Βλέποντας πώς κατάντησαν οι γονείς του το γάμο τους, ο Βιεννέζος φοιτητής της φιλοσοφικής σχολής Μάρεκ βαν ντερ Γιαχτ αναζητεί έναν έρωτα «ο οποίος δεν οδηγεί στην ευτυχία, αλλά εντούτοις αξίζει τον κόπο». Στη μάταιη αναζήτηση του ιδανικού αυτού έρωτα, και αφού συνειδητοποιήσει ότι ανάμεσα στα σκέλια του δεν βρίσκεται παρά ένα «ψαροκόκαλο στο μέγεθος ενός δαχτύλου του ποδιού», ο Μάρεκ θα γνωρίσει μια κουτσή ακορντεονίστρια που θα αλλάξει τα πάντα στη ζωή του.
Το μυθιστόρημα αυτό όχι μόνο αποτέλεσε μια από τις μεγαλύτερες εμπορικές επιτυχίες της ολλανδικής λογοτεχνίας, αλλά και ένα από τα μεγαλύτερα λογοτεχνικά «σκάνδαλα» των τελευταίων χρόνων. O άγνωστος συγγραφέας, αφού κέρδισε τα περισσότερα λογοτεχνικά βραβεία της πατρίδας του, αποδείχθηκε ότι ήταν ο διάσημος στη χώρα του Άρνον Γκρούνμπεργκ, που είχε στήσει μια ολόκληρη πλεκτάνη – η σκηνοθεσία περιλάμβανε ένα ψεύτικο βιογραφικό, ενώ το «αυτοβιογραφικό» εξώφυλλο του βιβλίου απεικόνιζε τον μεγάλο Πορτογάλο ποιητή Πεσσόα. O Γκρούνμπεργκ δήλωσε ότι θα συνεχίσει να γράφει και ως Βαν ντερ Γιαχτ – άλλωστε το alter ego του πουλάει περισσότερα από τον ίδιο.
Sonu kelliğe dönüşen kendini, aşkı bulma çabaları içeren sancılı ve çarpıcı bir büyüme öyküsü. Her biri birbirinden sorunlu bir aile içinde olunca daha da sıkıntılı oluyor haliyle, kahraman açısından zor olsa da okuyanı yer yer güldürmeyi başarıyor. Kahramana kendi adını veren yazar meğerse "Tirza"nın da yazarı Arnon Grunberg imiş. Takma ad kullanmayın kardeşim, niye yanıltıyorsunuz okuru :) Alef'in bastığı kitaplarda hiç yanılmadım, bu da öyle, kesinlikle okunası...
Blue Mondays and The Story of My Baldness are both winners of the same first novel award, and both written by Arnon Grunberg. Along with David's raving albeit depressing review for Blue Mondays it's this fact that made me want to read these two novels. I like the idea that someone was able to fool an award committee into giving him the same award twice, an award that by its nature can only be awarded once.
I meant at one point last night to ask David to explain why he loved Blue Mondays as much as he did, but I forgot. Maybe the same reason that he finds Brown Bunny to be a beautiful love story he loves this book. Personally out of the two novels I enjoyed The Story of My Baldness a bit more.
When I was in my early twenties, I probably would have enjoyed Blue Mondays more. I think it if had come across it during my Bukowski period I would have loved it. Not that it is much like Bukowski stylistically, instead they both have that same 'fuck you, I'm not going to compromise even if I am an utter failure as a result' feeling. Do both even romanticize that stance? Both, the Bukowski oeuvre and Blue Mondays both have quite a bit of sex in them with some very undesirable partners.
Maybe in my early twenties the appeal of living a fucked up life was stronger, or with the invincibility of youth felt that everything awful would be eventually overcome and be the material to turn into something uncompromising and great. Maybe as a coming-of-age novel, Blue Mondays would have held something out that I would have been more drawn to then.
Instead as a coming-of-age novel Blue Mondays has no relevance to me. Not that our coming-of-age entertainments should be personally relateable, I mean how many of us went from being high-school losers to popular winners because of one wild and wacky prom night, or by one magical summer somewhere or whatever other contrived romances are thought up sold and consumed from various cellulose based products?
