Chris de Stoop hat mit seinem Buch ›Das ist mein Hof. Geschichte einer Rückkehr‹, ein Bestseller in den Niederlanden, eine brillante literarische Reportage über das Verschwinden der bäuerlichen Lebensform geschrieben. Chris de Stoop verbrachte seine Kindheit auf dem Bauernhof. Er liebte das Herumstromern mit seinem Bruder, den Geruch in den Ställen. Als sein Bruder den Hof übernahm, zog es ihn in die Ferne. Als Journalist war er in der ganzen Welt unterwegs. Doch als sein Bruder stirbt, kehrt er zurück auf den elterlichen Hof. Schmerzlich realisiert er, wie die Welt seiner Kindheit immer mehr verdrängt wurde und ein Leben als Bauer nicht mehr möglich ist. Einfühlsam stellt er diesen Verlust dar, indem er erzählerisch gekonnt zwischen seinen farbigen Erinnerungen und der harten Realität von Zwangsenteignung und Umsiedlung wechselt. Eine ebenso persönliche wie berührende Geschichte von der Sehnsucht nach einem Leben auf dem Land und dem europaweiten Verschwinden kultivierter Landschaften.
-------------
De Hedwigepolder, de beroemdste polder van de Lage Landen, schrijlings op de Zeeuws-Vlaamse grens, moet en zal onder water worden gezet. De polder is symbool geworden voor het oude boerenland dat moet wijken voor nieuwe natuurgebieden. Graafmachines rukken op en eeuwenoude hoeves verdwijnen. Dit raakt de bevolking diep in de ziel.
Chris de Stoop, zelf een boerenzoon uit de streek, keert terug naar de ouderlijke boerderij die van de ene op de andere dag leeg is komen te staan. Terwijl De Stoop de boerderij bestiert, kijkt hij naar het veranderde landschap om zich heen. Hij is zo iemand die in vervoering kan raken van een mooi gevormde koe. Hij kan nog lyrisch worden van een vers geploegde akker. Hij kijkt terug op het boerenleven dat het land maakte tot wat het was, duizend jaar lang. En hij kijkt met verbijstering naar wat het geschonden en geradbraakte land inmiddels geworden is.
Het ellendige verdwijnen van de boeren doet zich in heel Europa voor, maar nergens zo schrijnend als hier. Vijftien jaar geleden nam Chris de Stoop zijn intrek in het toen nog bloeiende polderdorp Doel, dat moest wijken voor haven en industrie. Hij schreef er zijn boek De bres. Nu ziet De Stoop opnieuw de graafmachines oprukken en eeuwenoude hoeves verdwijnen, maar dit keer voor nieuwe natuur.
Chris De Stoop is een Vlaamse schrijver en journalist. Zijn debuut over een bende vrouwenhandelaars, 'Ze zijn zo lief, meneer', was een bestseller en werd door BBC bewerkt tot een documentaire.
In 2004 won hij de Gouden Uil Prijs van de Lezer met zijn vertelling 'Ze kwamen uit het Oosten'. Zijn boek 'Het complot van België', over de genocide in Rwanda, werd in 2008 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs
Chris De Stoop is a Flemish writer and journalist. His debute novel about women traffic, 'Ze zijn zo lief, meneer', was a beststeller and was adapted into a documentary by BBC.
Blij dat ik nog eens kan geloven wat er op de cover van een boek staat. ‘Dit is mijn hof’ is inderdaad een magistraal boek. Chris De Stoop keert na de dood van zijn broer terug naar zijn ouderlijk huis, een boerderij ergens in de polders rond Doel. Van de aardbeving in Haïti recht naar die ‘nieuwe natuur in ontwikkeling’ thuis. Zijn moeder zit in een home waar ze wacht op de dood. Het boek beschrijft de teloorgang van het boerenleven als gevolg van de ontpoldering rond Antwerpen. Alle boeren moeten wijken voor de ‘nieuwe natuur’ die er komt ter compensatie van de uitbreiding van de haven. Na eeuwen strijd tegen het water wordt het land zonder slag of stoot weer aan het water teruggegeven, zo lijkt het wel. Chris De Stoop heeft alle redenen om kwaad te zijn, om razend te zijn, om verschrikkelijk uit te halen naar alle krachten die ervoor zorgen dat al die boeren geen boer meer kunnen zijn. Naar al die factoren die ertoe geleid hebben dat zijn broer zelfmoord heeft gepleegd. Maar toch blijft hij heel sereen, zelfs gelaten de teloorgang van het boerenleven beschrijven. En net dat maakt het boek zo krachtig. Ik ben al mijn hele leven overtuigd aanhanger van de Groenen en lid van Natuurpunt. Maar na het lezen van dit boek, ben ik niet meer zo zeker. Boeren en natuur gaan samen en zijn geen vijanden, dat inzicht heeft dit boek me bijgebracht. Zwart-wit, het bestaat nergens en nooit. Inderdaad een magistraal boek. Chris De Stoop is niet alleen een groot schrijver — dit boek over boeren en hun verdwenen hoven leest als een trein — maar ook een groot man.
“Terwijl we daar zitten, overmant me weer die weemoed die soms zo aan me blijft kleven. Een gevoel dat over meer gaat dan alleen familie, het gaat over de boerderij en de velden en de kreken, het gaat over een leven dat samenhangt met het land en de lucht, het gaat over al het oude en vertrouwde dat er altijd is geweest”
Schrijnend , dat is het beeld dat Chris De Stoop in dit boek schetst over de teloorgang van het boerenleven, maar ook ronduit schrijnend is het wat dit blijkbaar met de mens De Stoop zelf doet. De auteur, een alom gerespecteerd reporter, vestigde zich enkele jaren geleden na de dood van zijn broer in de boerderij waar hij opgroeide, aan de rand van het Antwerpse havengebied, en probeerde zo goed en zo kwaad als het kon de landbouwactiviteiten voort te zetten. Dat ging heel moeilijk, niet alleen door eigen onkunde, maar vooral door de enorme veranderingen die het agrarische métier heeft ondergaan en nog ondergaat: de voortdurende schaalvergroting, de almaar strengere reglementeringen en constante controles. Het betoog van De Stoop is eigenlijk één lang uitgerekte treurzang die nog versterkt wordt door de passages over de aftakeling van zijn moeder en over het gesukkel van zijn koppige, alleenstaande broer die uiteindelijk voor zelfdoding koos (dat laatste wordt nooit uitgesproken, maar wel heel sterk gesuggereerd).
