdrolspelers zoals Piet de Visser, Henk Fraser en Ulrichs moeder. Dat maakt het niet alleen mogelijk om de verhalen die Ulrichs leven maken vanuit meerdere perspectieven te bezien, maar ook om meer inzicht te krijgen in de manier waarop de voetballer dingen beleeft en hoe dat soms verschilt van andere mensen die erbij waren. Wat dit laatste betreft is het interessant om te zien dat Uli zelf aangeeft dat er voetbaltechnisch en qua interlands meer in had gezeten met wat meer vertrouwen van zijn trainers, terwijl de niet-Uli personages het er vooral over eens zijn dat hij met zijn staat van dienst alles uit zijn voetbaltechnische capaciteiten heeft gewrongen.
Voetbalbiografieën zijn niet altijd het genre dat aanspoort tot diepe filosofische gedachten, maar herhaaldelijk moest ik door die afwisseling van perspectieven denken aan de waarde die wij toekennen aan verhalen. Als een verhaal van een kant wordt gehoord roept het (soms) vragen op over de betrouwbaarheid van de verteller. Als we iets meer weten over het verhaal kan het zijn dat we delen van het verhaal niet registreren omdat we het toch al denken te kennen. Het is mij echter nog niet vaak gebeurd dat ik tijdens het lezen van een voetbalbiografie terugdacht aan eerdere passages en deze in een nieuw licht bezag omdat er een nieuwe spreker aan het woord wordt gelaten. En dat gebeurde hier toch wel een paar keer.
Toen ik twaalf was wilde ik Ulrich van Gobbel zijn. Niet omdat hij in Lichtenvoorde had gewoond. Niet omdat hij op het WK van 1994 had gespeeld. En ook niet omdat hij bij Southampton onder contract had gestaan. Dat wist ik toen allemaal niet. Het had eveneens weinig te maken met zijn imposante rushes. Er is een moment dat mij toen scherp voor de geest stond. Wamberto (de Jesus Sousa Campos) wil in een wedstrijd tegen Feyenoord wegdraaien maar ziet om onbegrijpelijke redenen Van Gobbel over het hoofd. Wamberto draait behendig weg, zet een dribbel in en loopt tegen Van Gobbel op. Wamberto gaat neer, Van Gobbel gaat door met het spel en de scheidsrechter fluit voor een vrije trap. Van Gobbel maakt een gebaar naar de scheidsrechter waaruit iets blijkt van: ik kan er toch weinig aan doen dat ik zo groot ben. Dat is waarom ik Ulrich van Gobbel wilde zijn en daarmee deed ik hem ontzettend tekort.
Het boek is interessant opgezet. Ulrich heeft interessante dingen te vertellen over zijn jeugd, begin- en eindtijd bij Feyenoord. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Leo Beenhakker heeft Van Gobbel minder opvallende dingen meegemaakt in zijn carrière, maar daarom is de verrassing des te groter als hij een boekje open doet over het WK van 1994, zijn vriendschap met Igor Korneev en de Helderse affaire. Jules van der Wardt is zich goed bewust van de sterkere en zwakkere kanten van het verhaal en vult het verhaal van Van Gobbel op belangrijke momenten aan met kortere en langere stukken van andere hoofdrolspelers zoals Piet de Visser, Henk Fraser en Ulrichs moeder. Dat maakt het niet alleen mogelijk om de verhalen die Ulrichs leven maken vanuit meerdere perspectieven te bezien, maar ook om meer inzicht te krijgen in de manier waarop de voetballer dingen beleeft en hoe dat soms verschilt van andere mensen die erbij waren. Wat dit laatste betreft is het interessant om te zien dat Uli zelf aangeeft dat er voetbaltechnisch en qua interlands meer in had gezeten met wat meer vertrouwen van zijn trainers, terwijl de niet-Uli personages het er vooral over eens zijn dat hij met zijn staat van dienst alles uit zijn voetbaltechnische capaciteiten heeft gewrongen.
Voetbalbiografieën zijn niet altijd het genre dat aanspoort tot diepe filosofische gedachten, maar herhaaldelijk moest ik door die afwisseling van perspectieven denken aan de waarde die wij toekennen aan verhalen. Als een verhaal van een kant wordt gehoord roept het (soms) vragen op over de betrouwbaarheid van de verteller. Als we iets meer weten over het verhaal kan het zijn dat we delen van het verhaal niet registreren omdat we het toch al denken te kennen. Het is mij echter nog niet vaak gebeurd dat ik tijdens het lezen van een voetbalbiografie terugdacht aan eerdere passages en deze in een nieuw licht bezag omdat er een nieuwe spreker aan het woord wordt gelaten. En dat gebeurde hier toch wel een paar keer.
Toen ik twaalf was wilde ik Ulrich van Gobbel zijn. Niet omdat hij in Lichtenvoorde had gewoond. Niet omdat hij op het WK van 1994 had gespeeld. En ook niet omdat hij bij Southampton onder contract had gestaan. Dat wist ik toen allemaal niet. Het had eveneens weinig te maken met zijn imposante rushes. Er is een moment dat mij toen scherp voor de geest stond. Wamberto (de Jesus Sousa Campos) wil in een wedstrijd tegen Feyenoord wegdraaien maar ziet om onbegrijpelijke redenen Van Gobbel over het hoofd. Wamberto draait behendig weg, zet een dribbel in en loopt tegen Van Gobbel op. Wamberto gaat neer, Van Gobbel gaat door met het spel en de scheidsrechter fluit voor een vrije trap. Van Gobbel maakt een gebaar naar de scheidsrechter waaruit iets blijkt van: ik kan er toch weinig aan doen dat ik zo groot ben. Dat is waarom ik Ulrich van Gobbel wilde zijn en daarmee deed ik hem ontzettend tekort.
November 14, 2021
Sympathiek persoon, mooi verhaal. Niet best geschreven.
April 21, 2024
Interessant verhaal over interessante persoonlijkheid. Niet best geschreven. Veel herhalingen en dubbele spaties.
Displaying 1 - 3 of 3 reviews