The Story of My Baldness is another view of the coming-of-age novel.
I forgot to mention earlier that Grunberg doesn't write positive coming of age novels. Blue Mondays cinematic equivalent would be the geeky kid who doesn't become cool by winning the cheerleaders heart, but instead says fuck the cheerleader, and realizes that for fifty bucks he can get some skanky toothless trailer park wench to blow him in the truck stop bathroom up near exit 16 of the Thruway. Not exactly an ugly duckling into beautiful swan story.
Anyway, back to the penultimate paragraph. This book is like an anti coming of age novel, the one where sex isn't the great opener of the adult world where childish things go to the past, but it's there as some unsurmountable void, where there is nothing sublime and transcendent, or even ugly and Bukowski-esque, but rather it's the source of even more problems, in the epistemological kind of vein. ---Because isn't it possible that all of these coming-of-age stories are really an epistemological coming into being of an adult viewpoint of sex in its thingness as it relates to the object of the self and as an a priori ontology of the dynamics between the two sets of objects that some would call intersubjective(?), and what we can adulthood is really the reductionist view of our humanness be it through a proto-Freudian montage of psycho-babble or even through the anti-epistemology rules prescribed by Mystery and his cohorts of Game playing missionaries of this particular view point that has earned the euphemistic title of coming-of-age? ----
Does the bullshit immediately above some kind meaning in this review?
The Story of My Baldness is kind of like an extended joke about the narrators baldness and his failure to 'come of age'. The narrator is telling this story after the events took place and is now hiding safely from any attempts to 'come of age' by being a philosophy student (or the writer of paraphrases of paraphrases of the Great Philosophers, which is to say a Nietzschean take on the role of the philosophical scholar a couple of generations past Nietzsche's own generation). Needless to say the general eschewing of interpersonal relationships and the submersion into bullshit academic work instead of trying to get on with the real world has a slightly more personal appeal to me than a story about sleeping with lots of whores, an activity I must shamefully admit to having never engaged in even in the singular.
Once again I have failed in writing a coherent review and instead just rambled till I grew tired of typing anymore.
,,Obsesia respinge lumea, realitatea, oamenii, pana cand nu mai ramane decat un mic detaliu care este marit apoi de o mie, poate de zece mii de ori, iar acest mic detaliu iti invadeaza capul intr-un Blitzkrieg si-l umple pana cand lumea intreaga nu mai contine nimic altceva decat acest mic detaliu."
“Als ieder mens een boek was, dan was papa een gebruiksaanwijzing van minstens zeven delen.”
Tijdens onze vakantie was dit het eerste boek dat ik las. Ik wilde op zeker gaan. En meestal is Grunberg zo’n zekerheid voor mij. En hij stelde mij niet teleur. Dit boek verscheen in 2000 onder pseudoniem van Marek van der Jagt. Grunberg had zich echter de moeite kunnen besparen. Dit boek is zo Grunbergiaans dat elke recensent (recensies van al zijn boeken staan op zijn website, heel handig) zijn naam al noemde destijds.
Marek, de hoofdpersoon en ik-verteller, beschrijft vooral zijn zoektocht naar de amour fou. In de Duitse vertaling is Amour fou dan ook de titel. De familie van der Jagt woont in Wenen en is puissant rijk. Een heerlijk decor met een excentrieke moeder:
“Mama was een vrouw die soms vergat dat ze kinderen had, maar als je daarmee rekening hield was ze een hele goede moeder.”
Absurd. Hilarisch. Ook afstandelijk: Grunberg weet mij nooit emotioneel te raken. Maar hij is wel een van de weinige schrijvers die mij hardop kan laten lachen.
“Papa had een hekel aan mama’s gedachten over reïncarnatie. Hij zei weleens: ‘Jullie moeder hoort thuis in de middeleeuwen.’”
Uno de los relatos más introspectivos y lleno de los contradictorios sentimientos humanos que he leído en mucho tiempo. La mente del protagonista merece una mención honorífica y la narrativa rebuscada y poco simplista es un deleite por la manera en que las oraciones juegan con los sentimientos del lector: uno puede comenzar a leer algo y sentirse identificado para después empezar a deprimirse. Simplemente maravilloso.
