Geestige en vlotte verhalen die zich afspelen in het heden en verleden van Myanmar. De schrijver is al jaren nauw bevriend met een solitair levende monnik in de tempelvlakte van Bagan. Tijdens hun vele reizen door het land vertelt de monnik over de moorddadige avonturen van enkele Birmese koningen. Over hoe hijzelf al 10 jaar gegijzeld wordt in zijn kloostertje door twee geesten uit een vorig leven rond het jaar 1100. Samen gaan ze op zoek naar een tovenaar die mensen kan optillen door de kracht van zijn geest. Samen gaan ze onder de pagode van de monnik graven naar een schat. In een dertigtal verhalen krijgt de lezer en passant ook een diepgaand inzicht in het gedrag, het geloof en bijgeloof van de bevolking en van de 300.000 monniken in het land. Dat de bevolking eigenlijk niet Boeddhistisch maar Animistisch is. Dat 95% van de monniken nauwelijks mediteert maar gemakzuchtig leeft op de zak van de gewone mens. Dat de rechten van vrouwen in Myanmar al eeuwen groter zijn dan waar ook ter wereld. Dat er geen vaste banen zijn in Myanmar maar dat je gaat werken als je zin of honger hebt. Je vergaart een inzicht in alle aspecten van een samenleving die op het platteland nog net zo functioneert als 1000 jaar geleden. Kortom een lekker leesbaar en reuze interessant boek om te lezen als je meer wilt weten over wat zich onderhuids afspeelt in Myanmar.