Het is een treurzang die een diepe indruk nalaat, maar die door twee elementen wordt ondergraven. Het eerste is dat De Stoop regelmatig volkomen zwelgt in zijn nostalgie: zoals hij zelf in het citaat bij het begin aanhaalt, blijft de weemoed echt aan hem kleven, en overspoelt ze hem helemaal; het depri-gehalte van verschillende passages is soms gewoon ondragelijk. Komt daarbij dat De Stoop zijn pijlen bijna uitsluitend richt op wat hij als de grote boosdoeners, als de machthebbers van deze tijd ziet, namelijk de natuurliefhebbers. De 'groene dictators' van Natuurpunt hebben volgens hem hun ziel verkocht aan de havenbazen: in ruil voor het stopzetten van hun strijd tegen de havenuitbreiding kregen ze betaalde functionarissen en tientallen hectare vruchtbare poldergrond waar ze zich mogen uitleven in nutteloze natuurexperimenten.
De Stoop heeft het hier over de compensatiegebieden aan de rand van de haven waar natuurgebieden zijn ingericht (letterlijk met bulldozers afgegraven tot het nat grasland wordt). Die natuurgebieden zijn inderdaad kunstmatig, en ook onder natuurliefhebbers is er behoorlijk wat discussie over, maar afgaande op wat Dirk Draulans (collega van De Stoop bij Knack) in het boek In de putten schreef, zijn ze in biologisch opzicht wel een relatief succes te noemen. Het klopt uiteraard dat landbouwers daar inderdaad de grootste last van ondervinden, in de vorm van onteigeningen en strengere reglementeringen. Maar wat zij (en De Stoop) uit het oog verliezen is dat het de havenuitbreiding is die de echte motor is van die veranderingen en de natuurontwikkeling maar een beperkte vorm van compensatie biedt voor de verder oprukkende economische activiteiten. De Stoop en anderen vergeten ook dat het polderlandschap waar hij het over heeft zelf het resultaat is van zeer verregaande, planmatige ingrepen door de mens, bij de 'inpoldering' in de 19de eeuw, dus al bij al nog vrij recent.
Neen, Chris De Stoop gooit hier een persoonlijk, tragisch verhaal (de teloorgang van zijn familie) op één hoop met de grote veranderingen in de landbouwsector, met de industrialisatie en vooral met de opkomst van natuurontwikkeling, en maakt er één potpourri van ellende van. Uiteraard moeten we respect hebben voor de tragische hartenkreet van iemand die het moeilijk heeft met bepaalde ontwikkelingen, maar we geraken nergens met ongenuanceerde en soms manifest valse boodschappen. Wat me bovendien nog het meest stoorde is dat De Stoop er een persoonlijke afrekening van maakt en al wie hem volgens hem fout is, met naam en toenaam benoemt en hun kleine trekjes in de verf zet. Ik begrijp nu beter de harde aanval van Draulans tegen hem, al is die daarmee op zijn beurt ook niet goed gepraat.
Het is geen informatief boek en geen roman, maar een persoonlijk verhaal. De boodschap wordt pas in de epiloog duidelijk:
'de boeren zijn de verliezers van de vooruitgang [...] Over hun overlevingsstrijd wordt zelfs weinig of niets genoteerd, het is de moeite niet waard om op papier te zeten, [...] Het is erg om alles kapot te zien gaan, maar het is nog erger als niemand het opschrijft.
De manier waarop had volgens mij wel anders gekund. Ik raakte de draad kwijt met alle verschillende gesprekken en terugblikken. Bovendien was het ook lang niet overtuigend waarom die nieuwe natuur zo 'slecht' is. Totdat Glenn Deliege aan het woord komt:
'De natuur is altijd een externe realiteit geweest die ons overweldigt, die ons ontzag inboezemt als iets wat ongenaakbaar en onvervangbaar is. Dat ontzag voelen we veel minder voor natuur die we zelf kunnen maken en namaken. De natuur moet juist groter zijn dan wijzelf, ons overstijgen, ons wijzen op onbeduidendheid. Daarom trekt ze ons aan, fascineert ze ons, krijgt ze betekenis voor ons.'
Eigenlijk heb je als lezer ook al flink wat achtergrondinformatie nodig. Bovendien is het ook een lokaal verhaal, het is jammer dat het niet naar een groter geheel wordt getrokken. (op het einde is er wel een vergelijking met Afrika maar dat had uitgebreider gekund). De laatste hoofdstukken zijn het sterkst en maken dit boek toch de moeite waard. Bovendien heb ik er ook veel over geleerd, vooral de psychische druk (en zelfmoorden) onder boeren verbaasde mij. En het is een goede tegenhanger van Boer zoekt vrouw, waarbij alleen de romantische aspecten van het boerenleven naar voren komen.
Vroeger reed je over Antwerpen, of je kwam met de boot. De boot. Niemand zei het veer, of de pont. Je kwam aan in Breskens, of in Perkpolder. Lang daarvoor ook in Terneuzen. Tegenwoordig kom ik door de tunnel. Eén keer per jaar, soms twee. Maar altijd te weinig. Ook al is Zeeuws Vlaanderen veranderd. Zeeuws Vlaanderen is een landje apart, in vele opzichten. De grenspalen die er stonden, die er staan. Ze lijken nooit echt een scheiding tussen twee landen gevormd te hebben. Hier ga je van noord naar zuid, van Nederland naar België, en vice versa zonder dat de grens iets veranderd aan je nabije en verre horizon. De landerijen, de met hoge bomen begroeide polderdijken, het dialect, de eerbied voor je naaste en de grond waarop je leeft en die je voedt. Nergens houdt hier het ene land op en begint het andere. Het volk, we lachen om elkaar, maar we begrijpen elkaars problemen, voelen elkaars verdriet.