Schliersee bestaat echt, mocht je het je afvragen. En meer, als je naar het 6.959 zielen tellende (31 december 2020) Beierse stadje googlet krijg je bijna meteen niet 1, niet 2, niet 10, maar wel 20 mooiste wandelroutes rond Schliersee voorgeschoteld. Deze informatie heeft ongeveer evenveel met de roman “De geschiedenis van mijn kaalheid” van Marek van der Jagt te maken als de kaalheid in de titel en is ongeveer even belangrijk. Marek van der Jagt is het pseudoniem wiens pen Arnon Grunberg in vijf van zijn ruim tachtig boeken hanteerde en “De geschiedenis van mijn kaalheid” uit 2000 is het eerste. Ruim tachtig boeken? Wat een oeuvre! Dat is een beetje wat de jury van de P.C. Hooftprijs ook gedacht moet hebben toen ze dit jaar bijeen kwamen om een winnaar voor het jaar 2022 te kiezen. Gek eigenlijk, de P.C. Hooftprijs van een bepaald jaar win je al voordat dat jaar begonnen is. Je kunt er maar beter als de kippen bij zijn, moeten de grondleggers van deze begeerde Nederlandse literatuurprijs gedacht hebben. Grunberg de P.C. Hooftprijs dus, wat me een zetje in de rug gaf om weer eens een titel van hem uit de bieb mee te grissen. Ik had tot nu toe slechts één Grunberg op mijn conto staan, dus ik voelde me verplicht. Die ene Grunberg die ik ooit gelezen had was “Fantoompijn”. Dan moet je als je tweede Grunberg niet “De geschiedenis van mijn kaalheid” kiezen. De boeken kwamen immers beiden in 2000 van de persen rollen, en de stijl is (te) herkenbaar. Maar op zich was de ophef rond de onbekende Van der Jagt en de geruchtenstroom rondom de debutant een mooie stunt.
Arnold Grunberg toont zich in “De geschiedenis van mijn kaalheid” een meester in het, in enkele zinnen karakteriseren van een personage. Maar desondanks lukte het geen enkele van de hoofd- en bijrolspelers om een diepe indruk bij me achter te laten. En er komen wat hoofd- en bijrolspelers voorbij, hoor: Marek die zijn eigen hoofdrol speelt, zijn ouders, zijn broers, de Dancing Queens uit Luxemburg, de bibliotheekbezoekster en haar moeder, de bloemist, en wie al niet meer. Geen van allen blinkt uit in sympathie, ieder leeft vooral in zijn of haar eigen wereldje en niemand toont enige interesse voor de medemens, ook al zijn sommigen van die medemensen nog zo naast. Grunberg geeft zijn personen weinig diepgang, waarschijnlijk om de eenvoudige reden dat ze echt elke vorm van diepgang missen. Mensen met een geringe diepgang praten over het algemeen veel, maar zeggen, ook al over het algemeen - pas op voor lange tenen - weinig. En zo vul je, schijnbaar eenvoudig (maar dat is niet zo), een roman.
“De geschiedenis van mijn kaalheid” – Arnold Grunberg (Marek van der Jagt) (2000). ●●●○○ (3/5)
Second Grunberg and same experience as the first one (Blue Mondays): what a sad world, even though the young Marek moves through rather wealthy circles in Vienna (not coincidentally with the same type of neurotic women as Freud got on his couch?). Again a sketch of an adolescent boy with a very negative self-image that discovers the world, of course obsessed by sex. The baldness of the title seems to stand for "scant". Grunberg can certainly write; perhaps he even can be situated at international level. But his poor worldview, his clinical style and his scant message: not my cup of tea!
