- De zee is overal. Ook in Tilburg. - Dat snap ik niet helemaal, geloof ik. - Dat hoeft ook niet. Je moet er gewoon ingaan. Het verhaal en de zee.
Goudvissen en beton is Maartje Wortel op haar best: een oneindig verhaal, een duizelingwekkende ballade, een pamflettistische overpeinzing, een holistische keten. Dit verhaal is niet uit te leggen. Dat hoeft ook niet. Je moet er gewoon ingaan.
Maartje Wortel (1982) volgde de opleiding Beeld & Taal aan de Rietveld Academie in Amsterdam. In 2007 won ze de Write Now!-wedstrijd voor literair talent. Ze publiceerde verhalen in Passionate, De Brakke Hond en De Gids en schreef columns voor NRC Handelsblad. De verhalenbundel Dit is jouw huis is haar debuut. Ze won er de Anton Wachterprijs 2010 mee, en kreeg de Nieuw Proza Prijs Venlo 2010 voor het verhaal 'Kranten', dat in de bundel is opgenomen. Haar roman Half mens werd voor verscheidene prijzen genomineerd. In januari 2014 verscheen haar derde boek IJstijd.
Associatief en fragmentarisch verteld verhaal, dat veel vertellingen tegelijkertijd wil zijn en veel bravoure ten toon spreidt om uiteindelijk te eindigen in een langgerekte holle frase, maar waarover eigenlijk en vooral waarom? Ambitie die zichzelf ter plaatse vertrappelt, het is zeldzaam, maar kijk aan en verwonder u. Tilburg blijft zonder meer voorlopig van Dautzenberg en Kessels, zoveel is zeker. Dit ruikt net te veel naar opdracht. De tweede ster is trouwens voor de knappe illustraties van Janine Hendriks. De 'descent into limbo' van Kapoor (het mooiste zwarte gat ter wereld) is niet meer dan een zinnebeeldige 'scheet in een zielig dobberende fles'. Jammer. Volgende keer twee keer nadenken over zo'n 'writer in residence', waarde Maartje, zie je teleurgestelde voorgangers Annelies V. en Ilja Leonard P., toch niet van de minste. Een overbodige singel, maar we kijken uit naar het volgende Wortel-album.
Goudvissen en beton, een pareltje van de hand van Maartje Wortel. Over zijn, over verlies, over vinden, over Tilburg, over ouders, over verdriet. Zeer mooi geschreven, beeldende zinnen, rakende zinnen en geen woord of letter te veel. En prachtige illustraties!!! Te lezen en herlezen!
'Aanraken kan op zoveel verschillende manieren. Misschien is de dood de laatste en tederste aanraking. Vergeleken daarbij zijn mensenhanden grapjes. Mijn moeder is ergens geweest waar ik nog naartoe moet. En zo hoort het ook te gaan, met moeders.'
Geen sterren, want ik vind het te ongrijpbaar om een oordeel aan te hangen, soms heb ik gewoon gelijk een oordeel maar vaker niet, en gelukkig hoef ik dat ook niet, want ik ben geen recensent. Het is ook meer een kort verhaal dan een boek en dan voel ik me schuldig tegenover andere boeken als ik het 4 of 5 sterren zou geven maar schuldig tegenover Goudvissen en beton als ik het 3 sterren zou geven dus maak daarvan wat je wil
Goudvissen en beton is voor mij een fijne kennismaking met Maartje Wortel. Haar creatieve taalgebruik spreekt me enorm aan. Het verhaal raakt en het is alsof de auteur letterlijk tegen je spreekt. Ik ben heel benieuwd om meer te lezen van Wortel. Ook fijn aan dit kleine boekje zijn de prachtige illustraties van Janine Hendriks. Op deze manier heb je echt een klein juweeltje in handen. Een uitgebreide recensie volgt.
“Ik zag een dekbed voor me waaruit net een warm lichaam is opgestaan. Dat het niet om het lichaam gaat, maar om het dekbed dat opengeslagen achterblijft, de warmte en de vorm die iemand achterlaat.” (p. 12)
Zoals de achterflap terecht vermeldt: dit verhaaltje is niet uit te leggen, maar dat hoeft niet. Een poëtische beschouwing over haar vader en moeder, over een (t)huis, over Tilburg. Eerder een lang uitgesponnen gedicht met mooie passages dan een verhaal. Een genietbaar tussendoortje.
