Wat onschuldig begint met een ontmoeting tussen twee mensen die op weg zijn naar een zwembad, loopt uit op een beklemmende zoektocht in de kleedruimtes, de badzaal en de catacomben van dat bad. Vechtpartijen, zwembaderotiek en obsceniteiten krijgen het langzamerhand voor het zeggen in deze wereld van badmeesters en badjuffen, van knipperende tl-buizen, van chloorlucht, duikplanken en zwemmers. De held van deze roman probeert zich met grote inzet in deze wereld staande te houden, maar tegelijkertijd raakt hij er steeds meer in verstrikt.
Kees t Hart neemt de lezer mee in een maalstroom van obsessies, poëtische uitbarstingen en wonderlijke waarnemingen die niet alleen overdekte zwembaden, maar ook de wereld in kaart proberen te brengen.
Een zwembad. Het is mijn wereld niet. Vrijwillig ga ik er nooit naartoe. Nu de zonnen als een aal door het water kronkelen, zal het hoogstwaarschijnlijk wachten zijn op de zwemlesjes van de kleinkinderen voor ik er weer eens een voet zet. Of de zonnen moeten het in het hoofd halen om het voetbalveld voor het zwembad in te ruilen.
Tja, dan zal ik me als goede huisvader toch weer in van die te krappe kleedhokjes moeten wringen, dan zal de chloorlucht me weer bedwelmen en dan zal het gegil dat tikkertje speelt tussen de glaswanden me opnieuw een pak dover maken. Al bij al valt dat wel mee in vergelijking met de doodsangsten die ik er heb uitgestaan. Aversie komt ergens vandaan.
Die aversie wist jij zin na zin naar de achtergrond te dringen. Ja, bijna tot aan het kantelpunt waarop ik me zou beginnen afvragen waarom ik er niet vaker kom. Straf hoe je me dankzij je minutieuze beschrijvingen in de zwembadsfeer wist - jawel, jawel - onder te dompelen. Kortom, de eerste kennismaking met je werk beviel me erg. Al zie ik mezelf een wulpse waterrat dus eerder langs een voetbalveld of, beter nog, op een atletiekpiste tegen het lijf lopen.