Beim Erscheinen sorgte dieser Roman in Holland für etwas Furore, vor allem, weil man den Autor Marek von der Jagt nicht kannte, er aber im Jahr 2000 den niederländischen Anton-Wachter-Preis für das beste Debüt erhielt und den Preis und das Preisgeld nie abholte. 2002 wurde das Geheimnis gelüftet und man wusste, es war das Pseudonym ARNON GRÜNBERGs. Mittlerweile ist der Roman auf Deutsch im Diogenes Verlag und unter seinem richtigen Namen verlegt… Ich wollte schon immer mal etwas von Grünberg lesen, der Klappentext von „Amour Fou“ macht neugierig und ziemlich schnell wird mir beim Lesen klar, stilistisch mag ich das sehr, es hat Humor und stellenweise einen rabenschwarzen Witz der mir gefällt und doch bleibe ich nicht dran, verliere immer wieder die Lust weiterzulesen oder habe Schwierigkeiten mit dem Wiedereinstieg, dabei ist dieser Roman eher unkompliziert und sprachlich nicht sonderlich literarisch. Ich weiss nicht, woran es liegt… Ich bin hin- und hergerissen von diesem Text, der mich stellenweise köstlich amüsiert, dann wieder an belangloses Geplapper erinnert oder mich schlichtweg langweilt. Gelesen habe ich ihn letztendlich doch mit Genuss, auch weil alle Protagonisten total überzeichnet sind. Ich mag das. Sämtliche Charaktere in dieser grossbürgerlichen Wiener Familie sind sehr exzentrisch, dabei hätte diese Mutter, diese Femme Fatale, die sich offensichtlich durch die ganze Wiener Gesellschaft vögelt, ausgereicht. Neben ihr kann Marek nur komplexbeladen sein junges Leben leben, sich auf das grosse Thema einer „Amour Fou“ fixieren. Der Roman bietet einiges, angefangen bei den Absurditäten des banalen Alltags, bis hin zu obsessiven Gedanken, wenn es um die Penislänge geht, um die sich im Grunde genommen für Marek dann alles dreht. Ich finde den Roman originell und witzig, habe aber am Ende doch festgestellt, dass die anfängliche Begeisterung sich nach dem letzten Satz schnell verflüchtigt. Ich kann nicht sagen, warum dieses leicht fade Gefühl zurück bleibt. Schade eigentlich.
“Nog steeds zie ik een bepaalde mate van naïviteit als een deugd, cynisme is het wapen van de verslagenen.”
Heel erg Grunberg met een moeilijke moeder en vader verhouding en een naïef en lichtelijk absurd hoofdpersoon die Marek van der Jagt heet. Het plot is vrij los maar de rode draad is het verhaal van een moeder die psychisch instort ondanks haar vele minnaars. Natuurlijk gaat ook het hoofdpersoon zelf gebukt onder lichamelijke problemen van beneden, waarvoor hij een psycholoog en cosmetisch chirurg bezoekt. Bizarre en vervreemdende gebeurtenissen passeren de revue tijdens nachtclub bezoeken, de bijles aan een zwaar geestelijk gehandicapte, meetings met Luxemburgse meisjes en een huisbezoek aan een dame uit de bibliotheek. Eerlijk gezegd is er in het hele boek geen normaal mens te bekennen, wat mij als lezer uiteindelijk een beetje murw en onthecht gevoel ten aanzien van de karakters gaf.
De uiteindelijke ontknoping voelde voor mij als een anticlimax aan en vanaf de hele scene met de Luxemburgse meisjes vond ik het tempo van het boek vreemd en raakte ik de verhaallijn kwijt.
Desondanks sprankelend en een tikje vilein, vol oneliners, waarin soms perfect de kern van de karakters wordt gevangen:
“Papa was dol op wintersport. Als geluk bestond, iets waaraan hij ten zeerste twijfelde, maar als het bestond dan was het voor hem synoniem met het steeds sneller afdalen van een besneeuwde helling.”
“Al bij de eerste ontmoeting kwelt mij de gedachte de ander teleur te zullen stellen. Een kwelling die van dien aard is dat het meestal bij eerste ontmoetingen blijft.”
“Misschien zou ze zelfs van me hebben gehouden, een kort verloren moment. Mama was royaal met geld, maar des te gieriger met liefde.”
“Zo één keer per maand sloeg hij ons. Niet omdat we iets stouts hadden gedaan, of omdat hij dronken was, alleen, zo zei hij, om ons voor te bereiden op het pak rammel dat het leven ons zou verkopen.”
“Zoals sommige mensen tegen een muur tennissen, zo voerde Eleonore gesprekken met een muur. Echte reactie was niet nodig, de weerkaatsing van haar eigen woorden was haar ruim voldoende.”
