Familiekroniek ‘der kleine luyden’ met een wel zeer kabbelend begin. Het duurt een tijd eer de protagonist Hanna trouwt met Simon. Daarna komt het verhaal goed op stoom. Grootste thema is op respectvolle wijze beschrijven en afrekenen met het dogmatische geloof van de vader.
Siebelink schrijft in afwisselend de ‘jij’ en ‘ze’-vorm. Alleen de conversaties zijn in de ‘ik’-vorm. Dat schakelen geeft een afstandelijk effect dat de beladen sfeer van het leven van toen met zijn godsdiensttwisten oproept. De lezer krijgt een beeld van het leven op het platteland in de eerste helft van de 20e eeuw, waar colporteurs van zwaarder gereformeerd geloof boekjes tegen woekerprijzen aan de man brengen. En angst. Dat heeft impact op het gezinsleven én op het bedrijf, waar geen geld te makken is.
Opvallend is het benadrukken van de seizoenen die onverbiddelijk voorbij gaan, onvermijdelijk, steeds opnieuw, wat mooi in samenhang met de veranderende natuur wordt beschreven. Dit voorbij vlieden staat in schril contrast met wat wij als individu willen, wensen en verwachten, waarmee -door de Heer?- toch maar weinig rekening wordt gehouden. Het leven is een worsteling met teleurstellingen waarover ook nog eens veel wordt gezwegen.
Ondanks alles, met name geregistreerd aan het bekrompen einde, is dit toch een boek van hoop. Het leven gaat door, hoe dan ook en is groter dan ons.
De overkant van de rivier van Jan Siebelink vertelt het verhaal van Hanna Innemee, dat zich uitstrekt over bijna een eeuw, vanaf haar jeugd begin 20e eeuw tot aan haar dood.
De roman behandelt thema’s zoals religie, familiebanden, verlies, en de spanning tussen persoonlijke vrijheid en sociale of religieuze verwachtingen. Religie speelt een centrale rol vooral in de figuur van Simon, wiens geloofsfanatisme het gezin uit elkaar drijft. Hanna staat symbool voor veerkracht; ze schikt zich naar de omstandigheden, maar probeert tegelijkertijd haar eigen pad te vinden.
Het plattelandsleven, met zijn eenvoud en harde werkelijkheid. Het veerhuis en de rivier zijn symbolen voor de grens tussen twee werelden. Deze symboliek komt terug in de komst van de brug.
Het verhaal begint in 1906 met Hanna's vader, Hans Innemee, die op weg is om de boerderij van zijn vader te verkopen. Op zijn tocht ontmoet hij de religieuze colporteur Schuit, een voorbode van de religieuze thema’s die later een grote rol in het verhaal zullen spelen. Tijdens een jaarmarkt ontmoet Hans zijn toekomstige vrouw Hanna, en zij bouwen samen een leven op een boerderij dicht bij de rivier. Ze krijgen drie kinderen: hun dochter ook genaamd Hanna en twee zonen, Johan en Lex.
Hanna groeit op in een religieus milieu. Ze gaat naar school met haar buurjongen Simon Puyman, met wie ze een hechte band ontwikkelt. Na de dood van haar buurmeisje Lea ervaart Hanna voor het eerst verdriet. Wanneer ze ouder wordt, gaat Hanna werken bij haar oom Wijnand en tante in Villa Benevenuto, maar ze keert terug naar huis na een incident met een vermist bankbiljet. Ze besluit te vertrekken en gaat met Simon een toekomst opbouwen.
Hanna en Simon kopen een vervallen veerhuis en proberen samen een nieuw leven op te bouwen, maar Simon raakt steeds meer in de ban van religieuze fanatici, wat hun relatie onder druk zet. Ondanks de geboorte van hun kinderen, Peter en Erik, vervreemde Simon verder door de toenemende religieuze obsessies.
Het veerhuis staat symbool voor de veranderingen in het leven van Hanna en de omgeving. De komst van een brug zou het veer overbodig maken. Simon sterft, ondersteund door zijn religieuze broeders. Na zijn dood blijft Hanna achter met schulden en problemen, maar haar zoon Peter helpt haar door deze moeilijke periode heen.