Chris de Stoop schreef ‘Dit is mijn hof’. Hij is Vlaming, van vlak over de grens. Schrijver, journalist, sinds het overlijden van zijn broer ook boer op de familieboerderij onder de rook van Antwerpen. Hetzelfde gebied dus waar de Zeeuwsvlaamse Hedwigepolder ligt. Ook de hof van De Stoop zal op den duur moeten wijken voor dat vreemde, onnatuurlijke woord: natuurcompensatie. Er is op zich niks mis met natuurcompensatie, maar de manier waarop het in de polders ten westen van de tweede haven van Europa gebeurt is op zijn zachtst gezegd “zum kotzen”. Ik hou niet van het woord lobby, het stinkt naar machtsmisbruik en dat is precies wat hier aan de hand is. Het verhaal van de boeren, van de buurtschappen die aan hun horizon kranen zien, de bovenbouw van schepen die passeren, rook uit schoorstenen. Boeren die nergens zo alleen staan als in dit stukje (Zeeuws) Vlaanderen sinds ze de natuurbeschermers van kamp hebben zien wisselen en die nu bij de havenheren aan één en dezelfde tafel zitten. Boeren, beroofd van erf, goed en (manier van) leven en op de koop toe nog een schop in de kont meekrijgen. We zien hoe een natuurhistorisch landschap (ja, ik durf een landbouwlandschap natuurhistorisch te noemen) letterlijk op de schop genomen wordt en verandert in een achter de tekentafels geconstrueerd (en geherconstrueerd – van de gekke) gebied nieuwe natuur waarover we de volledige controle wensen te houden. Een landschap zonder ziel, een landschap zonder historie, een natuurlandschap waarin de enige menselijke aanwezigheid de industriële en logistieke bewegingen aan de horizon mag zijn. En de boeren vechten hun verloren strijd. Parallel met de langzame teloorgang van het landschap en van de hof van de schrijver is er het verhaal van Chris de Stoop’s moeder. Ze heeft altijd op de boerderij gewoond en gewerkt maar haar gezondheid verhindert haar na een ziekenhuisopname nog naar de boerderij terug te keren. Hoewel ze de dagelijkse gang van zaken nog steeds wil volgen verliest ze in het verzorgingstehuis meer en meer de grip op haar leven. De grip op het leven. Het precies dat wat ook de laatste, stug volhoudende boeren verloren hebben.
De pijn is voelbaar in de woorden van boer De Stoop. Desondanks laat hij zich nooit meeslepen in zijn hartstocht, waardoor ‘Dit is mijn hof’ nooit een klaagzang wordt. Chris de Stoop vertelt wat er gebeurt en laat het ongeloof, de woede en het verdriet (ja, ook dat) over aan zijn lezers. ‘Dit is mijn hof’ opent ogen, en niet alleen op het oosten van Zeeuws Vlaanderen.
‘Dit is mijn hof’ – Chris de Stoop (2015) ●●●●○ (4/5)
“De spanning rond de nieuwe natuur was door verschillende incidenten ten top gedreven. Mijn broer stelde me weer de vraag die hij me al vaker gesteld had: ‘ Waarom wordt daar geen boek over geschreven?”
‘Dit is mijn hof’ is het boek dat eindelijk daarover geschreven is – het is een boeiend verslag over de ontpoldering van het Waasland, over hoe de boerennatuur moet wijken voor de ‘nieuwe’ natuur waarvan de ‘rugstreeppad’ het symbool is.
Als natuurliefhebber vond ik het zeer interessant te lezen hoe ook ‘de’ natuur een economisch product wordt en hoe met dat economisch product natuurlijk allerhande doelstellingen bereikt moeten worden – De Stoop beschrijft zeer indringend hoe een dergelijke gedachtegang sowieso ten koste gaat van eeuwenoude tradities en heel wat menselijk leed veroorzaakt.
Ik vond het ook een ontroerend boek – je voelt de betrokkenheid en de liefde van de auteur voor deze polders en haar bewoners.
Dit boek heb ik op p.122 weggelegd. Toen wist ik het wel, dat gedoe om de Hedwigepolder. De verteller is op pagina 7 nostalgisch boos en is dat op p.122 nog steeds,terwijl het er niet naar uit ziet dat het veel beter wordt. Al die boeren en boerinnen die gepiepeld worden. Het is heel erg en De Stoop is terecht verontwaardigd, maar het is ook veel herhaling en eenzang.
De ontpoldering van het Waasland, een materie waar ik zo goed als niets over wist.
Er zijn in dit verhaal drie hoofdspelers, de Antwerpse haven, de organisatie Natuurpunt en de polderboeren. De haven wil uitbreiden en de Schelde uitdiepen, Natuurpunt regelt de natuurcompensaties die hiermee gepaard gaan en de boeren... tja het lijkt een beetje als 'ze staan erbij en ze kijken ernaar' De boeren worden onteigend en vruchtbare poldergrond wordt afgegraven om de overeengekomen natuurcompensaties waar te maken.
Aan verhalen zoals deze zijn er natuurlijk altijd meerdere kanten. Maar Chris kiest er resoluut voor om hier de kant van de boeren te belichten. De boeren, diegenen die meestal noch de tijd, noch de gewoonte, noch de middelen hebben om professioneel te communiceren, een beetje in tegenstelling tot de twee andere spelers.
.... 'De boeren zijn de verliezers van de vooruitgang. Over hun overlevingsstrijd is weinig op niets genoteerd, het is zelfs de moeit niet waard om het op papier te zetten, en zelf houden ze geen dagboeken of memories bij. Het is erg om alles kapot te zien gaan, maar het is nog erger als zelfs niemand het opschrijft. Of als zelfs niemand meer overblijft om verhalen door te geven.' ....
En dat is wat Chris met dit boek doet, het verhaal van de polderboeren opschrijven in de hoop dat het gelezen en zo doorgegeven wordt. En het is een cynisch verhaal geworden, emotioneel bij momenten zelfs - wat niemand hem kan kwalijk nemen aangezien hij als boerenzoon zo nauw bij dit alles betrokken was en ettelijke familiedrama's vanop de eerste rij meemaakte.
Parallel met het verhaal van de teloorgang van de polders is er ook het verhaal van de teloorgang van moeder De Stoop, een fiere polderboerin die haar laatste dagen in een rust-,verzorgingstehuis slijt. Heel teder, ontroerend maar tegelijk schrijnend.