“Als haar leven een neerstortend vliegtuig was, dan deed het er wel verdomd lang over om de grond te bereiken”
“... en ik keek naar Pavel die zelden gelukkig was omdat de angst niet de beste te zullen zijn of te zullen blijven, hem het uitzicht ontnam op bijna iedere vorm van geluk”
“Als leven een baan is, wilde ik ontslag nemen”
“Hij was zo idealistisch dat hij een zelfmoordenaar nog zou aanmoedigen door te gaan met snijden”
“Verder dan gematigd onverwacht moet men niet gaan”
“Misschien had mama gelijk, misschien staat geluk op gespannen voet met het heden”
"Amour Fou" was my first book from this author and I liked something about the writing. But the novel as a whole didn't quite enchant me. I found it very boring, absolutely not funny and not revealing anything. I do understand the conflict and where the comic parts should be seen, but as for me - it just didn't work out. I ended up getting more and more frustrated about the emptiness of what I was reading, so I didn't finish it.
"İnsan kendine başkalarının gözünden bakabilseydi diye düşündüm, kendisinin evrenin uzak bir köşesinde, depremlerin viraneye çevirdiği, hiç tamir yüzü görmemiş, mimarların ve müteahitlerin terk ettiği, önünden gelip geçenlerin başlarını sallayıp, "Böyle bir yerde nasıl yaşanır?" dediği bir binada yaşamış olduğunu görürdü"
Of ze alsjeblieft even normaal kunnen doen, gebiedt vader herhaaldelijk aan de eettafel. De amour fou van de achterflap is me minder bijgebleven dan de gekmakende invloed van een gekke ouder.
"Oh, we kunnen boeken volschrijven over geestelijke waarden en normen, wij kunnen ons een leven lang met niets anders bezighouden, maar de geestelijke waarden en normen lopen op krukken en met orthopedisch schoeisel aan hun kreupele voeten achter de cosmetische buitenkant aan."
Wat een toeval dat ik dit gelezen heb na Camus' werk over het absurdisme. Hoofdpersoon Marek is in feite ook een absurd persoon, in het licht dat hij de hoop (de 'amour fou' die hij als iets transcedentaals beschouwt en ooit in zijn leven wil ervaren) opgeeft na de ontdekking van de nietigheid van zijn geslachtsdeel. Dit volgt in een soort totale vrijwaring, de opgave van grote doelen en resulteert uiteindelijk zelfs in Ik trek wat kromme parallellen, maar een verbinding is er zeker.
Van Der Jagt (dus eigenlijk Grunberg) schrijft vlot en heeft gevoel voor one-liners. Die vlotheid maakt het een mooi tussendoor-boek, ik had het in een dag of drie uit. Dit resulteert wat mij betreft wel in een soort gebrek aan 'gewicht', maar je zou kunnen beargumenteren dat dit nu juist in het voordeel werkt bij het schrijven van een absurdistische hoofdpersoon, die maar een beetje in de maalstroom meegaat.
De vlotheid en schrijfstijl zorgden er toch wat voor dat het boek geen diepe indruk achtergelaten heeft. Daar droegen de redelijk 'platte' en ietwat karikaturale personages nu ook niet echt aan bij; het is redelijk makkelijk om de meeste personages in één of twee woorden te vatten (Vader is 'stil', Pavel heeft een 'grote piemel'), met uitzondering van de moeder en Marek zelf (waar trouwens een interessante hint van een Oedipus-complex te bespeuren is. Niet per se in verliefdheid, maar in het gegeven dat de 'amour fou' die Marek zo najaagt, bij zijn moeder aan de orde van de dag is). De dynamiek tussen die twee was dan ook het interessantste motief van dit boek.
Excuses voor de rommelige review, ik heb m'n gedachten hierover nog niet 100% op een rijtje.
A De geschiedenis van mijn kaalheid – Marek van der Jagt.