Eigenaardig eigenzinnig. Ik onderstreepte bijna het hele boekje. Van een poëtische waarde vond ik het. Ik deel net deze ene met jullie omdat hij me met verstomming heeft geslagen: "Je moet weten dat mijn vader een holist is. Ik heb lang gedacht dat een holist iemand is die in leegte gelooft, in uitholling, een holte, de ruimte tussen gebouwen, vingers, tussen jezelf en de ander. Ik zag een dekbed voor me waaruit net een warm lichaam is opgestaan. Dat het niet om het lichaam gaat, maar om het dekbed dat opengeslagen achterblijft, de warmte en de vorm die iemand achterlaat. Dat bleek mijn eigen geloof." Wonderschoon. Zeker voor iemand die werkt vanuit holistisch perspectief. En dat voor zo'n klein boekske...
P.S. Ik heb principiële bezwaren tegen boeken die van zichzelf verklaren dat ze "niet te begrijpen, alleen te ervaren" zijn. Bollocks. Die twee sluiten elkaar niet uit.
Erg mooi lang kortverhaal dat leest als een kunstwerk. Mooie illustraties van Janine Hendriks. Met zinnen als: “Ik heb een goudvis op het beton gelegd bij de spoorzone. Zo’n kleine oranje, levende vis op de grauwe harde grond. Ik hou van beton. Het heeft één duidelijke eigenschap en dat is: beton.”
? Na Het verdriet van anderen gelezen te hebben, bij mijn bieb gekeken wat ze van Maartje Wortel hadden en zo dit leuke boekje gereserveerd dat toevallig ook een blauwe cover heeft: de boekenwurm challenge van januari 2025 ;-) 🤔Leuk kort boekje met een beeldende, filosofische en soms grappige schrijfstijl die mij aansprak. => Ik ben van plan Camping te gaan lezen als ik hem kan reserveren bij mijn bieb. Bij Eus afgelopen november was Maartje te gast en ging het over dit boek. MW14/1/25
Gelezen tijdens de consumptie van een kop koffie in een café in Den Bosch, blij om weer terug te keren naar m’n geboortestad Tilburg. Mooie schrijfstijl!!!! Een boekje waarvan ik zou willen dat ik het had geschreven en geïllustreerd.
An interesting short-story where the theme of infinity is central represented by holes and circles. Quote: "The end is a full stop, a period. It's always just a full stop. But if you look carefully, that full stop is an opening, a little hole you can go through. Behind it, a beginning that takes much longer is waiting for you".
I liked the tone and hope to find more by the author.
“Un relato sin principio ni final. Una balada deslumbrante, una cadena infinita. Una historia que no puedes explicar, pero tampoco tienes por qué hacerlo. Solo sumérgete en ella y deja que te guíe hasta el mar” (contraportada)
La precisión y profundidad de cada palabra te conmueven. Un relato escrito sin tapujos, puro sentimiento. Mediante la narración de su recorrido vital y, la metaforización del mismo, consigue removerte las entrañas. Me ha maravillado.
“Es precisamente todo lo demás, la realidad cotidiana, lo que más se parece a un trauma” (p.39)
Ik vond dit een prachtig boekje. De stijl van Maartje Wortel is poëtisch, beeldend en vooral aandoenlijk. Haar fragmentarisch schrijven spreekt me aan, zonder te ingewikkeld of pretentieus te zijn. Eigenlijk is het heel simpel, wat het zo mooi maakt. Het eerste boek dat ik volledig in het Nederlands las en het was zeker de juiste keuze.
Tilburg had al een stadsstrand, maar na Maartje Wortels bezoek als 'writer in residence' heeft Tilburg ook een zee. En die zee, daar moet je gewoon in meegaan. Niet denken: “er is geen zee in Tilburg,” neen, gewoon erin gaan. Zo ook in Maartjes nieuwe verhaal, gewoon erin gaan. Laat je maar overgolven. Door de zee. Door Maartjes verhaal.
Want wat doet ze eigenlijk in dit boekje? Maartje werkt een gedachte uit, ze mijmert wat, of eigenlijk; ze filosofeert. Over de liefde. En het begint allemaal bij haar vader, want die reed naar Tilburg én hij is holist. Simpel gezegd: volgens hem is alles verbonden in een kettingreactie waarbij een “vlinderslag in Brazilië een tornado in Texas kan veroorzaken.” Maar bij Maartje leidt het holistische tot iets veel mooiers: een dekbed waaruit net een warm lichaam is opgestaan. Die nog warme holte die dan achterblijft, dat is liefde. Op dit beeld drijft ‘Goudvissen en beton’ en zo wordt het verhaal een parallel aan het leven: een (epische) zoektocht naar de liefde.
