Wakend over God beschrijft de geloofsstrijd van een naamloos blijvend ik, die soms in zijn verbeelding, soms letterlijk, met het Opperwezen in gevecht raakt. De ik-figuur neemt bij gelegenheid de plaats van God in. Meer dan eens straft diezelfde God oudtestamentisch streng als Hij aan het bestaan van de ik-figuur twijfelt. Op andere momenten poogt de ik-figuur wanhopig maar altijd vergeefs met God in contact te komen. Weer elders moet de ‘ik’ zichzelf wapenentegen een moordaanslag, ingenieus voorbereid door God.
Wakend over God eindigt met een – gefingeerde? – geloofsbelijdenis en een sterfgeval, waarbij de dichter wijselijk in het midden laat wie van de twee ‘grootheden’, God of de verteller, nu precies overlijdt. Wakend over God bezingt in diverse toonaarden het gevecht met de Engel. Allerlei facetten van een denk- en navoelbare verhouding met God passeren de verwachting, troost, woede, verbittering, loochening en uiteindelijk berusting. Maar het blijft in de bundel onbeslist wie nu precies in wiens bestaan berust.
Joost Zwagerman debuteerde in 1986 met de roman De houdgreep, die door Carel Peeters in Vrij Nederland werd bestempeld als 'het meestbelovende debuut sinds jaren'. Zijn doorbraak naar een breed publiek kwam met de roman Gimmick! (1989), die in 1996 voor het theater bewerkt werd door Theatergroep De Kwekerij. Het boek geeft een beeld van de trendy uitgaanscultuur en kunstenaarswereld van Amsterdam, waar hij in die tijd veel in verkeerde. In 1991 verscheen Vals licht, dat werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en in 1993 werd verfilmd door Theo van Gogh. Ook De buitenvrouw (1994), over een liefde in multiculturele tijden, bereikte de longlist van de AKO Prijs. Nadien volgden de romans Chaos en rumoer en Zes sterren. Zwagermans werk verscheen in vertaling in twaalf landen, waaronder Duitsland, Frankrijk, Japan en Hongarije. In 2000 werd de Duitse vertaling van De buitenvrouw (Die Nebenfrau) genomineerd voor de Nordrhein-Westfalen Literaturpreis. Ook ontving Zwagerman voor Die Nebenfrau de Literaire Prijs van de stad München. Zwagerman behoort inmiddels, samen met auteurs als Connie Palmen en Arnon Grunberg, tot de meest gelezen Nederlandse schrijvers van zijn generatie. Dat bleek eens te meer toen hij in het najaar van 2003 veertig jaar werd: zijn uitgeverij De Arbeiderspers maakte bij die gelegenheid bekend dat van zijn boeken in totaal meer dan 1.100.000 exemplaren waren verkocht, exclusief vertalingen. Behalve romans publiceerde Zwagerman ook gedichten en essays en was hij actief als columnist.
Zwagerman leed aan depressies. Op 8 september 2015 maakte zijn uitgeverij, De Arbeiderspers, bekend dat Zwagerman op 51-jarige leeftijd in zijn woonplaats Haarlem een eind aan zijn leven had gemaakt.
Een eigen en zeer krachtige requiem. In gevecht met God, waarbij Zwagerman uiteindelijk de verbinding verbreekt. Maar niet voordat vragen langs zijn gekomen over zingeving en over God zelf: kan er bijvoorbeeld een God zijn, als er ook een oerknal is geweest? Dood pg 30. Je doet Zwagerman echter tekort als je de bundel alleen leest in het licht van zijn overlijden. Hij raakt onze tijdgeest recht in het hart. Heden ten dage levert het geloof geen algemeen aanvaarde waarheden meer, maar wekt het eerder verbazing of onzekerheid. Dat lees je terug en geeft deze bundel enorme zeggingskracht en herkenbaarheid. De God in deze bundel is niet de liefhebbende zorgzame God die ik heb meegekregen, maar een strenge straffende, waarmee Zwagerman de zwaarten des levens doorworstelt. Als je ervan uitgaat dat God in jezelf bestaat dan is hij in deze bundel in een magnifiek gevecht met zichzelf. Literaire kunst.
Dit werk is niet in een waardering van sterren te vangen. Het is een bundel om over na te denken. Soms mooie stukken, maar bij andere gedichten zo'n oorverdovende stilte en leegte
Nachtkastboekje om te degusteren, veel om na te denken en te laten bezinken, lezen en herlezen, even wegleggen en later toch weer vastnemen, zoveel gevoelens en twijfels en soms zo zeker van zijn stuk!
Wat jammer dat Joost Zwagerman ervoor koos om niet meer te willen... Dankbaar voor al het moois dat hij geschreven heeft!