Topboek! Ministers, presidenten en zelfs Prins Harry 🙄 ze schrijven allemaal hun memoires of laten ze schrijven, wel, ik heb dit boek gelezen als de 'memoires van de polderboeren'.
Als overtuigd stemmer voor 'Groen' maar ook liefhebber en bewonderaar van het boerenbestaan heeft dit boek mijn visie toch wel wat bijgesteld. Ongetwijfeld gaat de kritiek in het boek op de 'groene jongens' niet alleen op voor wat er in de polders rond de Antwerpse haven gebeurt. Hoe ernstig kun je 'natuurherstel' noemen als men, bijvoorbeeld, weet dat de inpoldering dateert van in de middeleeuwen? Zeker als dan eigenlijk blijkt dat de ecologische projecten eigenlijk hun doel grotendeels missen. Het is een tragisch verhaal dat aan de kaak stelt hoezeer wij als consumenten vervreemd zijn van waar ons voedsel vandaan komt en hoe hard 'de boeren' moeten werken om kwaliteitswaar te leveren dat dan voor belachelijke prijzen wordt verkocht, en ondertussen aan een wirwar van regeltjes en alsmaar zottere normen moeten voldoen.
Dit boek was een eye opener en bovendien qua taal en verteltrant zeer knap.
Een heel gekleurd verhaal maar toch enorm geraakt door dit boek. Als groen minded en lid van Natuurpunt was dit voor mij wel een confrontatie met een andere kant van het verhaal. Ik stelde me zelf ook al wel regelmatig vragen bij de zin of onzin van het bijvoorbeeld drastisch weren van exoten en dan had ik nog niet stil gestaan bij de menselijke kant van deze historie; ik bedoel wat zich heeft afgespeeld in de streek van Linkeroever, Doel en omstreken en het sussen met natuurcompensatiegebieden. Als natuurliefhebber sta ik op de eerste rij om natuur te beschermen, maar ik denk dat er ook een afweging moet gemaakt worden wat natuur precies is. In hoeverre is deze Nieuwe natuur gecreëerd door Natuurpunt nog natuur? Wat is het verschil dan met cultuurlandschap waar zo tegen gefulmineerd wordt? Misschien ga ik het antwoord vinden in het boek In de putten van Dirk Draulans.
Interessant en belangrijk perspectief vanuit de Zeeuwse landbouw op moderne natuurontwikkeling in het boerenland. Helaas is het erg eenzijdig en de deprimerende cynische blik ging mij op den duur ontzettend tegenstaan. Met moeite uitgelezen.
Boek over de vele onteigeningen van boeren en het verlies van hof en land. Nieuwe natuur wordt gemaakt met folie en ijzerdraad. Alsof de natuur een bak met planten en dieren is zonder wortels in de mens, de tijd en de streek. Boek laat zien hoe de boeren door de ambtelijke molen vermalen worden tot gruis.
Dit verhaal wekte een enorme tweestrijd in mij op. CdS gaat terug naar de boerderij waar hij opgegroeid is onder de rook van Antwerpen en waar zijn moeder en broer een onmogelijke strijd voerden tegen het verbond van de milieubeweging en de haven. Zijn moeder zit in een verzorgingstehuis en zijn broer is gestorven, zodat CdS het beheer van de boerderij heeft moeten overnemen. Hij neemt de lezer mee door het slagveld van oa Doel, Hedwigepolder en Zaligem, waar boeren, burgers en onderzoekers hem hun verhaal vertellen en hij daarmee de absurditeit van het creeren van nieuwe natuur laat zien. De nieuwe natuur is er eentje die op bestelling geleverd wordt, volledig gereguleerd en afgezonderd van mensen. Daarvoor worden boeren onteigend die al generaties lang in symbiose met de natuur leefden en daarmee gaat naast die 'oude natuur' ook een hele cultuur verloren. Een sterk onderwerp dat lang onderbelicht is geweest, waar hij legitiem over mag vertellen - per slot van rekening komt hij zelf van zo'n boerderij. Echter, ik weet zelf ook wel wat van de manier waarop boeren omgaan met hun dieren en de natuur. Die is namelijk niet zo mooi als voorgeschoteld wordt in het verhaal. Een van de problemen is dat boeren de schuld altijd bij anderen neergelegd hebben: de verkoopprijzen van melk en vlees zijn te laag, de overheid eist teveel op gebied van gezondheid en mestbeleid, etc. Nooit wordt naar zichzelf gekeken. Al decennia geleden hadden boeren niet de overheid moeten dwingen om hun manier van leven te stutten door allerlei subsidies, maar zelf naar alternatieven moeten kijken. Proactief inspelen op natuurwensen en dierenwelzijn-eisen van burgers, in plaats van telkens wachten op instructies van de overheid en daartegen ageren en er dan schoorvoetend minimaal aan voldoen. Het leed onder boeren is groot en de huidige situatie met megastallen is het tegenovergestelde van wat er had moeten gebeuren. Maar in eerste plaats zijn die boeren daar zelf verantwoordelijk voor. Hun cultuur is al 40 jaar geleden begonnen met instorten, we bevinden ons nu in het endgame. In dat opzicht is dit boek too little too late. Toch krijgt het 4 sterren. Vanwege de schitterend, bijna romantische vertelstijl die ook bij mij (ik kom uit een lang boerengeslacht) veel herinneringen opwekte aan het leven op de boerderij.
Dit boek stelt de bewuste lezer voor een probleem. Het is een bijzonder mooi, aangrijpend, emotioneel geladen ego-document van De Stoop, die terugkeert naar zijn geboortegrond en ziet dat alles er is veranderd. Tegelijk schrijft hij met erg veel empathie en deernis over zijn aftakelende moeder en zijn ongelukkige broer, die koppig de boerenstiel in stand wil houden. Als lezer weet je ook dat De Stoop een journalist is, die hiervoor menig gelauwerd boek geeft geschreven, waarin hij wantoestanden aanklaagt. Dat doet hij ook hier. Het boek leest als nostalgische aanklacht tegen de vernedering en teloorgang van de boerenstand. Maar...omdat hij mij toch nogal eenzijdig en ongenuanceerd zijn pijlen richt op de milieubeweging I.c. Natuurpunt, werd ik achterdochtig en zocht meer info over het thema. Hieronder enkele links die ik als tegenstem wil geven.