De roman eindigt met een onthulling door Hanna’s kleindochter Marije, die de verteller van het verhaal blijkt te zijn. Marije onthult dat haar oom Erik, met wie ze een bijzondere band had, in werkelijkheid haar natuurlijke vader is, en dat ze zwanger is van zijn kind. Ondanks deze dramatische onthulling, voelt ze zich kalm en klaar om haar eigen kind ter wereld te brengen.
Deel één jeugd van Hanna De jonge Hanna is een intelligente en plichtsgetrouwe leerling op de Christelijke Nationale School, waar ze vriendschap sluit met Simon Puyman, een buurjongen die lijdt aan astma. Simon is een belangrijke figuur in haar jeugd, maar ook in haar latere leven. Hanna's eerste confrontatie met verlies komt wanneer haar buurmeisje Lea Pitlo overlijdt aan tuberculose, wat haar voor het eerst in aanraking brengt met het verdriet dat zo kenmerkend is voor haar levenspad.
Deel twee verhuizing naar de villa Op achttienjarige leeftijd verlaat Hanna het ouderlijk huis om als dienst- en kindermeisje te werken bij haar rijke oom Wijnand en zijn vrome vrouw in Villa Benevenuto. Deze periode is een overgangsfase voor Hanna; ze voelt zich eerst gelukkig, vooral door de uitstapjes met haar oom, maar uiteindelijk ontstaat er een breuk als ze onterecht wordt beschuldigd van diefstal. Hanna besluit de villa te verlaten en komt Simon opnieuw tegen. Het is op dit punt dat hun liefde, die al in hun jeugd begon, zich verder ontwikkelt.
Deel drie het leven in het veerhuis Hanna en Simon trouwen en kopen het veerhuis, dat erg vervallen is. Met veel moeite weten ze het op te knappen en proberen ze een nieuw leven op te bouwen. Het lijkt een periode van hoop en wederopbouw, maar deze hoop wordt snel overschaduwd door Simons toenemende religieuze obsessies. Simon valt ten prooi aan fanatieke geloofsovertuigingen, geïnspireerd door de zwarte colporteurs die hun geloof opdringen. Deze ontwikkeling veroorzaakt een diepe breuk in hun relatie, vooral nadat Hanna een miskraam krijgt.
Deel vier het verval van Simon Ondanks de geboorte van hun zoon Peter en later hun tweede zoon Erik, drijft Simons religieuze fanatisme hem steeds verder weg van zijn gezin. Hij sluit zich aan bij een groep sombere, zwartgeklede mannen die elke zondag lange godsdienstoefeningen in hun huis houden. Hanna probeert de vrede in huis te bewaren en schikt zich in zijn vreemde gedrag, maar ze ziet hoe Simon steeds meer in de ban raakt van zijn obsessieve geloof. De situatie verslechtert wanneer de provincie besluit om een brug te bouwen, waardoor het veer overbodig wordt. Dit raakt Simon hard, maar in plaats van actie te ondernemen, stort hij zich volledig op zijn geloof. De familie gaat gebukt onder schulden en verval.
Deel vijf het leven na Simons dood Na Simons dood komt Hanna erachter dat hij grote schulden heeft achtergelaten door zijn aankopen van honderden religieuze boeken. Hanna verkoopt een deel van hun land aan een zeilclub om de schulden te betalen, maar blijft verder in financiële moeilijkheden. Ondertussen raken de levens van hun zonen in tegengestelde richtingen: Peter is succesvol en leidt een respectabel leven, terwijl Erik steeds verder afglijdt en zichzelf verliest in drank en nachtleven. Later blijkt dat Erik aan travestie doet, iets wat Hanna zonder oordeel accepteert, waardoor hun band versterkt wordt.
Epiloog de onthulling van Marije De epiloog onthult dat de verteller van het verhaal Hanna's kleindochter Marije is, die in het veerhuis woont. Marije groeide op bij haar oma Hanna en haar oom Erik, nadat haar ouders, Peter en Lilian, zijn omgekomen bij een auto-ongeluk. In een dramatische wending aan het einde van het boek onthult Marije dat Erik niet alleen haar oom, maar ook haar natuurlijke vader is, het resultaat van een geheime relatie tussen Erik en Lilian. Marije is zwanger van Erik en voelt geen schok of afkeer van deze ontdekking, maar eerder een diepe innerlijke rust en een gevoel van verbondenheid met haar lot.
