Prachtig, persoonlijk en eerlijk relaas over een zoon en zijn moeder. Het ongemak en de ingehouden humor spat er vanaf.
Het verhaal is er één van toenadering van een moeder en zoon die eigenlijk altijd langs elkaar heen lijken te hebben geleefd: 'Ik zocht het buitenleven in het craquelé van haar gelooide huid, in de diepe plooien om haar scherpe mond. Zo dicht had ik in jaren niet naast mijn moeder gezeten.'
Van Dis is bastaardzoon, hoort eigenlijk nergens bij. De familie van zijn moeder wilde hem eigenlijk niet; daarom heeft hij ook geen twee voornamen, net als de rest. Maar het boerenverleden van zijn moeder was verdrongen door haar Tweede Land Indië. Een land dat echter voor Adriaan net zo onbereikbaar bleef als zijn moeders familie. Hij voelt zich dan ook aan alle kanten buitengesloten, wat wordt gesymboliseerd door de kist die zijn moeder meenam uit Indië en altijd op slot zit. Tot bloedens toe vechten ze daarom, maar Adriaan kijkt er nooit in. Het tekent zowel de eerste als laatste regels van het boek: "We stonden tegenover elkaar, mijn moeder en ik." Maar ze komen tot elkaar als zijn moeder hem nodig heeft voor haar euthanasiewens. Zij gaat hem haar levensverhalen vertellen, en hij helpt haar daar mee, dat is de deal. 'Ik zal haar verlossen. Verlossen van verhalen, en als ik flink ben zal ik haar verlossen van het leven en haar hand vasthouden.'En zijn moeder: 'Jij een verhaal, ik een pil.'
Steeds weer diept Adriaan een verhaal bij zijn moeder op en schetst zo het bestaan van een boerendochter met twee Indische mannen, een minnaar, oorlogsleed en een bastaardzoon.Laagje voor laagje komt hij dichter bij. Maar als het op het einde loopt vertrekt Adriaan toch voor een literaire beurs naar Parijs, 'in het volle besef van zijn lafhartigheid'. Moeder en zoon nemen afscheid, voor het laatst. Het was goed zo.
"Ik kom terug" is mooi geschreven en staat vol prachtige zinnen en statements van een stokoude moeder:
'Beter een boek op bezoek dan een mens'.
'Er zit vaak niks anders op dan je gelukkig te liegen'.
'Je karakter slijt niet als je ouder wordt, het kookt in, de kern komt boven. We worden allemaal een bouillonblokje van onze eigen soep.'
Maar ook Adriaan's eigen overpeinzingen zijn niet mis:
'Een tuinier leeft in de toekomst. Een tuinier ziet leven in de dood.' 'Tuinieren is verhalen doorgeven, aarzelend, maar ze kwamen onvermijdelijk los als je in de aarde woelde.'
Kortom, een aanrader.