Vreselijk waar onze boeren door moeten gaan. Vreselijk belangrijk om inzicht te krijgen in hun wereld.
Men krijgt het beeld van de Groene beweging als een arrogante en naïeve groep die vanuit hun dadendrang al te blind is voor het menselijk leed dat ze aanrichten. Opgejaagd door een decennialange machteloosheid ten opzichte van de aftakeling van Vlaanderen lijken ze nu te hunkeren naar schaal en impact. Zo happen ze naar het aas die de werkelijke aftakelaars uitwerpen. Hun pijlen zijn niet langer gericht naar de gewetenloze kapitalisten die steeds meer oppervlakte betonneren, maar naar diegene die nog machtelozer zijn.
Impact (zeggenschap over en het beheer van gigantische compensatiegebieden voor havenuitbreidingen) wordt voorwaardelijk gesteld aan het spreken van de taal van de havenbonzen. Alleen zo kan men aan de macht participeren alsof men een evenwaardige gesprekspartner is. De vraag is hoe men in die context kan garanderen dat men - onder de zogezegde laag van formaliteit - toch trouw blijft aan de eigen kernwaarden. Natuur vergelijken in termen van ecosysteemdiensten overtuigt alleszins niet. Niets is zo problematisch als de schijnbare objectiviteit van economisch taalgebruik. Knopen moeten doorhakken op het tempo en met de middelen van de internationale concurrentiestrijd waarbinnen de haven opereert, stemt ook niet hoopvol. Het is immers het tempo en de verkwisting van onze maatschappij zelf die zoveel en zovelen uitsluit en kapotmaakt.
Moeilijk om in deze context niet te denken aan de oprichter van Agalev, die werkelijk brak met de partij toen paars-groen de ontruiming van Doel voor de uitbreiding van de Antwerpse haven mee goedkeurde. Van die beslissing wordt gezegd dat Luc Versteylen er het definitieve bewijs in zag dat Agalev-de-partij brak met de kernwaarden van Agalev-de-beweging; soberheid, samenhorigheid en stilte. Niet utilitaristisch denken, maar vertragen, begrijpen, waarderen.
Die boeren die de schuld op "de groenen" steken, zijn even verkeerd als alle groenen die de schuld op "de boeren" steken. Door de verkeerde partners en vijanden te kiezen verkwisten we kostbare tijd. Inzicht in het wereldbeeld en de emoties van iedereen aan tafel kan wel helpen om elkaar terug te vinden.
De ontelbare persoonlijke drama's die van dit alles het gevolg zijn verdienen volgens mij alle aandacht die dit boek er aan geeft.
Een erg boeiend boek over het steeds verder afbrokkelend boerenleven in de buurt van de Antwerpse haven, waar landbouw, natuur en industrie elkaar in de weg zitten.
Pakkend hoe de groene jongens samenhokkend met de grote industrie alle echte natuur om zeep helpen en miljoenen euro's verkwanselen op kap van de hardwerkende boer. Dit boek doet de oogjes opengaan. Dikke aanrader!
Als Chris de Stoop als kleiner Junge von seinem älteren Bruder Melken lernen soll, wird sofort deutlich, dass der Bruder der geborene Bauer ist und Chris die Leidenschaft seines Lebens erst noch finden muss. Chris wird als Erwachsener regelmäßig auf den Hof zurückkehren und seinem Bruder bei besonderen Arbeiten helfen. Den Polderhof in Doel südlich der Westerschelde (direkt am Antwerpener Hafen gelegen) hat der Vater der Jungen in den 50ern des vorigen Jahrhunderts gekauft, direkt nach der großen Sturmflut. Vor ihm schufteten dort bereits Generationen anderer Bauern, um Sumpfland in fruchtbares Ackerland zu verwandeln. De Stoops betagte Mutter kann sich noch daran erinnern, dass Menschen in den Sümpfen an Malaria erkrankten. Sein Bruder hat – wie fast alle seiner Nachbarn – als Bauer keine Frau gefunden, darum gibt es keinen Erben. Als der Autor nach dem frühen Tod seines Bruders Bilanz zieht, ist die Landwirtschaft in Doel am Ende. Nicht etwa, weil Höfe keinen Erben finden, sondern weil der „Naturschutz“ zum härtesten Konkurrenten der Bauern geworden ist. Schon lange haben flämische Bauern Flächen in Frankreich gepachtet oder sind gleich ganz ausgewandert, um weiter als Landwirt arbeiten zu können.
Die Bauern in Doel sollen enteignet werden, damit in der Folge der Erweiterung des Antwerpener Hafens eine Ausgleichsfläche angelegt werden kann. Der Hafenausbau hat zwar schon tausende von Menschen vertrieben, aber nur wenige Arbeitsplätze schaffen können. Vom Aussiedeln der Höfe ist nie die Rede, es gibt keine Übergangsregelungen. Unter dem Mäntelchen des Naturschutzes fällen Bürokraten am Schreibtisch willkürliche Entscheidungen über das Schicksal von rund 1000 Menschen, die ebenso willkürlich geändert werden können. Heute wird beschlossen, dass fruchtbare Weiden wieder Sümpfe werden sollen, morgen kann der Plan bereits Makulatur sein, dann wird der Sumpf eben wieder mit kontaminiertem Hafenschlick zugeschüttet und bepflanzt. Man könnte sich kritisch fragen, ob im direkten Umfeld von Raffinerien Lebensmittel erzeugt werden müssen. Oder wie lebenswert ein Bauernleben ist mitten zwischen industrieller Tomatenerzeugung, Möbelmärkten und Windparks. Eine Enteignung an sich ist für jeden Menschen entwürdigend. Als Spitze der Würdelosigkeit empfinden flämische Bauern es jedoch, von Bürokraten herum geschubst zu werden, die weder von Landwirtschaft noch von der Natur etwas zu verstehen scheinen und allein EU-Vorgaben umzusetzen haben. Schließlich weiß in Doel jedes Bauernkind, dass Rauchschwalben nur nisten, wenn sie ihr Baumaterial auf matschigen Wegen und Misthaufen suchen können. Keine Schwalbe wird in einer Plastikmulde nisten, die ein so genannter Naturschützer dafür installiert. Und was soll aus den Schleiereulen werden, die in den Scheunen der Bauern nisteten? Manch einer hält die Veränderungen für eine Ökodiktatur, die in Totalitarismus umkippen könnte. „Das ist mein Hof“ schleudert der ältere Bruder de Stoop sichtlich beleidigt Kontrolleuren entgegen, die seinen Betrieb auf verbotene Hormone in der Zucht von Milchvieh untersuchen wollen.
