Een stapje terug in de tijd, de vroege sixties, bij het lezen van Nootebooms columns. Toen je nog over het tarmac naar een Caravelle of een DC-8 stapte. De eerste stukjes laten ons kennis maken met het exotisme van Tunesië, en de culture shock die de Westerse journalist daar stilzwijgend observerend ervaart. Verder worden we meegevoerd naar het Edinburgh-festival en de schrijvers-conferentie daar, de Nederlandse kneuterpolitiek en een uitgebreider reeks artikelen over de Britse verkiezingen van '64. Tussendoor zwerft de schrijver nog rond in Rome, Deauville, Athene, enz.
Over dit alles legt Cees Nooteboom zijn eigen patine, een vleugje humor, de verwondering, de melancholie in zijn eigen stijl die meer en meer gaat vloeien en doorregen wordt met kleine literaire vondstjes hier en daar.
Het is niet enkel genieten van Nootebooms schrijftalent, het is ook verbazing over hoe de wereld veranderd is in die vijftig jaar.
Achteraan komt er nog, op een 40-tal roze bladzijden, een speels schelmenverhaaltje dat zich afspeelt aan (en in) de Middellandse Zee. Een klein culture shockje.