3,5* De roes wordt aanstekelijk, het weinig metaforische (vooral aan het begin) en de rechte taal niet echt. Over het algemeen vond ik de kortere gedichten die een keer niet over God gingen of geen verhaaltjes waren het sterkst (uitzonderingen: Drie-eenheid, Wit, Nu, Licht). Biografische context heeft het oordeel waarschijnlijk dat extra halve sterretje gegeven..
Mijn lief, wees alsjeblieft / heel lief voor mij, nu God / mij denkelijk heeft uitgewist. / Mijn lief, blijf alsjeblieft / heel dicht bij mij. Misschien / word ik door God gemist. // Mijn lief vertrouw ook / nu op mij. Ik ben niet weg, / God ademt mij. Mijn lief, / wees alsjeblieft heel lief / voor mij. Misschien heeft God / Zich in mijn dood vergist.
Wakend over god is een bijzonder document. En dat is niet omdat hier de poëzie per se een hoogtepunt bereikt. De bundel is in een roes geschreven (in 2 maanden) heeft Zwagerman en/of zijn uitgever de wereld laten weten. Ik weet niet of roes het juiste woord is. Ik zou zelf eerder geneigd zijn te zeggen: met een enorme haast. Dat is niet hetzelfde. Rilke schreef zijn Sonette an Orpheus ook in een hele korte tijd, in een roes, maar dat lees je daar niet van af. In Wakend over God voel je de haast van de schrijver. Volgens mij is dat niet alleen omdat je weet dat het slecht afloopt met de auteur maar meer omdat de teksten er bijna in 1x keer op gesmeten lijken te zijn. Zou onze grote Neder-L, tekstanalysebaas Marc van Oostendorp hier iets over kunnen zeggen, vraag ik mij af. Een andere reden is natuurlijk dat dit een enorm persoonlijk document is geworden en volgens mij ‘levend’ materiaal zou kunnen zijn voor de opleiding tot psycholoog/psychiater. Met de kennis van nu is dat misschien (te) makkelijk, maar er zijn mensen die deze teksten onder ogen hebben gehad voordat het in boekvorm verscheen (uitgever/redacteur/illustrator in ieder geval) voor wie het niet hun beroep is, maar stel dat je als psychoarts dit onder ogen krijgt, wat had je dan gedaan of opgemerkt? Hoe dan ook: lezen die bundel.
Klaar met lezen zonder het uitgelezen te hebben. Ik vond het worstelen met God en dood te heftig en uiteindelijk ook deprimerend genoeg om niet verder te lezen. Ik weet dan ook niet of ik het heel goed of slecht vind. Het is in ieder geval niet iets er tussenin. Ik neig naar heel goed maar ik kan niet zeggen dat ik dat van harte denk.
Citaat : Iemand belt mij telkens op, zegt niets,/ vaag hoor ik een ademhaling zweven,/ het kan de mijne zijn, maar ook die/ van de ander, die hardnekkig zwijgt./ Ik leg weer op. Ben nu een man/ die vreemde telefoontjes krijgt./ De display toont een nummer/ met de code van een land dat ik niet ken./ Ik toets dat nummer, een voice mail klinkt./ 'Hallo met God, Ik ben er niet./ Laat naam noch boodschap achter,/ Ik bel nooit terug. Leef rustig verder,/ wacht desnoods tot piep, maar zwijg.'/ uit Contact Review : Joost Zwagerman (Alkmaar, 18 november 1963 – Haarlem, 8 september 2015) was een Nederlands schrijver, dichter, essayist en columnist. Zwagerman leed aan een auto-immuunziekte, de ziekte van Bechterew, en aan depressies. Op 8 september 2015 maakte zijn uitgeverij De Arbeiderspers bekend dat Zwagerman op 51-jarige leeftijd in zijn woonplaats Haarlem een eind aan zijn leven had gemaakt. In 2008 ontving hij de Gouden Ganzeveer voor zijn gehele oeuvre. Joost Zwagerman debuteerde in 1986 met de roman De houdgreep, die door Carel Peeters in Vrij Nederland werd bestempeld als 'het meestbelovende debuut sinds jaren'. Zijn doorbraak naar een breed publiek kwam met de roman Gimmick! (1989), die in 1996 voor het theater bewerkt werd door Theatergroep De Kwekerij. Het boek geeft een beeld van de trendy uitgaanscultuur en kunstenaarswereld van Amsterdam, waar hij in die tijd veel in verkeerde. In 1991 verscheen de roman Vals licht, die werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en in 1993 werd verfilmd door Theo van Gogh. Ook De buitenvrouw (1994) bereikte de longlist van de AKO Prijs. De buitenvrouw beschrijft een liefde in multiculturele tijden. Nadien volgden de romans Chaos en Rumoer en Zes Sterren. In 2010 verscheen van Zwagerman de novelle