Mit akribischer Recherche zur Geschichte seines Dorfes zeigt sich der Autor hier von seiner besten Seite als investigativer Journalist. Chris de Stoops Spurensuche in seinem Heimatdorf ist einerseits die bittere Abrechnung mit der Vertreibung eines ganzen Bauerndorfs durch Naturschutzbürokraten. Es finden sich darin jedoch auch berührende Erinnerungen an eine Kindheit auf dem Bauernhof und die Sorge um seine betagte Mutter, der das Verschwinden ihres Hofes nicht mehr begreiflich zu machen ist.
'Dit Is Mijn Hof' (2015) schetst simpel maar doeltreffend het autobiografische verhaal van een wedergekeerde boerenjongen, die mijmert over de teloorgang van het boerenbestaan in een tijd waarin steeds minder ruimte en respect is voor het ambacht. Over de opkruipende bureaucratisering rond milieuwetgeving, waardoor de agrariërs zich totaal anders moeten verhouden tot de natuur om hen heen. Over een ambacht die men vaak niet meer kan of wil nalaten aan het nageslacht, omdat de kosten zelden nog tegen de baten opwegen. En over een journalist die ooit gekozen heeft om het boerenleven uit te zwaaien, terwijl hij op middelbare leeftijd steeds meer voelt dat zijn identiteit nog altijd verbonden is met het boerenleven. Op zichzelf al genoeg materiaal voor een roman, maar de Vlaamse auteur grijpt zijn eigen weemoedige klaagzang aan om het te spiegelen aan de actualiteit.
De ontpoldering van de Hedwigepolder had destijds niet mijn bijzondere interesse. Eerlijk gezegd zapte ik meestal weg als het onderwerp ter sprake kwam in nieuwsbulletins of actualiteitenrubrieken (zoals ik nu overigens doe als de aardbevingen in Groningen voorbij komen). Toch wist Chris de Stoop vorig jaar met enkele sterke media-optredens (o.a. bij DWDD, Boeken) ook bij mij een gevoel van urgentie te bewerkstelligen: het is geen propere zaak wat de betrokken boeren daar is aangedaan! Helaas blijkt nu juist het journalistieke gedeelte de zwakste schakel.Hoewel de Stoop erin slaagt om via zijn eigen perspectief een beeld te schetsen van hoe belangrijk de landbouwgrond moet zijn voor de betrokken boeren, hun eigenlijke verhalen blijven voelen als losse terzijdes die ingebed zijn in z'n eigen verhaal. Het onderwerp hangt er als los zand bij.
Daarnaast houdt De Stoop van details. Van heel veel details. Een sfeerschets van leven en werken op en rond een boerderij is één ding, maar ik had te vaak het gevoel dat het opdissen van feitjes en weetjes ten koste ging van de spanningsopbouw. Dat elke diersoort die er rondkruipt, rondfladdert, rondvliegt moet worden vermeld. Dat elke handeling in geuren en kleuren moet worden uitgelegd voor de leek. Dat elke herinnering - gerelateerd of niet aan het hoofdonderwerp- er toch bij moet worden gehaald om het sfeeroverzicht completer te maken dan het al was. (Overigens kan een andere lezer hier natuurlijk ook een kracht in zien, want het boerenleven wordt nu eenmaal beschreven in al haar verschillende facetten.) Pas in de laatste hoofdstukken kwam er een welkom tempo in een verhaallijn die uiteindelijk prima wordt afgerond. Dat wel.
Voor mij is het als journalistiek werk net iets te beperkt om helemaal uit de verf te komen, terwijl het als literair werk net te veel vertakkingen ingaat die het narratief opschorten in plaats van het voortstuwen. Het roept wel steeds interessante filosofische mijmeringen op over de relatie tussen mens en natuur in een tijdperk waarin zelfs de wildernis gereguleerd wordt met bestemmingsplannen en onderhevig is aan hypes. En de stampvoetende boeren hebben misschien meer gelijk dan ik aanvankelijk dacht; als een leek die eigenlijk niet eens naar ze wilde luisteren.
Een met vrieskou doortrokken zondag bracht me op 18/12/17 met de fiets doorheen de polders van Verrebroek, Doel en Kieldrecht. Het was inmiddels al weer een flink aantal jaren geleden dat ik de streek nog eens verkende. Geen prettig zicht, hoe de parel van het natuurreservaat De Putten er nu bij lag. Geen aangename ervaring om de restanten van - het eens zo bloeiende polderdorp - Doel te aanschouwen. Ik ben de voorbije kwarteeuw vanuit de milieubeweging een van de bevoorrechte getuigen geweest. Heb mee nog de procedures bij Europa tegen de Scheldeverdieping opgestart. Heb jarenlang met de bewoners rondom Doel de strijd aangegaan tegen de aanleg van de nieuwe dokken op Linkeroever. Ben getuige geweest van het grote akkoord natuur-haven en de grote impact ervan op het terrein. Pas twee jaar na het verschijnen heb ik de voorbije dagen “Dit is mijn Hof” gelezen. Het is een aangrijpend boek. Het relaas van een verdwijnende wereld. Van een veranderend wereldbeeld. Van lokale bewoners en landbouwers die zich van de rand van deze nieuwe wereld geduwd voelen. Het is goed dat mensen als Chris De Stoop dit relaas brengen. Een relaas getekend door de tragedie die zich in zijn eigen familie heeft afgetekend. Chris, het is niet altijd een fijne spiegel, die je me hebt voorgehouden. Wees gerust, ik heb de spiegel recht in de ogen gekeken. Top boek!
