Een interessant gegeven: een komeet schampt de aarde, en neemt een klein stukje van de aarde, inclusief wat dampkring en een paar mensen mee op een ruimtereis door het heelal. Jules Verne gebruikte dit soort verhalen echter vaak om zijn lezers bij te leren over de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen. In dit boek leidt dat tot lange, taaie verhandelingen over laat 19e eeuwse en inmiddels achterhaalde opvattingen over kosmologie. Dat maakt het boek tot een traag en saai verhaal. Dat geldt vooral voor dit eerste deel van het tweeluik: De Vulkaanbewoners. De titel is ontleend aan het feit dat de komeet met Hektor Servadac en zijn lotenoten zich steeds verder van de zon af beweegt, zodat de temperatuur op de komeet zakt tot het absolute nulpunt: in de tijd van Jules Verne was dat berekend op -60°C. Tegenwoordig weten we dat dit zo'n 200 °C kouder is. De komeetbewoners ontsnappen aan de kou door bij een vulkaan te schuilen.
Eén ster omdat het een saai verhaal is, een extra ster omdat de setting origineel is.