B Ik ben vroeg kaal geworden. Dat het niet lang op zich zou laten wachten heeft er altijd al ingezeten, maar dat het zo vroeg zou gebeuren kwam toch als een verrassing. Dit is de geschiedenis van mijn kaalheid, en ik ben niet van plan hierna ooit nog één woord op papier te zetten. Sommige schrijvers hebben maar één boek in zich en die schrijven dan over een oorlog, een gruwelijke ziekte, een verdwenen dochter die na vier jaar in een waterput wordt teruggevonden. De geschiedenis van mijn kaalheid steekt daar povertjes bij af, maar ook kleine geschiedenissen kunnen belangrijk zijn.
Het eerste deel zet je direct op een verkeerd spoor. Het zorgt ervoor dat je de rest van het boek over het verkeerde spoor blijft rijden en je de wissel mist die leidt naar het goede spoor en verraadt waar het boek nu precies om draait. Pas richting het einde maakt het spoor, het verkeerde spoor, een vreemde, scherpe bocht en dan zit je plotseling wel op het spoor dat het juiste is.
Het eerste deel wekt de illusie dat het boek draait om de kaalheid, maar die kaalheid moet je, zo blijkt richting het einde, eerder figuurlijk dan letterlijk nemen. Ook maakt de schrijver duidelijk dat die geschiedenis waar dit boek om draait niet te vergelijken is met de grote problemen waar veel boeken om draaien. Achterafgezien een uitstekende keuze van de schrijver. Hierdoor lijkt immers de focus te liggen op het kleine probleem dat de hoofdpersoon is tegengekomen tijdens zijn zoektocht naar de amour fou.
In de tweede alinea begint de schrijver direct over zijn moeder te vertellen. Ik heb dat opgevat als een introductie van de diverse personages die naast het hoofdpersonage een rol hebben binnen het verhaal. Nu ik het overlees valt mij op dat tijdens de introductie van deze personages keer op keer zijn moeder opnieuw wordt genoemd: hoe denkt zij over iets? Hoe zou zij reageren op een dergelijke situatie? Hij vergelijkt zijn moeder met Eleonore, de nieuwe vrouw van zijn vader nadat zijn moeder gestorven is.
Wat mij nu opvalt, is de opmerking van zijn vader: ‘De beste huwelijken zijn verstandshuwelijken.’ Deze uitspraak gaat over Eleonore, maar gezien het feit dat het een idee is die waarschijnlijk altijd al bij Mareks vader paste, zal deze uitspraak ook over Mareks moeder gaan. Het wijst er op dat het huwelijk tussen Mareks ouders ook een verstandshuwelijk is geweest. Een zin later wordt genoemd dat de moeder van Marek veel minnaars heeft gehad. Dit verklaart weer waarom Mareks moeder zo vaak vreemd kon en mocht gaan.
Op de eerste bladzijdes van het boek wordt ook aangegeven dat zijn moeder is overleden door een ongelukkige val. Achteraf gezien is dit alleen wat de buitenwereld moest denken. Marek heeft zijn moeder immers zelf van een berg geduwd. Je kunt je afvragen hoe die val is gekomen, maar het is niet een vraag die sterk in je gedachten blijft hangen. Wat wel een opvallende uitspraak binnen het eerste hoofdstuk is, is de uitspraak dat hij de dood van zijn gedichtenbundel erger vindt dan de dood van zijn moeder. Hierbij vraag je je wel even af wat er gebeurd is tussen Marek en zijn moeder. Doordat bijzaken hoofdzaken zijn geworden en hoofdzaken bijzaken blijven deze vragen niet hangen. Het boek gaat een totaal andere richting op, en je verwacht niet dat uiteindelijk die kleine bijzaken in het begin zo belangrijk zijn voor de daadwerkelijke ontknoping.
Als ik iets verder kijk dan de eerste twee bladzijdes valt op dat Mica, de biologische tante van Marek al voorkomt. Mica kon ik in het begin niet plaatsen. Wat deed ze in het boek? Nu wetende hoe het afloopt begrijp ik waarom dit al in het eerste hoofdstuk zat en hoe ze aan de spullen kwam die van de moeder van Marek waren.