Een emotioneel betoog voor het boerenleven, een persoonlijk doorleefd verhaal over de teloorgang van de polder, een stuk geschiedenis dat nu moet wijken, niet voor de haven, maar voor "natuur", godbetert. Wie dit boek leest, zal zijn of haar verontwaardiging voelen toenemen over de manier waarop de landbouwers worden behandeld. Is landbouw iets uit het verleden? Nee, dat is het niet, maar tegen decennia-lange pesterijen kun je niet tegenop. Waarom verdwijnt de polder? Waarom verdwijnt dit stuk erfgoed, dit stuk duizendjarige geschiedenis? Chris De Stoop stelt de vraag op een pakkende en indringende wijze, te meer omdat het verhaal van de teloorgang van de polder wordt verteld samen met het verhaal over de aftakeling van zijn moeder. Omdat ikzelf afkomstig ben uit de streek waarover het in "Dit Is Mijn Hof" gaat, voel ik mij natuurlijk meer betrokken. Maar aangrijpend is het in ieder geval.
'De boeren zijn de verliezers van de vooruitgang' dat is de essentie van Chris de Stoops indringende boek 'Dit is mijn hof'. Het is een prachtig maar ook pijnlijk relaas over het politieke verraad aan de Zeeuwse boeren, die door landonteigening alles kwijtraken waar zij en hun voorouders hard voor gewerkt hebben. De ontpoldering van Zeeland gaat gepaard met de vernietiging van eeuwenoud, Middeleeuws cultuurlandschap, de onteigening van duizenden boeren en het verlies van vruchtbare landbouwgrond. Dit alles voor Het Groene Leugen: de Nieuwe Natuur.
Chris de Stoop is in mijn ogen een van de beste schrijvers-journalisten binnen het Nederlandse taalgebied. Ik heb al zijn boeken met plezier gelezen. Ze zijn persoonlijk en geven inzicht in een onbekende wereld. Dit boek, ongetwijfeld zijn meest persoonlijke, laat de verdwijnende wereld van zijn familie, een boerenfamilie zien en stipt en passant het drama van de Hedwigepolder aan. Boeren die na generaties het boeren onmogelijk wordt gemaakt door absurde regels, doorgeslagen milieufreaks en rijke havenbaronnen. De vraag die blijft hangen: wie gaat er straks eigenlijk ons eten produceren?
Autobiografische roman over de onteigening van Wase polderboeren. Clash tussen de Antwerpse havenuitbreiding, natuurcompensaties en het verdwijnen van het cultuurlandschap. "De natuur kent veel kleuren groen". (p.119) "Dat wij uit de tijd gevallen zijn maar de tijd ons ook in de steek gelaten heeft". (p.281) "Dat het goed is deel te maken van een oude verhaal". (p.281)
Tijdens het lezen van ‘Dit is mijn Hof’ voelde ik me ‘Vrouwe Justitia’ met haar grote weegschaal , balancerend tussen ‘de auteur heeft hier gelijk’ en ‘ja maar, en de natuur krijgt geen plek meer of zo’ en dan weer ‘ja de boeren hebben toch al afgezien’…
Het boek werd me aangeraden door een vriendin en dorpsgenote (bedankt, Kathleen), nadat mijn vriend en ik verhuisd zijn naar de polders tussen de boeren en de natuur. Niet dezelfde polders waar Chris De Stoop over schrijft en waar hij vandaan is, maar toch ook wel vergelijkbaar. Dus het was zeker interessant om dit boek gelezen te hebben om sommige zaken te begrijpen (of ik met alles van beide partijen akkoord ga, dat laat ik zoveel mogelijk in het midden).
Ik ben zeker niet aan mijn proefstuk toe wat Chris De Stoop betreft. Ik las reeds een aantal boeken van hem waarin hij over zijn vermoorde oom Daniël schreef en de rechtzaak daaromtrent en een boek over corona in een serniorentehuis, na een Sinterklaasfeestje.
'Dit is mijn Hof' is een heel gelaagd boek want eigenlijk gaat het over de teloorgang: die van het boerenleven, die van de natuur in zijn geheel (zonder echt het thema klimaatopwarming aan te snijden), de teloorgang van dorpen zoals Doel en vooral ook over de familie van De Stoop.
Dus eerst en vooral de teloorgang van het boerenleven, dat ten koste gaat voor buitenlandse invoer van producten, door natuurgewinning die dan gronden van de boeren inpalmen, doordat het beroep niet aantrekkelijk meer is door onder andere veel administratieve rompslomp en de regels strenger geworden zijn. Dat betekent dan vooral dat bepaalde dingen zoals bemesting beperkt wordt, sproeien van gewassen tegen ongedierte en onkruid geen optie meer is en het houden van vee ook al niet populair meer is.
Ik kan me voorstellen dat Chris, die de boerderij overnam van zijn ouders en broer (na diens dood), niet wist waar hij zich kon aan verwachten en hij die de stiel nooit heeft geambieerd, in een wespennest terecht kwam.
Ten tweede komt de teloorgang van de natuur aan bod. En om deze een kans te geven terug op te bloeien beslissen organisaties zoals Natuurpunt en Agentschap Bos en Natuur om polders terug onder water te zetten, met goede bedoelingen zou je denken, maar dit komt enkel de Antwerpse Haven dan te goede, want die kan een bredere geul maken om nog grotere containerschepen door te jagen. Op het zelfde moment tracht men bepaalde vogelsoorten terug naar de polders te lokken, maar dat betekent ook dat andere dieren hun weg vinden en de vogels als prooi zien (vossen, bijvoorbeeld) en dat zorgt dan ook weer voor problemen.
Ten derde wordt er ook tijd besteed in dit boek aan het verdwijnen van dorpen, door de ontpoldering, door de verbreding van de Oosterschelde (allemaal in naam van de vooruitgang) zoals bijvoorbeeld één van de heikelste dossiers in ons land, Doel! Hét dorp dat al jaren een spookdorp is en ten tijde van het schrijven van dit boek nog zou verdwijnen... Intussen is deze beslissing herroepen en wordt het dorp zelfs opnieuw opgebouwd, na alle geleden leed en strijd dat de inwoners al die tijd hebben moeten voeren. Een typisch Belgisch surrealistisch voorbeeld dus met andere woorden.