Herhaalde thema’s in Siebelinks werk Het is duidelijk dat Jan Siebelink in meerdere van zijn romans terugkeert naar bepaalde thema's en motieven zoals:
- Religieuze colporteurs Deze verkopers van religieuze boeken zijn een terugkerend symbool in Siebelinks werk. Ze vertegenwoordigen een verleidelijke, maar destructieve kracht die zich richt op kwetsbare personages zoals Simon. Hun aanwezigheid wijst vaak op de invloed van fanatisme en de verwoestende impact van religieuze obsessie.
- Obsessie met religie De vader(figuur) die zijn gezin verwaarloost door zijn religieuze obsessie is ook een centraal thema. In De overkant van de rivier zien we hoe Simon zich steeds verder verliest in zijn geloof, waardoor hij zijn verantwoordelijkheden jegens zijn familie uit het oog verliest. Dit is ook een belangrijk element in andere werken van Siebelink, zoals Knielen op een bed violen en de kwekerij waarin religie een bron van destructie en vervreemding wordt.
- Travestie De travestie van Erik, de zoon van Hanna, is ook een terugkerend motief in het werk van Siebelink zoals in Suezkade.
- Financiële moeilijkheden en de verkoop van eigendommen Het thema van financiële problemen, vaak door religieuze obsessies, en de noodzaak om grond of bezit te verkopen is een ander terugkerend element. In De overkant van de rivier moet Hanna een deel van haar land verkopen aan een zeilclub, net zoals in in de kwekerij een personage zijn eigendom verkoopt. Een vader/moeder die zich schaamt voor een uitkering. Een moeder die onzeker wordt door een conflict over een bouwwerk en de onbetrouwbare gemeente.
Inconsistenties in het verhaal - De stofzuiger Lijkt het onlogisch dat een gezin dat worstelt om 30 gulden te besteden aan religieuze boeken, in dezelfde periode een stofzuiger zou kunnen betalen, gezien de hoge kosten destijds (ongeveer 200 tot 250 gulden). Dit lijkt een detailfout, waarbij de economische realiteit van het gezin niet overeenkomt met de bezittingen die ze zich lijken te kunnen veroorloven.
- De telefoon Een andere inconsistentie is het gebruik van de telefoon. Aanvankelijk wordt vermeld dat Hanna belt, maar later in het verhaal wordt gezegd dat haar zoon Peter een telefoon voor haar heeft aangeschaft. In een tijd waarin telefoons op het platteland minder gebruikelijk waren, lijkt dit een fout in de chronologie en consistentie van het verhaal. Dit doet denken aan een fout in een ander werk van Siebelink, de historische roman Margaretha waarin een telegraaf in een te vroege periode werd genoemd.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Mooi verhaal, een bijzondere familie epos over meerdere generaties en decennia. Ik hou wel van de rustige, voortkabbelende schrijfstijl die de hoofdpersonen goed laat uitkomen en de veranderingen in de samenleving gedurende meerdere decennia goed beschrijven, zonder in al teveel details te treden.
Af en toe had ik moeite met de tijdsprongen in het verhaal, het was even wennen dat delen van het verhaal tussen hoofdstukken jaren van elkaar verwijderd waren, hoewel dat niet echt wegnam van het verhaal m.i.
Het enige punt die ik wel storend vond was dat het laatste deel van het verhaal zo verrassend en compleet uit de toon viel met de rest van het verhaal. Ik kreeg een beetje het gevoel dat het wat afgeraffeld was, dat er vrij abrupt een eind aan het verhaal moest komen om welke reden dan ook, waardoor de ontwikkelingen wat minder geloofwaardig overkwamen als de rest van het boek. Neemt niet weg dat ik het een prachtig boek vond!
Ik vond dit boek wel makkelijker te lezen dan knielen op een bed violen. Jan Siebelink kan gewoon heel mooi schrijven over landschap en natuur. Ook was het interessant om te lezen over de andere kant van het verhaal
Fascinerend, maar toch had ik het wat moeilijke met de combinatie van fanatiek geloof en fantasie door elkaar. Heb mij er een beetje door geworsteld, vooral naar het einde toe.
In het begin leest het al een trein, heel boeiend. Maar naarmate het verhaal vordert kreeg ik toch wat moeite met het boek oppakken. Het werd een beetje bizar vond ik, maar misschien ging het wel zo. Ben nu blij dat het uit is, zodat ik wat vrolijker lectuur kan pakken. Tóch geen spijt van!!