C: Mening Het eerste waar de schrijfstijl van dit boek mij aan deed denken was ‘Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend’. In beide boeken is de moeder overleden, wat ik ook nog als overeenkomst kan noemen. Plagiaat? Nee, dat niet. Ik zou dit ook niet willen kenmerken als negatief punt. Ik zal het maar een soort schrijfgenre noemen. Net als in ‘Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend’ wordt de situatie in ‘De geschiedenis van mijn kaalheid’ ook beschreven met opvallend veel humor en bizarre situaties. Bij ���De geschiedenis van mijn kaalheid’ is de humor net wat subtielere weergegeven en wordt die humor ook langer doorgevoerd. Bij ‘Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend’ is die humor meer springerig. Een ander verschil is dat de humor bij ‘De geschiedenis van mijn kaalheid’ vooral ontstaan is vanwege de karikaturale personages. Bij ‘Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend’ is er vooral spraken van situaties die vol humor worden beschreven.
Wat qua verhaal bij ‘De geschiedenis van mijn kaalheid’ goed gedaan is, is dat heel erg afleid. De hoofdzaak lijkt te liggen bij het geslachtsdeel van Marek dat iets wat aan de kleine kant is. Het verhaal lijkt te gaan over Mareks zoektocht naar de amour fou, maar ook dat zou ik eerder als bijzaak benoemen. Het verhaal gaat eigenlijk helemaal niet over Marek. Het gaat eerder over Mareks moeder, die zwanger werd van een minnaar, en niet van de man van wie Marek altijd dat dacht dat hij zijn vader was. Bijzaken werden hoofdzaken, en hoofdzaken bijzaken, zoals de schrijver ook zelf zegt in het op één na laatste hoofdstuk:
Zo kom ik terug bij Mica en mijn kaalheid. Eindelijk. Daar was het me om te doen, van het begin af aan. Maar bijzaken werden hoofdzaken en omgekeerd.
Naast de humor heeft het boek een geweldige ontknoping die op een indrukwekkende manier beschreven is:
Hoe voelt het als jouw leugen de waarheid van de rest van de wereld wordt, een waarheid die zelfs de kranten heeft gehaald? Het voelt niet. In het begin voelt het onbehaaglijk, maar die onbehaaglijkheid is van korte duur. Als mijn leugen de waarheid van de anderen is geworden, een waarheid die ze voelen, zien, horen, en waar ze om huilen, hoe zat het dan met wat ik zag, voelde en hoorde, en wat was de status van mijn tranen?
De geschiedenis van mijn kaalheid is een bijzonder boek, dat je zeker richting het einde niet meer naast je neer kan leggen. Die je wakker houdt tot drie uur ’s nachts omdat je het niet weg kan leggen. Het is een uniek boek vol humor met een verrassend slot: een boek die je eigenlijk nog een keer zou moeten lezen om dan eens te letten op alle aanwijzingen die naar het slot hebben verwezen.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Muy divertido. Los acontecimientos de la historia, su forma de narrarlo, el lenguaje fácil y su humor te permite devorarlo y no perder el interés en ningún momento. Aún siendo de lenguaje sencillo el libro te permite hacer reflexiones al acabarlo, con la historia del protagonista y la de otros personajes y sus actitudes, aunque la idea del libro en su mayoría es bastante derrotista.
Wat een boek! Emotioneel, bizar en toch pijnlijk herkenbaar. Enige minpunt vond ik dat de schrijver op het eind van het boek, de thematiek begint uit te leggen. Voor iedereen die ook wel eens als een dwerg door het leven wil gaan om zijn gedrag aan te passen aan zijn tekortkomingen een absolute aanrader.
From the first page, I said to myself: I'll love this novel! Which was almost true. This is the kind of book that you browse in a bookstore and immediately decide to buy (if you are not averse to coming-of-age novels, that is).
The writing is juicy, witty and funny. I especially loved Marek's recollections of his mother, which created in my mind a vivid, excentric, powerful character. Neither his father nor his brothers are what might be called "normal" people, not even Mark is an ordinary teenager. I loved the details which sketched the portrait of one bizarre and dysfunctional family.
In the coming-of-age novels, the teenager usually undergoes challenges which help him pass the threshold towards maturity, but in The Story of My Baldness the situation seems to be the opposite: instead of being liberated through love and sex, Marek is gradually overcome by two obsessions: the search of the elusive amour fou and the increasing contempt he fells towards a certain part of his body.