Maartje Wortel vertelt een fijn, klein verhaal. En de bekende en minder bekende Tilburgse hotspots als de spoorzone, de nieuwlandstraat en het Wilhelminapark figureren wel, maar eigenlijk is Tilburg maar toevallig, die blauwe peugeot had ook naar Groningen kunnen rijden. Maar dat is niet erg, zolang we maar weten dat we de goudvis terugvinden op het Tilburgse beton.
'Goudvissen en Beton' is een heel bijzonder boekje. Het telt slechts 59 pagina's, waarvan een aantal puur uit illustratie bestaat. Zeer fijne illustraties ook, van de hand van Janine Hendriks.
Het is poëtische literatuur zoals je dat zelden tegenkomt. Het werk voelt zeer associatief aan, fragmentarisch en abstract, terwijl het wel de aandacht weet vast te houden en in zekere zin een coherent verhaal vertelt. Het is een vertelkunst die erg verschilt van het gros van de moderne Nederlandse literatuur. Die is vaak directer, rechtlijniger, concreter. Dit is typische 'Linkse hobby'-literatuur in de beste zin van het woord; literatuur die aangevallen wordt met termen als vaag, pretentieus, elitair en aanstellerig, maar zelf zou ik die woorden graag vervangen voor mysterieus, ambitieus, kunstzinnig en mooi. En dat allemaal in een kleine zestig pagina's. Erg knap.
Prachtig. Hier zou ik graag in willen blijven. Eindelijk eens weer eens iets wat vanuit een ik-persoon niet over de ik-persoon gaat maar juist over anderen. Heb het idee dat in Goudvissen en beton het antwoord op het leven staat op één of andere manier. Fascinerend. We hebben meer boekjes zoals dit nodig, die vooral om rake metaforen en liefde draaien.
"Je zei: 'Er is een gat / geverfd op de grond / waar je alles in zou willen laten vallen / wat blijft liggen.' Ik snapte niet wat deze zinnen betekenden en ik snapte ze tegelijkertijd meteen."
Meer gedicht dan verhaal, kort van stof maar groot in thematiek. Maartje Wortel schrijft geweldig, eigenlijk is ieder woord in iedere zin op z’n plaats, en is iedere zin op iedere pagina raak. Over liefde en dus verlies, om ademloos te lezen en herlezen.
“Nu we er toch zijn. Wat zullen we zeggen? Misschien dit: als je astronauten vraagt waarom ze de ruimte in willen zou je een lang en ingewikkeld antwoord verwachten, maar ze zeggen meestal: ‘Omdat het kan.’ We doen dingen omdat het kan. Als je mij vraagt waarom ik met jou rond wil rijden, de auto stil wil zetten om in een leeg weiland naar de maan te kijken, zeg ik: ‘Omdat we leven.’ We zijn hier terechtgekomen doordat we ooit in een kleine blauwe auto stapten. Dus daar staan we. We kijken door de voorruit. Ik heb de motor uitgezet. We weten niet wat er komen gaat, maar we zijn er, we bestaan, we bewegen.” Pg. 57-59
Perfect zondagochtend-boek om aan te beginnen en meteen uit te lezen ,,,,,,,,,
Sommige stukken zijn prachtig poëtisch, en sommige stukken zijn literair-pretentieus. Het verhaal is af, maar toch niet, er hangen eindjes aan die ik moeilijk kan loslaten. Ik heb zeker gelachen en een kleine traan gelaten, maar me soms ook geërgerd aan het niveau van abstracte taal. Misschien is dat wat je krijgt als je poëtisch proza in een klein boekje schrijft. Ik kon het taalgebruik van Maartje Wortel vaak ook juist wel waarderen, en wil nu eigenlijk wel een roman van haar gaan lezen. Liefst aan de zee, natuurlijk.
Beautifully written, a short story about the infinite possibilities of life itself and how it is a never ending story
“I want to reach out my arms and know that what I'm measuring, but especially that what I'm not measuring, is equal to the way the world works. That the space between my arms is a place the world fits into.”