Hoe een val je leven ondersteboven kan gooien Je leidt een dynamisch leven en opeens ben je tot niets meer in staat. Dit overkomt Paulien Bom, die aan een val een aantal hardnekkige beperkingen overhoudt. Aanvankelijk voelt ze zich overweldigd door een totaalpakket aan klachten en weet ze niet wat ze zelf kan doen om beter te worden. Thuiszitten verlamt, sterke kanten blijken opeens valkuilen en haar zelfvertrouwen lijkt met de val ten onder te zijn gegaan. Met het verstrijken van de tijd gaat ze zich steeds meer afvragen waarom ze de grip op zichzelf is kwijtgeraakt. Ze reflecteert over kwetsbaarheid, tijd, hoop en de schijnzekerheid van een diagnose. Ze herdefinieert de waarde van geluk, ontdekt de negatieve effecten van dus-denken en vergelijkt zichzelf soms met een geit aan een touw. Een aangrijpend verhaal over het omgaan met tegenslag, vol humor en relativeringsvermogen en op momenten adebenemend eerlijk.
Ik zou bijna 5 sterren geven, maar dat is niet objectief. Niets is nog objectief tegenwoordig. Klachten niet, ervaringen niet, gevoelens niet. Ik moet het doen met wat ik voel. En dat is niet altijd wat je wil voelen, zo beschrijft ook Paulien Bom. Vijf sterren voor de subjectiviteit dus, omdat ze openhartig schrijft over wat wáár is, als je voelt wat zij voelt. Vier sterren lijken me realistisch, als je niet doormaakt waar ze over schrijft. Ik heb veel aan het boek gehad. Ik heb het 'op de kop getikt' nadat ik 'op de kop getikt' was. Metaforen over zwemratjes, kerkklokteksten, geiten aan touwen en stijfsel vs. wasverzachter hebben me op luchtige wijze door de harde realiteit geloodst. Ik geef Paulien gelijk wanneer ze iemand citeert die zegt: "Waar je struikelt (lees: van je fiets dondert) liggen de grootste geschenken." De belangrijkste concrete tip die ik onthoud is gerelateerd aan de boeken die Paulien Bom schreef over kinderen opvoeden en grenzen. Net als bij een kind is het bij je eigen lijf 'opvoeden' belangrijk het tijdig te begrenzen. Niet alleen om contrastervaringen te bieden, maar ook om het te verplichten te rusten. Aangezien ik enkel een aan- of een uitknop heb (dewelke meestal aan staat) voel ik me hierdoor sterk aangesproken. Hoe kan ik mijn enthousiaste, altijd bezige, hyperactieve lijf in handen nemen, bakeren, begrenzen en bijna verplicht tot rust brengen, zonder het - zoals de metafoor van O. Sacks het zegt - tot een gehospitaliseerd lijf te maken. Boeiende overpeinzingen. Ik zou zo opnieuw kunnen beginnen, ware het niet dat mijn aandachtsspanne al een volgend boek heeft geviseerd.