At this point I got a little bored, plus there was some part when Marek started rambling about the crazy love and his cock and seemed to had forgotten about the previous narrative, started dozens of pages ago.
The Romanian translation was really good, it seemed to maintain the playful and comical tone of the original.
A masterpiece of contemporary Dutch literature. The author, Arnon Grunberg, won the Netherland's Anton Wachter Prize for a debut novel, "Blue Mondays" (1997), then came back to win the very same prize again for "Story of My Baldness" (2004) (dates are for the English translations from the Dutch) under the pseudonym "Marek van der Jagt." How his unique voice wasn't recognized the second time around is wholly incomprehensible.
This is another coming-of-age novel, but this time set in Vienna rather than Amsterdam. It's flat out one of the funniest novels I have ever read. It's the story of a mother bent on her own desire, on herself, as intently as other mothers might be on their children or their husbands or money. Marek, the unfortunate stepson of this monster mother, makes his way to a solution, the escape he must make from her to himself. Literally, in this case, or figuratively, in so many others, this is the task faced by the sons of such women.
It's a hoot, as dysfunctional families must be else the only recourse is tears or worse. Every character is marvelously weird and beautifully presented. A wonderful, magical book.
I had no idea what to expect from this book, and I still have no idea whether it's really written by an Austrian with the sort of Dutch sounding name of Marek van der Jagt, or whether he is Dutch but living in Austria, or whether this is just a fictional character and the pseudonym of the real writer, who, then, could be from anywhere. (After all, some Austrians have "van" instead of "von" in their names.) This stressed me out slightly, but I enjoyed this bizarre sexual romp, which, in its blunt portrayal of male insecurity driven to the point of utter dysfunction (maybe that's why the author, Dutch or Austrian or otherwise, set it in Vienna), seems to meander like some bad dream, but entertainingly. It reminded me a bit of Jonathan Ames's book The Extra Man, but with a darker underbelly and without the redeeming sexual-minority-pride subtext. Though I'm still not quite sure what I just read, it's hard to dislike this book. And, like Marek, I can't stop thinking about those two girls from Luxembourg.
De geschiedenis van mijn kaalheid gaat eigenlijk helemaal niet over de kaalheid van Marek van der Jagt. Het begint met een klein voorzetje over zijn kaalheid en eindigt in een paar bladzijden over zijn kaalheid. Voor de rest bestaat dit boek vooral uit onaffe verhaallijnen. Ik vroeg me vaak af, en toen? Wat ging je toen doen? Maar dan ging het verhaal alweer verder. De geschiedenis gaat volgens mij vooral om Mareks moeder en de ontdekking dat hij maar middelmatig is. Ik lees graag over de middelmatigheid van de mens maar in dit geval vond ik het meer lijken op excuses vooraf. Het leek alsof hij zelf wilde zeggen dat hij middelmatig was zodat andere mensen dat niet meer hoefden te doen. Al met al vond ik het een aardig geschreven boek, ik ben alleen niet zo'n fan van de absurdheid van de verhalen van Grunberg/Van der Jagt. Gelukkig was dit boek minder vreemd als Gstaad en Figuranten, maar ik voel niets nu ik het uit heb.
Ik heb me erg vermaakt met dit boek en het zit goed in elkaar. Het lijkt wel alsof het boek niet gaat over de kaalheid, en dat is ergens waar, maar toch ook niet. De oorzaak van de kaalheid is namelijk wel waar het boek over gaat. En de persona heeft gelijk als hij zegt dat het boek ook de geschiedenis van mijn middelmatigheid had kunnen heten. De kleine penis is daar eigenlijk ook een symbool voor, het niets voorstellen. En kleine penissen, castratie (zijn moeder verwijst daarnaar als de hoofdpersoon zijn handicap ter sprake brengt aan de eettafel, door te zeggen dat castraten mooi kunnen zingen) zijn klassieke symbolen voor middelmatigheid en het gevoel tekort te schieten. De hoofdpersoon wordt ook niet echt als man gezien, ook de handwerkjuf vindt hem zo'n leuke half-man/half-jongen. De hoofdpersoon is eigenlijk geslachtsloos op twee manieren.