En tenslotte gaat dit boek voornamelijk over de teloorgang van een familie waarbij de boerderij, die al eeuwen bestaat en al sinds 1953 door de familie wordt beheerd van vader op zoon, geleidelijk aan doodbloedt. Als de broer van Chris sterft (tussen de lijnen door las ik dat hij zelf een einde maakte aan zijn leven hoewel dat nooit werd benoemd in het boek. Bij een interview enkele jaren geleden, bij het verschijnen van 'Hemelrijk', werd dit jammer genoeg bevestigd). De moeder van Chris beland in een tehuis nadat ze gevallen is en niet meer in staat is thuis te wonen dus beslist Chris de boerderij zelf over te nemen. Zoals reeds gezegd loopt dit niet zomaar van een leien dakje en moet Chris zijn weg zoeken in het boerenleven en al de nodige rompslomp dat dit met zich meebrengt.
Ik heb eigenlijk gevloekt op dit boek... omdat ik geen kant wou of kon kiezen, niet dat dat gevraagd wordt maar het zet zoveel dingen in perspectief en toont zo duidelijk aan dat niet alles eenzijdig is en dat we allemaal een beetje meer respect voor elkaar zouden moeten hebben en voor de natuur. Want waar het heel vaak om draait in dit klimaat is geld, en daar hebben we eigenlijk nooit een goede, leuke boodschap aan, integendeel!
Dit is een fantastisch voorbeeld van vooruitgang dat vooral achteruitgang kan betekenen. Een perfect evenwicht tussen natuur en landbouw zou nochtans perfect moeten bestaan.
Eén passage in het boek heeft me wel doen koken... ik ga er niet te veel over uitwijden maar als het over jacht gaat, dan ben ik helemaal geen voorstander. Dus als mensen als Fernand Huts de regels aan hun laars lappen, daar ga ik van door het lint!
'Dit is mijn Hof' is frustrerend, is prachtig geschreven, bloed-van-onder-de-nagels drijvend, boosmakend, machteloosheid en vooral een perfecte weergave van hoe ons kleine landje buigt onder het gewicht van geld en macht!
En het is eveneens voor mij het teken om nog meer Chris De Stoop te lezen! Op zoek naar meer boeken van hem, met andere woorden (te beginnen met De Bres en in 2025 verschijnt ook een nieuw boek van hem, 'De Damiaanhoeve' over 'de hoevemoord'. Iets om naar uit te kijken dus!
Het boek geeft een beeld over de relatie industrie (de Antwerpse haven), boeren en natuur in het gebied ten noordwesten van Antwerpen, langs de Schelde. Het laat zien hoe boeren onteigend worden ten faveure van nieuwe natuur dat als compensatie dient voor de uitbreiding van de haven. De nieuwe natuur wordt bedacht achter tekentafels met targets voor vogelsoorten die weer zouden moeten gaan broeden en wat met flinke sommen geld kunstmatig in stand gehouden moet worden. Maar de natuur is weerbarstig: de vos trekt zich niets aan van stroomdraden om hem tegen moet houden en neemt de tunnel bedoeld voor de rugstreeppad om zich te goed te doen aan de kluut.
Het boek is één grote aanklacht tegen natuurbeschermers als het Vlaamse Natuurpunt en wordt ook op de man gespeeld. Zelfs Natuurmonumenten de Vogelbescherming krijgen er van langs. De Stoop, zelf zoon van een boer, gaat voor een jaar terug naar zijn ouderlijke boerderij als zijn moeder in een verzorgingshuis zit en zijn broer overleden. Hij is te veel betrokken bij het onderwerp dat hij geen nuance weet aan te brengen. Daarbij valt hij erg in herhaling: bij elk stukje nieuwe natuur dat hij bezoekt, bij elke boer die onteigend dreigt te raken, komt hetzelfde verhaal.
Indringend en persoonlijk journalistiek verslag van het onvermijdelijke einde van een familie boerderij. In het complexe poldergebied dat grenst aan de Schelde in Zeeuws Vlaanderen, waar de Antwerpse haven, natuuruitbreiding als wisselgeld en het eeuwenoude boerenbestaan in één vechtende kluwen zijn beland. Industrialisatie van de landbouw, onmogelijke regelgeving voor de boeren en een opportunistische blik op maakbare natuur komen keihard met elkaar in aanvaring. Mooie beschrijvingen van de dorpsgemeenschap van Doel die uit elkaar is gedreven en de wanhoop van de achtergebleven boeren in nabije polders. Met in het persoonlijke leven van schrijver Chris de Stoop ook nog eens een inktzwart familiedrama. Indrukwekkend om de strijd om verdwijnend boerenbestaan eens vanuit een andere invalshoek te lezen.
Goed boek. De groenen tegen de boeren... De polder, de haven, het boerenleven. Eigenlijk is het allemaal niet zo ver maar het lijkt wel heel ver van ons bed. De sprongen in de tijd werken echt wel.. Zijn moeder, zijn broer. Er staat ook zo een zin in naar het einde toe... Hij zei geen woord meer. Niemand kon zo zwijgen als hij... Ik hou daar van, van dat soort simpele maar o zo krachtige observaties.
Een persoonlijk relaas over het verdwijnen van een levensstijl en plattelandscultuur. Met veel empathie richting boeren geschreven en daardoor een zeer geschikt boek om te lezen als je de boerenprotest wilt begrijpen. De kritische noten bewaart de auteur voor het Havenbedrijf, de "Groene rakkers" en de EU.
De Stoop schrijft het rauw op in vaak mooie zinnen, en al valt hij soms wel wat in de herhaling, toch wel erg de moeite waard van het lezen.
Als geboren Zeeuw heeft me dit aardig te pakken gehad. Min familie heeft niet echt dezelfde achtergrond, toch is het zo makkelijk voor te stellen als je daar om je heen kijkt. De schrijver lijkt regelmatig in herhaling te vallen en toch heeft het me geen moment verveeld. De kwaliteit van het boek kan daar alleen maar verantwoordelijk voor zijn.