Duel als Boekenweekgeschenk. Zijn eerste dichtbundel Langs de doofpot verscheen in 1987. Zijn bundel Roeshoofd hemelt uit 2005 werd in 2007 bekroond met de driejaarlijkse Paul Snoek Poëzieprijs van het stadsbestuur van Sint-Niklaas. Deze bundel beleefde vier herdrukken. Zwagermans essaybundels Pornotheek Arcadië (2000) en Het vijfde seizoen (2003) bereikten de longlist van de Gouden Uil en de AKO Literatuurprijs. NRC Handelsblad typeerde Zwagerman als 'een van de best schrijvende essayisten van dit moment'. Ook Alles is gekleurd bereikte de longlist van de AKO Literatuurprijs. Alles is gekleurd werd een bestseller in het genre. Zwagermans essaybundel Transito (2006) bereikte in 2007 de shortlist van de AKO Literatuurprijs. Dit jaar verscheen zijn postuum uitgegeven dichtbundel Wakend over God. Religie was nooit een leidmotief in het werk van Zwagerman, tot deze gedichtenbundel die postuum verschijnt. Daarin wordt de geloofsstrijd beschreven van een naamloos blijvend ik, die soms in zijn verbeelding, soms letterlijk, met het Opperwezen in gevecht raakt over zijn worsteling met God en het geloof. Rooms-katholiek opgevoed, twijfelde Joost al in zijn jeugd, dat blijkt uit het gedicht Klaar dat begint met de zin : 'Al vroeg had ik het wel gehad met God' Maar het hem helemaal los laten doet het niet en in deze gedichten bezint hij zich dan ook over ontmoetingen en gevechten met God: wie is Hij, wat wil Hij en waarom laat Hij zich zo vaak niet zien? De ik-figuur neemt bij gelegenheid de plaats van God in. Meer dan eens straft diezelfde God oudtestamentisch streng als Hij aan het bestaan van de ik-figuur twijfelt. Op andere momenten poogt de ik-figuur wanhopig maar altijd vergeefs met God in contact te komen. Wakend over God eindigt met een – gefingeerde? – geloofsbelijdenis en een sterfgeval, waarbij de dichter wijselijk in het midden laat wie van de twee ‘grootheden’, God of de verteller, nu precies overlijdt. Wakend over God bezingt in diverse toonaarden het gevecht met de Engel. Heel mooie en voor velen herkenbare en aangrijpende poëzie.
De romans van Zwagerman konden me nooit bijzonder boeien, maar toen ik in ruil voor een enkele munt dit mee mocht nemen uit een dooos bij een lokale tweedehandboeken-verkoop heb ik hem gelukkig weer eens een kans gegeven. Deze bundel is het aangrijpende verslag van de zieleworsteling die de Amsterdamse schrijver doormaakte, voor hij de strijd met zijn depressies verloor. Hij schijft bijzonder openhartig over wat er door hem heen ging en hoe hij naar zin en naar contact met de God van zijn jeugd zocht. De dreiging van het slotakoord van zijn leven hangt over de gedichten, en dat geeft het geheel nog een diepere lading.
Bestaan
Nochtans belijd ik dat ik, tegend e klippen op, uiteindelijk innhem geloof.
Zijn groottse en finale wapenfeit: Hij is er niet. Hij is alomvattende afwezigheid.
Erg is dat niet. Ik ben er evenmin.
Dat schept een band. In zijn voldongen vacuüm houdt hij zich uit de aard der zaak en uit principe blind en doof.
Dat is verdrietig: men verlangt naar hem.
Toch is hij hier. Dagelijks staat hij in mij op. Men ziet dat niet.
Ik kan daar niets aan doen. Het is Gods rotstreek in een notendop.
Bijzonder, deze bundel over God, twijfel, de dood, en vaak vol associatieve verbeelding. Zelden zo veel aandacht gehad voor een dichtbundel, ook omdat ik dit werk niet los kon zien van zijn even later "zelf" gekozen tragische dood. Deze gedachte maakte het lezen nog intenser. Gelukkig heeft hij prachtig werk nagelaten, vooral zijn gedichten, die tot nadenken stemmen en waarin hij zichzelf het meest uitdrukking leek te kunnen brengen.
De bundel is heel precies opgebouwd wat de totale leeservaring meeslepend maakt. Door het wisselende niveau van de gedichten kwam ik toch uit bij drie sterren. Dat neemt niet weg dat Zwagerman me heeft doen glimlachen en herlezen en me meermaals naar de keel gegrepen heeft. Dus wel de moeite waard om te lezen.
Moeilijk te vatten in een review, je moet het op je in laten werken. In elk geval vond ik het mooi, zwaar, bij vlagen ingewikkeld en soms juist klinkklaar. Als je het wilt lezen: neem er de tijd voor!